DE AANVOERDER WORDT ONAARDIGER

Als laatste van de geselecteerden voegde Bas van de Goor zich deze week bij de Nederlandse volleybalploeg. Het nationale team kan na drie nederlagen in de World League de impuls van zijn aanvoerder wel gebruiken. ,,Als iemand mij voor de voeten loopt, dondert hij maar op.''

Dinsdag meldde de aanvoerder zich voor het eerst op de training van de nationale volleybalselectie. Bas van de Goor trof in Amsterdam een ploeg aan die ,,kapot en door elkaar geschud'' was, van de lange reis uit Canada en van de twee fikse nederlagen daar. ,,Het is niet leuk om twee keer met 3-0 te verliezen'', weet Van de Goor. ,,Maar op de training werd gelukkig alweer aardig gebikkeld.''

Hij miste zelf de eerste twee speelronden van de World League omdat hij, net als iedere international, na zijn laatste wedstrijd in de Italiaanse play-offs met Modena twee weken vrij kreeg. ,,Als alles volgens plan loopt, was dat mijn laatste vakantie tot mei 2000'', vertelt hij. De 27-jarige Brabander verwijst daarmee naar de roofbouw die in het topvolleybal op de spelers wordt gepleegd. ,,Wij gaan in vier maanden tijd met de Nederlandse ploeg naar Spanje, Brazilië, Argentinië, Turkije, Oostenrijk, Australië en Japan. Al dat reizen, en zo'n duizend keer springen per dag, dat is niet lekker voor je lichaam.''

De spelers hebben geen inspraak in de samenstelling van de kalender. Van de Goor: ,,Misschien moeten we eens actie ondernemen. Er zou een soort CAO moeten komen. We spelen nu ruim elf maanden in het jaar en we zouden in ieder geval zo'n veertig dagen verplicht vrij moeten krijgen, uitgesmeerd over twee perioden. Voetballers hebben in de zomer drie, vier weken vakantie en dan ook nog rond de feestdagen in december een week of twee. Ik had wedstrijden op 20, 23, 26 en 30 december en 2 en 5 januari.''

Van de Goor genoot dan ook met volle teugen van zijn welverdiende vakantie. Hij speelde veelvuldig golf op de baan in de buurt van Modena, waar hij als erelid gratis terechtkan. Aan volleybal wilde hij even helemaal niet denken. Toch kon hij het niet laten op de televisie twee sets te bekijken van de eerste wedstrijd van Nederland tegen Spanje. De andere uitslagen zag hij via teletekst. Het viel hem niet mee, maar de aanvoerder maakt zich nog geen zorgen. ,,We kunnen niet voortdurend vlammen. We moeten straks, om het EK te halen, vooral pieken tegen België en Turkije. Het klinkt misschien stom, maar die landen slaan we niet meer zoals vroeger even van het veld.''

Het is ook weer overdreven te stellen dat hij gerust is op de toekomst van de ploeg. Zo spookte het WK in Japan, waar Nederland eind vorig jaar slechts zesde werd, lang door zijn hoofd. ,,Natuurlijk hebben we daar als ploeg gefaald. Aan de andere kant is het onterecht dat we in de pers volledig zijn afgemaakt. Daar ben ik redelijk verbitterd over geweest. Het was super geweest als we in Japan eerste waren geworden. Maar dan hadden we wel gespot met de wetten van de topsport. In vergelijking met het EK van '97 ontbraken twee belangrijke basisspelers, Peter Blangé en Henk-Jan Held, en ook Olof van der Meulen was er niet meer bij. Dat is in het volleybal heel veel. Tijdens het WK raakten we ook nog Richard Schuil kwijt door een blessure.

,,Ik was tevreden geweest met een bronzen medaille. Maar vooraf kan je niet zeggen dat we voor de derde, vierde plaats gaan. Dat wordt niet geaccepteerd. Want Nederland is wel de olympisch kampioen. Met die erfenis zitten we. Dat zie je nu ook weer. De ploeg verliest in Canada en meteen staat de televisie op Schiphol. We zullen nog wel meer tegenslagen krijgen. De vorige generatie had tien jaar nodig om goud te winnen en in die periode zijn er ongelooflijke klotedingen gebeurd.''

Toch moet ook Van de Goor erkennen dat het met de mentaliteit van de ploeg bij het WK zorgelijk was gesteld. Het brave Nederland was een te makkelijke prooi. ,,We hebben geen straatvechters in de ploeg. En die hadden we vroeger wel. Blangé, Van der Meulen, zij gooiden als het nodig was olie op het vuur. Soms ging dat heel ver. Ja, ook ik kreeg weleens wat naar mijn hoofd. Nu sla je godverdomme die bal er een keer in, anders kan je beter op de bank gaan zitten. Ik kon daar wel tegen, zag het als een uitdaging. Dan sloeg ik zo'n bal erin en liep dan straal voorbij de speler die naar me had staan schreeuwen.''

Van de Goor, international sinds 1990, beseft dat hij in de huidige ploeg op z'n tijd de boeman moet zijn. Maar is hij daar wel een type voor? ,,Ik heb al spelers verrot gescholden. Zelfs mijn eigen broer Mike. Ik ga niemand imiteren en gekke dingen doen. Maar ik heb steeds minder moeite onaardig te doen. Het gaat om het belang van de ploeg. Als iemand mij voor de voeten loopt, dondert hij maar op. Door lief en aardig tegen elkaar te zijn, kom je geen stap verder. Daar moet een aantal spelers nog van doordrongen raken. Mooi hoor, dat verhaal dat volleybal zo'n fijne teamsport is. Daar klopt dus niets van. Iedereen speelt zijn eigen wedstrijd en moet zijn werk doen. Als jij het goed doet, help je de anderen. Ik wil elke keer als ik het veld opstap de beste zijn.''

De naam van Peter Blangé is een paar keer gevallen. De spelverdeler werd vorig jaar na problemen met bondscoach Toon Gerbrands en een aantal medespelers uit de selectie gezet. Nu wordt weer over een rentree gesproken. Van de Goor is duidelijk in zijn mening: Blangé moet terugkomen. ,,Het is een rare gedachte dat de beste spelverdeler van de wereld straks thuis op de bank naar de Olympische Spelen zit te kijken.''

Ook Van der Meulen, beter bekend als de vuilnisman - omdat hij de moeilijkste ballen nog goed weet te raken, zou volgens Van de Goor een versterking van de selectie betekenen. Hij betreurt het dat de stoïcijnse Fries heeft besloten niet terug te komen. Gerbrands reisde er begin dit jaar speciaal voor naar Japan, waar Van der Meulen speelt. Van de Goor: ,,Olof was de ideale man geweest om, en dat bedoel ik positief, het klootzakken-gehalte bij ons op te krikken.''

Van de Goor noemt het ,,bijna een verplichting'' serieus te proberen Blangé terug te halen. Dat sommige spelers een rentree van de mondige veteraan misschien niet zien zitten, kan hem niets schelen. ,,Iedereen heeft toch hetzelfde doel? Zo ver mogelijk komen in Sydney. Dan is het even niet van belang dat sommige mensen elkaar een klootzak vinden. De ego's moeten aan de kant. En let maar op, als ze straks winnen, zijn ze de beste vrienden.''

De problemen met Blangé begonnen toen Gerbrands hem het aanvoerderschap ontnam en met het oog op de toekomst Van de Goor, de vedette van de nieuwe generatie, tot de leider benoemde. Blangé voelde zich in zijn eer aangetast. Zou Van de Goor de band eventueel weer willen afstaan aan de spelverdeler? ,,Als dat een punt van discussie wordt, moeten we er over praten. Ik ben tot twee keer toe gevraagd aanvoerder te worden. De eerste keer ging het niet door omdat Peter er zo'n moeite mee had. In het belang van de ploeg heb ik die band toen weer teruggegeven. Daarna ben ik het definitief geworden. En ik vind het een eer. Het is in mijn carrière weer een stapje extra. Dus ja, wat moet ik er van zeggen?'' Maar na een korte stilte zegt hij: ,,Ik word liever eerste als niet-aanvoerder dan tweede als aanvoerder.''

Hij trof Blangé afgelopen seizoen veelvuldig in de Italiaanse competitie. Hun eerste ontmoeting, amper een week na het WK, was best spannend. ,,We moesten voor de Super Cup tegen Treviso spelen. Je vraagt je dan toch af hoe hij reageert. Maar er was niets aan de hand. We hebben in de zaal over koetjes en kalfjes staan praten, niet eens echt over het WK. Ja, hij zei dat hij het jammer vond dat we zesde waren geworden. Ik merkte meteen dat hij niet rancuneus was ten opzichte van mij. Andersom was dat ook niet zo.'' Eén keer, ergens in maart, ging hij met een duidelijke reden bij Blangé op bezoek in Treviso. ,,Ik wilde weleens van hem weten hoe het met het Nederlands team zat. Nou, volgens mij heeft Peter de deur nog niet dichtgegooid.''

Als geen ander heeft hij de afgelopen maanden kunnen zien hoe goed Blangé nog steeds is. Zijn club Modena speelde in vijf maanden tijd liefst acht keer tegen Treviso met Blangé en verloor al die wedstrijden, de laatste twee in de finale van de play-offs. Modena had vooral in de beginfase van de competitie te kampen met vele blessures. Ook Van de Goor was een maand uitgeschakeld met een geblesseerde enkel die zelfs twaalf dagen in het gips moest. Modena stond op een bepaald moment zelfs achtste in de competitie en eindigde uiteindelijk als vierde. Daarna kwam de ploeg alsnog op gang en werd de finale van de play-offs bereikt.

,,Natuurlijk is Treviso de terechte kampioen'', blikt hij terug. ,,Maar er spoken na zo'n competitie altijd nog wel wat cruciale momenten door je hoofd. Zoals die ene bal in de tweede finalewedstrijd tegen Treviso. We hadden de eerste set gewonnen en stonden in de tweede op setpoint. We kregen de kans het winnende punt te maken. Ik vroeg aan onze spelverdeler (Vullo, red) een steek, een snelle bal over lange afstand, hij gaf 'm, maar te hoog. De bal ging over me heen en viel aan de andere kant van het net buiten de lijn. Weg kans op 2-0. Het was de enige keer in het hele seizoen, in wedstrijden én trainingen, dat zo'n steek misging. Het had de ommekeer kunnen betekenen. Als wij die partij hadden gewonnen, hadden we weer gelijk gestaan en twee dagen later een derde en beslissende wedstrijd moeten spelen. Dan was alles ineens omgedraaid geweest.''

En zo won Modena, de landskampioen van 1996 en '97, dit seizoen geen enkele prijs. Dat was voor Van de Goor voor het eerst in zijn vijf jaar bij de club. In combinatie met het slechte WK met Nederland kan de 2,09 meter lange middenman over een mislukt jaar spreken. Daarom snakt hij nu ook naar succes. Het grote doel is een olympische medaille, maar eerst moet Nederland zich nog voor Sydney kwalificeren en dat zal zeker niet meevallen. ,,We hebben een paar goede resultaten nodig. Dat geeft zelfvertrouwen'', zegt hij. Daarom zal de captain, ook al heeft hij amper vier traningen achter de rug, vandaag en morgen in Rotterdam meedoen tegen Brazilië. Van de Goor: ,,Het komt allemaal vrij snel, maar een weekeindje Ahoy' met de Brazilianen is gewoon leuk. Daar sta ik liever tussen dan dat ik op de bank of de tribune zit.''

Pas na Sydney 2000 gaat hij meer aan zichzelf denken. ,,Dan neem ik in ieder geval een keer een hele zomer vrij. Mijn lichaam moet eens helemaal tot rust komen. Ik heb inmiddels al de nodige problemen gehad. En met deze volle speelagenda's is het gewoon wachten totdat je fysiek een keer helemaal instort. Typerend is wat dat betreft het verhaal van Cantagalli, de Italiaanse volleyballer. Hij had last van zijn elleboog en ging in Amerika naar een dokter, een specialist uit het honkbal. Werd hem gevraagd hoe lang hij rust hield. Twee weken per jaar dus. Dan zijn we uitgepraat, zei die dokter toen. Dag, meneer.''