IEDERE THERAPIE VOOR SCHOUDERKLACHTEN IS OP DEN DUUR EVEN GOED

Groningse huisartsgeneeskundige onderzoekers hebben een paar jaar geleden eens uitgezocht welke therapie het best helpt tegen schouderklachten waarmee patiënten bij hun huisarts komen. Fysiotherapie, een injectie met corticosteroïden en manuele therapie (systeem Eindhoven) werden vergeleken in een gerandomiseerde studie. De onderzoekers beoordeelden het resultaat na elf weken. De uitkomst lag genuanceerd. Voor schouderklachten rond de hoge ruggengraat en aangehechte ribben is het werk van de manueel therapeut superieur aan dat van de fysiotherapeut. En als de pijn vooral in en rond het schoudergewricht zat hielp een injectie beter dan welke manipulatie dan ook.

De resultaten van de studie werden twee jaar geleden gepubliceerd (British Medical Journal, 3 mei 1997).

De onderzoekers komen nu terug op hun resultaat. Schouderklachten komen vaak terug, schrijven ze. Eén serie behandelingen met een evaluatie na krap drie maanden zegt weinig over hoe het deze patiënten met vaak chronische klachten verder vergaat. Twee tot drie jaar na het eerste onderzoek hebben ze daarom hun 172 proefpersonen nog eens benaderd. Ze vroegen of ze na het onderzoek nog schouderklachten hebben gehad en of die klachten nog voortduren. De antwoorden (130 mensen reageerden) relateerden ze aan de behandeling die de patiënten in het kader van het onderzoek hadden gehad.

Het verschil tussen de drie behandelmethoden was na twee tot drie jaar geheel verdampt. Meer dan de helft van de mensen die reageerden had opnieuw klachten gehad. Bijna de helft (47) was er niet opnieuw mee naar de huisarts gegaan. Toch zeiden 64 mensen door hun schouderklachten hinder te ondervinden in hun dagelijks leven wat laat zien dat niet iedereen met serieuze klachten naar de arts gaat. Een derde van de respondenten had in de jaren na afloop van het onderzoek opnieuw een behandeling ter bestrijding van hun schouderklachten ondergaan, waarbij in de groep met klachten rond het schoudergewricht velen voor een injectie hadden gekozen. Hier had het eerdere onderzoek dus kennelijk invloed. In de groep waar de klachten zich vooral rond het bovenste deel van de ruggengraat concentreerden waren echter nog veel mensen opnieuw naar de fysiotherapeut gegaan. De belangrijkste conclusie van dit herhalingsonderzoek was echter dat het aantal en de duur van de klachten in de jaren na de onderzochte behandeling geheel onafhankelijk was van de therapie die de mensen tijdens het onderzoek hadden gehad (British Medical Journal, 22 mei).

(Wim Köhler)