Hollands Dagboek

CNV-voorzitter Doekle Terpstra (43) was deze week waarnemer bij de verkiezingen in Indonesië. Hij had willen blijven tot alle stemmen waren geteld.

Donderdag 3 juni

Voor iemand met een onrust als die van mij is een vliegreis naar Jakarta in Indonesië een ware bezoeking. Toch ga ik met heel veel genoegen. Ik ben door het Wereldverbond van de Arbeid (WVA) uitgenodigd om namens de internationale vakbeweging als waarnemer aanwezig te zijn bij de eerste vrije verkiezingen van Indonesië sinds 1955. Ik voel me vereerd om te gaan. Ook omdat het CNV een nauwe band heeft met de sterk groeiende en onafhankelijke vakbond SBSI dat onder voorzitterschap staat van Muchtar Pakpahan. De uitnodiging van het het Wereldverbond is een bevestiging van zowel de historische als de actuele band met Indonesië.

Uit contacten die ik de afgelopen week met Muchtar heb gehad, blijkt dat de spanning onder de bevolking toeneemt. Tegelijkertijd is men opgewonden dat zo'n 120 miljoen mensen aan vrije verkiezingen kunnen deelnemen. Grote vraag is wat er na 7 juni, of preciezer, na de officiële uitslag omstreeks 12 juni, zal gebeuren. De bevolking is bezorgd over werkelijke onlusten. Wat zal het leger doen als de heersende partij Golkar van Habibie zal verliezen? Zal het leger een tanende invloed toestaan? Het is `reformatie of revolutie'. CNV-collega Jan Ridder is eveneens observer maar dan in de EU-delegatie. Jan zit al in Indonesië en vertelde me dat de sfeer in Jakarta gemoedelijk, opgewonden en gezellig is. Massale demonstraties van ruim veertig partijen wisselen elkaar af. Optochten vinden plaats van 's ochtends zeven tot laat in de avond. Een palet aan kleuren. Een diversiteit en pluriformiteit die hopelijk ook na 7 juni getolereerd worden.

Vrijdag

Aan het eind van de middag arriveer ik in Jakarta. Van formaliteiten is nauwelijks sprake. Ik ontvang direct mijn accreditatiekaart en word vervolgens bij de douane als een vorst behandeld.

In de stad maak ik het staartje van een Golkar-demonstratie mee. Het is vanmiddag onrustig geweest. Er is geschoten en daarbij zijn gewonden gevallen. De manifestatie valt qua opkomst, veertigduizend deelnemers, tegen. Andere partijen, zoals de oppositiepartij PDI van Megawati Soekarnoputri, brengen bij een demonstratie een miljoen mensen op de been. Het is wel duidelijk dat de mensen `reformatie' willen.

's Avonds geven onze begeleiders van de SBSI instructies. We krijgen zelfs een kledingadvies: stropdas en colbert, want we moeten ons met enig gezag kunnen onderscheiden. `Kleding maakt de man', luidt het gezegde, maar ik vraag me af of mijn lengte van 1 meter 95 en m'n blonde haar al niet onderscheidend genoeg zijn.

Zaterdag

Na het ontbijt krijgen wij als vakbondswaarnemers onze eerste briefing. Ik word ingedeeld in een team van drie personen, met J.C. Williamuna, een jurist uit Sri Lanka en Paul Tennassee van het WVA uit Washington. We zullen morgen naar Jambi gaan op Sumatra. We spreken af dat we dan op tijd zullen vertrekken en dat we een overzicht nodig hebben van de verkiezingsbureaus. Ook wisselen we telefoonnummers van de respectievelijke ambassades uit voor het geval iemand van ons iets mocht overkomen. Er zijn namelijk al lokale waarnemers `toevallig' gewond geraakt de afgelopen dagen.

Het is rustig in de stad. Vandaag en morgen is het polling-off day: een moment van politieke bezinning voordat de verkiezingen beginnen. Vrachtwagens rijden door de stad om vlaggen en vaandels op te halen en de manifestaties zijn voorbij. Op eentje na dan. In de stad vindt nog een studentendemonstratie plaats, die ontspannen verloopt. Opvallend is dat er ongelofelijk veel journalisten aanwezig zijn.

Onopvallend lopen hier en daar wat militairen rond. De omgeving van het nationaal monument, een kolossale ruimte, is volledig afgezet en gebarricadeerd door het leger. Tientallen militairen, kanonnen en andere militaire vehikels moeten voorkomen dat het volk het plein opgaat om te demonstreren. Kennelijk is het leger niet geheel en al gerust over wat er kan gebeuren. En ze realiseert zich ook wat de symboliek en de aantrekkingskracht van een dergelijk plein kan zijn. China en andere landen kunnen daarover meepraten.

's Middags krijgen we de laatste briefing. Op het speciaal voor de verkiezingen ingerichte kantoor wordt verteld dat de SBSI met financiële steun van de Europese Unie 33.000 vrijwilligers heeft toegerust voor de waarnemersfunctie op lokaal niveau. Met de hulp van de EU is de SBSI zeer gelukkig, het bevestigt de belangrijke rol van deze vakbond in het democratiseringsproces van Indonesië. De briefing wordt afgesloten met een persconferentie.

Tijdens de rit terug naar mijn hotel vraag ik me, samen met mijn Belgische collega Patrick, af hoe mensen in donker Jakarta de weg kunnen vinden. Er is nagenoeg geen straatverlichting in dit doolhof van straten.

Zondag

Ik vertrek vroeg in de ochtend naar Jambi, een stad met zo'n twee miljoen inwoners. Het vliegtuig vertrekt, zoals dat kennelijk overal in de wereld het geval moet zijn, een uur te laat.

Direct na aankomst in Jambi praten we met het regionale verkiezingscomité. We arriveren een kwartier te laat en de voorzitter wijst ons daar fijntjes op. Dat het vliegtuig te laat vertrokken is, levert weinig begrip op.

Het comité bestaat uit zes gekozen politieke vertegenwoordigers en staat onder leiding van een man die pontificaal achter een tafel is gepositioneerd. Het comité neemt uitgebreid de tijd om ons te informeren over de voorbereidingen tot nu toe. Er zijn in de stad 753 stemlokalen. J.C. vraagt met nadruk of er wel Indiase inkt wordt gebruikt bij het stemmen. Kennelijk is dat `the best there is'. Aansluitend voeren we een gesprek met het lokale bestuur en met een aantal lokale waarnemers van de SBSI. De vakbond heeft een prestatie van formaat geleverd, want in al die 753 stemlokalen staat een SBSI-waarnemer.

Het is ronduit indrukwekkend om te constateren dat de voorbereidingen nagenoeg volledig onder verantwoordelijkheid van jonge mensen hebben gestaan. Later blijkt dat dit voor een groot deel van Indonesië geldt. Een hoopvol teken.

Onlusten zijn in Jambi de afgelopen paar dagen uitgebleven. De verwachtingen zijn hoog gespannen.

Het verkiezingscomité vraagt ons zoveel mogelijk verschillende stemlokalen te bezoeken en na de stemming bij de tellingen aanwezig te zijn. We besluiten ons op te delen in twee groepen. Ik ga met medewaarnemer J.C. Williamuna op stap. Vanuit het verkiezingscomité krijgen we een begeleider mee. Een monitor die dus de monitoren monitoort.

Ik krijg vannacht de slaap niet te pakken. Ga daarom buiten zitten in een temperatuur van plus minus 30 graden Celsius. Zelfs in een miljoenenstad is rust te vinden. Er heerst absolute stilte. Een moment om even op adem te komen. Wel passend bij de zondag.

Maandag

Na een rijstmaaltijd met koffie als ontbijt genuttigd te hebben, vertrek ik om 6.15 uur richting het eerste stemlokaal. J.C. en ik willen weten of het lokaal volgens de aangegeven richtlijnen is ingericht. We kunnen goed met elkaar overweg. Onze observer noemen we al gauw `anything else'. Veel andere Engelse woorden kent hij niet.

In alle vroegte zijn niet alleen de comités volop in de weer. Tot m'n verbazing hebben de eerste stemgerechtigden zich ook al gemeld. Om 8.00 uur hebben bij het opengaan enkele honderden mensen zich verzameld die nog lang op hun beurt moeten wachten. Er heerst een rustige, wat lacherige stemming. Niemand lijkt ook maar iets te willen missen. De uitgebreide formaliteiten worden onder toeziend oog van de (vele) waarnemers zorgvuldig afgewikkeld.

De eerste stemmer is oud. Hij zal vast de verkiezingen van 1955 hebben meegemaakt. Hij wordt onder luid applaus naar het stemhok gebracht. Daarna doopt hij zijn vinger in blauwe inkt (om dubbelstemmen te voorkomen) en deze wordt trots omhoog gestoken alsof er een victorieteken wordt gemaakt. Prachtig!

Op sommige plaatsen struikel je bijna letterlijk over de waarnemers. In de loop van de ochtend bezoeken we een stemlokaal waar ongeveer 420 personen stemgerechtigd zijn. Er zijn maar liefst 20 waarnemers aanwezig.

Op straat is het stil. Geen files, geen geclaxonneer. Veel mensen hebben vrij, ze staan bij de stemlokalen of wachten de verdere ontwikkelingen thuis af.

Voor mij wordt het steeds duidelijker dat de stemmen die vandaag in vrijheid kunnen worden uitgebracht misschien een stem tegen de heersende politiek van Golkar zijn, maar vooral een stem voor verandering.

De kwalificatie stemlokaal is naar onze maatstaven wellicht wat te veel van het goede. De zeventien locaties die door ons bezocht worden, zijn terug te vinden in het open veld. Een plastic zeil tegen de zon, geïmproviseerde stemhokken met geüniformeerde bewakers (met stok) ervoor die de vertrouwelijkheid moeten bewaken, en een paar touwen eromheen om het terrein te markeren.

Om twee uur wordt het stemmen gestaakt. Direct daarna begint de handmatige telling. In alle openheid worden de stemmen geteld. Opnieuw staan er drommen mensen rondom de touwen opgesteld. Men luistert met nieuwsgierigheid en spanning naar de voorzitter van het lokale comité, die biljet voor biljet de aangekruiste partij doorgeeft. Een tijdrovende procedure, die uren in beslag neemt maar wel zorgvuldig is. Men gebruikt microfoons en speakers die krassende geluiden voortbrengen. Ook megafoons komen veelvuldig voor. Het doet me denken aan vroegere tijden toen ik als districtsbestuurder bij vakbondsacties af en toe ook wat mocht toeteren. Dat alles zorgvuldig en consciëntieus plaatsvindt, blijkt ook uit de lokale waarnemers die bijna letterlijk met hun neus op de telling staan.

We bezoeken vanmiddag nog vier stemlokalen. Echte onregelmatigheden worden er vandaag door ons niet waargenomen. Later zal blijken dat dit het algehele beeld is. Bij een van de door ons bezochte lokalen blijken er te weinig stembiljetten te zijn. Niemand wordt onrustig. Een lid van het plaatselijke comité haalt nieuwe. Binnen een half uur wordt het probleem opgelost. Bij het laatste bureau dat we om 13.45 uur bezoeken, blijkt dat men het niet al te nauw meer neemt met controles. Het lijkt geen onwil te zijn, maar het heeft simpelweg te maken met het feit dat mensen voor twee uur hun stem willen uitbrengen. En daarvoor heeft men per slot van rekening lang in de rij gestaan. Een onvolkomenheid? Ja. Een onregelmatigheid? Nee. In ons waarnemingsgebied is fair en open gestemd. Om 19.00 uur stoppen we met de waarneming. Laat in de avond nemen we afscheid van anything else.

Dinsdag

We evalueren de verkiezingsdag met het regionale verkiezingscomité en de collega's van de SBSI. De stemmen op alle 753 stemlokalen zijn geteld. En dat betekent dat op hoger niveau een tweede telling kan plaatsvinden. Een tijdrovende procedure. We zijn het eens dat electionday in Jambi over het algemeen eerlijk en met respect voor de democratische principes is verlopen.

Vervolgens vliegen we terug naar Jakarta. In de loop van de middag en avond arriveren ook de overige internationale WVA-waarnemers in het hotel. Het is een ware kakofonie van verhalen en ervaringen.

Met mijn Belgische collega Patrick bezoek ik het internationale mediacentrum waar het tellen 24 uur per dag gevolgd kan worden. Tot onze stomme verbazing is 24 uur na de lokale telling slechts 1,5 procent formeel geteld.

Woensdag

Vanmorgen heb ik weer een bezoek gebracht aan het mediacentrum. Nog maar 2 procent is geteld. De bezorgdheid neemt toe. Wat gebeurt er met de biljetten, is er nog controle, waar zijn de internationale waarnemers? Het lijkt erop alsof de waarneming (te) sterk geconcentreerd is geweest op de voorbereidingen en de verkiezingen zelf en niet op het belangrijke telproces daarna.

Aan het eind van de middag bezoeken de waarnemers de SBSI en vervolgens presenteren we op een persconferentie onze waarnemersbevindingen.

's Avonds zijn de Nederlandse waarnemers te gast bij ambassadeur van Heemskerk waar we ervaringen uitwisselen.

Ik kan het niet laten om tegen de nacht nog een keer met Patrick naar het mediacentrum te gaan. Het schiet al aardig op (maar niet heus). De stand staat op 4,5 procent!

Donderdag 10 juni

De laatste dag breekt aan. Ik vind nu dat ik te vroeg vertrek. Via CNN hoor ik dat 6 procent van de stemmen is geteld. De PDI van Megawati Soekarnoputri staat op de eerste plaats. Voor de laatste keer ga ik naar het mediacentrum. Het tellen duurt veel te lang. De internationale waarnemers hadden hier een nadrukkelijker, controlerende rol moeten hebben.

Wat zal het leger doen als de heersende partij Golkar van Habibie zal verliezen?

Tot onze stomme verbazing is 24 uur na de lokale telling slechts 1,5 procent formeel geteld