Correspondentie

In het kampmuseum van Majdanek tref ik een schrijven van Technisches Büro und Fabrik H. Kori GmbH, Dennewitzstrasse 35, Berlijn, gespecialiseerd in `Abfallverbrennungsöfen aller Art', gedateerd de 25ste oktober 1941, gericht aan de SS Obersturmbannführer Lenzer in Lublin. De brief handelt over het bouwplan voor een aantal ovens in het `Lager', plus een aansluitende `Abtrockenraum' en `Desinfectionsraum'. `Onze tekening blad 2 CJ nr 9079 toont de oplossing van het ruimteprobleem voor in totaal 5 stuks crematoriumovens, waarvan nr 5 in het midden als reserve-oven is bedoeld.'

Het is een brief die blijft spoken. Net als de rekening die ernaast ligt: aan de firma Paul Reimann in Breslau, 200 kg mensenhaar, 100 mark. 50 pfennig per kilo. Het valt niet te ontkennen: duizenden hebben op afstand actief aan de Holocaust deelgenomen. Alleen al in Berlijn stonden reeksen ministeries en SS-hoofdkwartieren, grote, zoemende kantoren met honderden ambtenaren. Er waren eindeloze vergaderingen over kamprantsoenen, medische experimenten, treintarieven. Bij de SS, het ministerie van Economische Zaken en de Reichsbank werden sieraden, kleren en andere bezittingen in enorme aantallen geregistreerd en gedistribueerd. Bij de Pruisische Munt hielden tientallen Berlijners zich bezig met het omsmelten van gouden kiezen.

Nee, mijnheer Kori en mijnheer Reimann hebben nooit iets geweten. Of, zoals men soms zegt: ze wisten genoeg om zeker te weten dat ze niets meer wilden weten. De geschiedenis wordt hier alleen geschreven door de slachtoffers. De meeste daders zijn opgelost.