Grootse Peer Gynt bedwingt de Bosplaat

Gisteravond heeft M. Brabers, directeur van Staatsbosbeheer, het 18de Oerol geopend, het jaarlijkse festival voor straat- en locatietheater in de bossen, de duinen, de dorpen en aan het strand van het waddeneiland Terschelling. Door directeur Joop Mulder voorgesteld als `de toneelmeester van het podium' dat Terschelling dankzij Oerol wordt, zei Brabers overtuigd te zijn van de zin van doelgericht theater op bosplaten en in duinpannen. De emotionele band tussen mens en natuur is volgens hem nodig voor de natuur. ,,Alleen als er zo'n band bestaat zal de mens zich beraden op het beschermen van die natuur.''

De echte opening volgde later op de avond, onder voortrazende wolken bij het langzaam invallen van de nacht, met de wereldpremière van Henrik Ibsens Peer Gynt, in de bewerking van Jos Thie voor het door hem geleide Friese gezelschap Tryater. In het `Meslânders', een Terschellings dialect, maakte Thie samen met Bouke Oldenhof een op Terschelling toegesneden vertaling van het Noorse stuk, vol met verwijzingen naar Terschellinger locaties en anecdotes. Ibsen getrouw gaat Peer, misleid en verleid, ver weg naar zijn vrijheid en zichzelf. Hij bereist de wereld en de zeven zeeën om tenslotte schipbreuk te lijden en te sterven op zijn eigen strand, in de armen van zijn eigen lief, Solvejg: ,,Ik sel wiege, ik sel wake, sleap nou, myn liê''.

Peer Gynt is volmaakt locatietheater geworden, geheel opgezet en uitgevoerd volgens de filosofie van Oerols bevlogen directeur Joop Mulder, die alleen al met het stimuleren en mogelijk maken van deze voorstelling de noodzaak van een festival als Oerol bewijst: het sluit aan bij juist dit stukje Terschelling, tart de natuur met kunstmatigheden en onderwerpt zich net zo hartstochtelijk aan haar nukken en charme. Tegelijk reikt het met zijn theatrale kwaliteiten veel en veel verder dan een plaatselijk evenement Peer Gynt volgens Jos Thie is een gebeurtenis van belang in de Nederlandse podiumkunst.

Op de Bosplaat gaat Tryater een liefdesrelatie aan met de omgeving. Razend knap heeft Thie de ruimte bedwongen. Hij schiet het stuk honderden meters de diepte en de breedte in, door de figuren zonodig te verdriedubbelen (of meer), hij bedwingt de afstand met tableaux vivants aan de horizon, kiest voor dans waar woorden te kort schieten. Een lichtplan, met het zwiepend schijnsel van de vuurtoren als uitgangspunt, streelt personages, dieren, duin, een vennetje en de struiken. Een geluidsdecor gestuurd door vlagen van Griegs `Peer Gynt', schudt hen op door uitvergrote eilandkreten en -gebrom over de voorstelling te jagen.

Maar Thie ging verder. Een keten van aan waanzin grenzende coups de théâtre scherpt Peer en zijn existentiële wanhoop aan en daarbij was geen idee te groot om niet serieus te worden uitgevoerd. Zo zijn er nimfen die uit het niets, ja echt, als sirenen uit de diepten van het ven opduiken en Peer meelokken: hij verdwijnt daadwerkelijk onder de oppervlakte van het koude water. Een zilverwitte boom valt om en zal weer herrijzen. We zien Peer op een enorm, deinend schip, dat uit het zand tevoorschijn rijst, kapseist en vergaat. Een havik landt op zijn vuist en later, bij zijn dood, cirkelt de roofvogel ineens weer rond, in een lichtbundel, alsof hij Peers ziel komt meenemen.

Dat is mooi om mee te maken, maar des te mooier omdat Thie deze en nog andere verrassingen terloops toepast, niet als paukenslagen. Essentieler zijn scènes als van de dood van Ase, Peers stuurse mama. Peer laat haar op een slee zachtjes naar de dood glijden, want ,,Weet mêm nog dat wij froeger sleedsjeriede speulden?'' Vol vertrouwen glijdt Ase over de duinrand de wolken tegemoet.