de brandweerman/vrouw

Als er in Rotterdam brand is of een groot verkeersongeluk komen brandweerlieden vanuit de kazerne naar de plaats van het incident. In kleinere gemeenten zullen brandweerlieden hun dagelijkse werk uit handen laten vallen zodra de alarmpieper afgaat, om zo snel mogelijk op de kazerne te zijn. De brandweer in Nederland bestaat voor het grootste deel uit liefhebbers. Nederland telt ongeveer 27.000 brandweerlieden. Slechts zo'n 4000 daarvan zijn beroeps. Vrijwilligers zitten voor het overgrote deel in de uitvoerende functies. Beroeps zijn te vinden in de grote steden en in de leidinggevende officiersfuncties in kleinere gemeenten. In de grotere steden zijn ook parttimers te vinden, brandweerlieden die in principe werken op vrijwillige basis, maar wel meedraaien in de 24-uurdiensten. Deze parttimers hebben ook nog een hoofdberoep.

Voor het overgrote deel draait de brandweer in Nederland op mensen die bereid zijn een groot deel van hun vrije tijd in het vak te steken. De brandweer heeft het daar niet altijd even gemakkelijk mee. Een groot aantal korpsen in Nederland kampt met een tekort aan vrijwilligers. Vooral de invulling van de dagploeg levert problemen op. Vroeger zaten veel kleine zelfstandigen bij de vrijwillige brandweer. De slager en de bakker konden vrij gemakkelijk de winkel voor korte tijd overlaten aan gezinsleden of personeel. Voor de kleine maar moderne managers is dat een stuk moeilijker. Daarbij komt dat mensen, anders dan vroeger, niet altijd dicht bij hun werk wonen. Zij kunnen niet binnen een paar minuten op de kazerne zijn als de alarmpieper gaat. De gemeentelijke diensten zijn inmiddels de grote leveranciers van vrijwilligers. Gemeenteambtenaren kunnen het werk bij de brandweer goed combineren met hun baan. Hun werkgever waardeert de inspanningen. Inmiddels zijn vrouwen ontdekt als vrijwilligerspotentieel. Om het personeelsbestand op peil te houden zijn een aantal brandweerkorpsen in Nederland met speciale wervingscampagnes begonnen om vrouwen aan te trekken. Nu werken er nog maar 611 vrouwen bij de brandweer. Het woord brandweerman dekt nog voor het overgrote deel de lading.

De brandbestrijding in Nederland is van oudsher een taak van de gemeentebesturen. Alle 548 gemeenten in Nederland hebben een eigen brandweerkorps, waarvan de grootte afhankelijk is van de omvang van de gemeente. Het brandweerbeleid is onderdeel van de gemeentelijke autonomie. Een medewerker van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zegt dan ook dat er `548 verschillende regelingen' voor de brandweer bestaan. Dat uit zich ook in de betaling. De beroepsbrandweer valt onder de CAO voor gemeenteambtenaren. Maar landelijk gezien levert dat niet een eenduidig beeld op in de salariëring. De functiewaardering kan per korps verschillen. Een hoofdbrandweermeester kan in de ene gemeente in een hogere schaal zitten dan de andere. Daar zijn geen vaste regels voor. Volgens de VNG verloopt de inschaling in de lagere, uitvoerende, rangen bij de brandweer redelijk gelijk, maar, zo zegt de organisatie: `Hoe hoger in de boom, hoe meer verschillen'. Een commandant van een groot korps zal meer verdienen dan zijn collega in een kleinere gemeente. Daarbij komt dat de lonen ook afhankelijk zijn van de rang die iemand heeft. `De salarisgroep staat op de schouder' wordt wel gezegd. De hoogste rang, die van commandeur, komt niet in alle gemeenten voor. Brandweercommandanten zien ook om deze reden niet allemaal het zelfde bedrag op hun loonstrookje. De gemeenten zijn ook vrij om aanvullende vergoedingen toe te kennen. Sommige gemeenten keren bijvoorbeeld een gevarentoeslag aan hun brandweerlieden, andere doen dat niet.

Voor de vrijwilligers geldt eigenlijk hetzelfde als voor de beroeps, met dit verschil dat de VNG daar wel duidelijke richtlijnen voor geeft. Volgens de VNG houdt 95 procent van de brandweerkorpsen zich aan deze normen.

De vergoedingen voor vrijwilligers vallen uiteen in drie onderdelen: een bedrag dat per jaar wordt uitgekeerd, een uurvergoeding voor oefeningen en cursussen en een uurbedrag voor het moment dat er daadwerkelijk uitgerukt moet worden. In de wat hogere functies die door vrijwilligers worden bekleed vervalt de vergoeding voor oefeningen. Dat wordt weer gecompenseerd in een hoger jaarbedrag. De bedragen staan uitgewerkt in de CAO voor gemeenteambtenaren. Alhoewel het gaat om vergoedingen, wordt er wel loonbelasting geheven over het bedrag dat de vrijwilliger ontvangt. Sociale premies hoeven niet afgedragen te worden omdat de brandweerman/vrouw in kwestie ook nog een hoofdberoep heeft. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de vergoedingen voor vrijwilligers in de uitvoerende functies. De vergoedingen voor officieren zijn hier weggelaten, omdat in deze functies over het algemeen weinig vrijwilligers zitten.

De meeste mensen die vrijwillig bij de brandweer zitten zeggen dat ze het niet voor het geld doen. Daarvoor levert het te weinig op en kost het teveel tijd en energie. De fysieke keuring om toegelaten te worden is zwaar. Ook de opleidingseisen zijn vrij hoog. De brandweeropleidingen tot officiersniveau worden verzorgd door de brandweerregio's. De gemeentelijke brandweerkorpsen in Nederland werken samen in zo'n 40 regio's.) Wie een leidinggevende functie ambieert, moet naar het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA). Dat leidt per jaar ongeveer 24 hbo'ers en academici op tot brandweerofficier.