`Het monster van Belgrado is toch getemd'

De NAVO-troepen zijn klaar om Kosovo binnen te trekken. Maar de Russen zijn hun te snel af.

In het vluchtelingenkamp Stankovec II net buiten Skopje, Macedonië, is vrijdagnacht bijna niemand meer. De meer dan twintigduizend Albanese vluchtelingen staan langs en op de weg van Skopje naar de grens met Kosovo. Ze drinken blikjes bier die ze hebben gekocht bij het benzinestation tegenover het kamp, ze gillen, fluiten, en schreeuwen: `NAVO-UÇK, NAVO-UÇK'. Over de weg rijden jeeps, tanks en trucks van de NAVO. De voertuigen komen nauwelijks door de menigte heen. Macedonische militairen proberen de vluchtelingen van de weg te duwen – niks helpt.

,,De NAVO en het UÇK hebben ons bevrijd'', zegt Shpetim Vokshi (54), electriciën uit Priština. Hij woont, met zijn vrouw, sinds 1 april in Stankovec II, hij werkt er als vertaler voor internationale hulporganisaties. De paar spullen die hij kon meenemen uit Priština heeft hij in zijn tent bij elkaar gezet, hij kan onmiddellijk teruglopen naar de grens met Kosovo, zo'n vijf kilometer verder. Er zijn deze avond al vluchtelingen op weg gegaan, zegt hij. Ze waren dronken en riepen dat ze naar huis gingen. Maar hij denkt dat ze morgen wel weer terugkomen naar Stankovec, het is nog te gevaarlijk in Kosovo. Vokshi zelf wacht tot alle NAVO-troepen in Kosovo zijn aangekomen. ,,De NAVO zal voor ons de Servische mijnen opruimen.''

Een colonne Britse legervoertuigen komt tot stilstand bij de ingang van het kamp. ,,We moeten terug, dit kan niet'', roepen NAVO-militairen tegen elkaar. Ekrem Ibrahimi (30) omhelst de kap van een NAVO-jeep. Een Macedonische politieman haalt hem ervan af. Ibrahimi had een winkel in Uroševac, in het zuiden van Kosovo, niet ver van de grens. Een paar dagen geleden nog wilde hij naar Amerika, zegt hij. ,,Ik kon niet geloven dat het monster van Belgrado getemd zou worden.''

Donderdag, een dag nadat de Serviërs het akkoord hadden getekend over het terugtrekken van hun troepen, kwamen er nog honderdveertig Albanese vluchtelingen bij Blace, in Macedonië, de grens over. Ze vertelden dat hun dorpen, niet ver van de grens, werden bestookt door Servische militairen. De hulpverleners in het doorgangskamp bij Blace hoorden beschietingen. Vanaf het vliegveld van Skopje vertrekken donderdag ook nog groepen Albanese vluchtelingen uit de Macedonische kampen naar Engeland en Amerika. Een dag later, vrijdagochtend vroeg, komen de eerste Servische vluchtelingen van Kosovo naar Macedonië. Servische troepen zijn begonnen zich terug te trekken. Drie vrouwen, net als Ekrem Ibrahimi uit Uroševac, lopen de grens over en stappen in een taxi naar Skopje. ,,Nooit meer'', zegt Ibrahimi vrijdagnacht, ,,zal ik een Servisch woord uitspreken. En nooit meer zal ik kunnen leven met Serviërs in de buurt.''