Dioxinen niet altijd gevaar gezondheid

Minister Borst zegt zonder bezwaar Belgische kip te kunnen eten, maar ook haar ministerie weet niet hoe giftig de kip is.

Na twee weken openbare en ruim een maand vertrouwelijke dioxinecrisis is nog onbekend hoe hoog de concentraties dioxinen in de uit de schappen verwijderde voedingsmiddelen zijn. De analyses laten nog op zich wachten.

De lege vakken in de schappen van de supermarkten zijn voorlopig het gevolg van Europese maatregelen die een land treffen dat pas maatregelen nam toen de kippen van de leg raakten en dood in hun hokken lagen. Een geluk bij een ongeluk is dat de kip (evenals de rat) zeker honderdmaal zo gevoelig is voor dioxinevergiftiging als de mens.

Europees landbouwcommissaris Fischler onderbouwt zijn maatregelen tegen België niet met harde gegevens, maar verwijst naar een `zware dioxineverontreiniging'. Hij haalt verder de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aan. Die heeft dioxinen in de gevaarlijkste categorie van kankerverwekkende middelen ingedeeld. En, eveneens volgens de WHO, bij de mens mag de dagelijkse inname gedurende het hele leven de 1 tot 4 picogram TEQ per kilo lichaamsgewicht niet overschrijden. Een picogram is een miljoenste van een miljoenste gram; een TEQ (toxische equivalent) is een eenheid waarmee tientallen verschillende dioxinen en polychloorbifenylen (PCB`s) qua giftigheid met elkaar kunnen worden vergeleken. Behalve de WHO-norm voor de dagelijks aanvaardbare dosis bestaan er normen voor menselijk voedsel en veevoeder.

Als maximaal toegestane concentratie in voedsel houdt Nederland de norm voor melkvet aan: 6 picogram TEQ per gram melkvet. Dioxineconcentraties worden per gram vet gerekend omdat alle dioxinen in vet gebonden zijn. Nederlanders krijgen hun dagelijkse picogrammen dioxinen voor een derde tot de helft met zuivelproducten binnen. Voor veevoer is in de nieuwste Europese richtlijn een maximumwaarde van 500 picogram TEQ per kilo vastgesteld. Bij een normaal consumptiepatroon komt de dagelijkse blootstelling van mensen die vlees en eieren eten en melk drinken niet boven de toegestane dagelijkse inname. Voor acute dioxinenziekten moeten de concentraties, voor zover bekend, ten minste duizendmaal hoger zijn.

De grote vraag is wat er met de dioxineconcentraties in het voedsel gebeurde nadat half januari een partij verontreinigd vet in veevoeder werd verwerkt. De enige meetgegevens die tot nu toe bekend zijn, komen van het Nederlandse Rijks Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten (RIKILT-DLO) in Wageningen. Dat meldde op 10 mei aan Landbouw dat de dioxineconcentraties in onderzochte monsters kippenvoer en kippenvet 100 tot 150 keer boven de norm voor dioxine in melkvet (6 picogram TEQ per gram) lagen.

Wat dit betekent blijkt uit de dioxineconcentratie in Nederlandse melk nadat in het voorjaar 100.000 ton verontreinigde Braziliaanse citruspulp aan Nederlandse koeien werd gevoerd. Die pulp bevatte 900 tot 14.000 picogram TEQ per kilo. Nederlandse consumptiemelk bevat de laatste jaren gemiddeld 0,5 tot 1,0 picogram TEQ per gram melkvet, maar door de citruspulp liep de concentratie op. In het voorjaar van 1998 steeg deze tot het twee- tot vijfvoudige (2,0 tot 2,5 picogram TEQ per gram melkvet). Een koe die als onderdeel van haar menu citruspulp met 900 tot 14.000 picogram per kilo dioxinen eet, kan melk geven met 2.000 tot 2.500 picogram dioxinen per kilo melkvet.

Afgaande op deze recente praktijkgegevens kunnen de Belgische gifkippen makkelijk 1.000 picogram TEQ per gram vet bevatten en het vet in hun eieren ook. Het is dus geen wonder dat niet alleen kippen en eieren uit de schappen verdwijnen, maar ook kaas, koekjes en bonbons die met Belgische melk en eieren zijn bereid. Toch heeft zo'n kortstondige blootstelling geen meetbare invloed op de gezondheid.

Wie overstapt naar vis als eiwitbron, vindt in een publicatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (`Dioxines in milieu en voeding in Nederland', 1991) tegenargumenten. Kip bevat normaal 2 picogram TEQ per gram vet, maar vette zeevis kwam uit op 7 picogram en magere zeevis op 49 picogram TEQ. Alles per gram vet. Een vette Hollandse nieuwe bevat 18 gram vet per 100 gram, terwijl een kabeljauw slechts tot 0,7 gram vet per 100 gram komt. Uit dioxine-oogpunt is een portie kabeljauw dus aan te bevelen boven haring, maar strikt genomen zit vis boven de norm voor melkvet.