Charmante netwerker

Ambitie valt regiseur Ivo van Hove, artistiek leider van Het Zuidelijk Toneel, directeur van het Holland Festival en aanstaand artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, onmogelijk te ontzeggen. ,,Een van die schrandere jonge Vlamingen'' werd hij tien jaar geleden genoemd in deze krant. Die kwalificatie schiet inmiddels ruimschoots te kort - en niet alleen omdat hij nu veertig is.

Van Hove, apothekerszoon uit Belgisch Limburg, doorliep de RITCS in Brussel, een instituut met opleidingen op het gebied van film, toneel, journalistiek en televisie. Hij maakte deel uit van de zogeheten `Vlaamse golf', een lichting jonge kunstenaars die in de jaren tachtig groot succes boekte.

Met Lucas Vandervost richtte hij toneelgroep De Tijd op, waar hij zich ontwikkelde tot een regisseur met oog voor psychologie en - onder invloed van zijn levensgezel en nog altijd vaste vormgever Jan Versweyveld - vormgeving. In 1990 trad hij aan als artistiek leider van Het Zuidelijk Toneel.

Hij zette het na het vertrek van Gerardjan Rijnders stuurloos geraakte gezelschap weer op de kaart met spraakmakende ensceneringen van enigszins vergeten stukken. In Eugene O'Neills Het begeren onder de olmen figureerden echte koeien, een dreigend rommelend, constant aanwezig geluidsdecor verhoogde, als in een film, de broeierige spanning in Julien Greens Het Zuiden. Zijn voorkeur voor heftig, fysiek spel, zoals in Sophokles' Ajax/Antigone en Jean Genets Splendid's, verraadde de invloed van zijn leermeester, de actrice Dora van der Groen, vaste gastregisseur bij Het Zuidelijk Toneel.

Van het intense, psychologisch toneel ontwikkelt Van Hove's werk, dat sterk wisselend van kwaliteit is, zich de laatste jaren tot technisch vernuftig, op effect gericht abstract theater. Zijn ensceneringen van Caligula, Romeo en Julia en ook van India Song, dat deze week in première ging, zijn daar voorbeelden van. Dit abstracte theater vertoont soms de trekken van modieuze en handige plaatjesreeksen, schatplichtig aan de videoclip en zonder al te veel diepgang.

Van Hove geldt als een uitstekend organisator. Hij weet zich te omringen met de juiste mensen, die de vloer aanvegen waarop hij danst. Hij is charmant, een netwerker par excellence, vormelijk en gereserveerd, maar toch een makkelijke prater. Met zijn dubbelfunctie werkt hij zeven dagen per week en ziet hij ook nog kans om, behalve voor Het Zuidelijk Toneel, gastregies elders te doen.

Als hij straks voor de tweede keer in de voetsporen van Gerardjan Rijnders treedt, zal hij, volgens het bestuur van het Holland Festival, ook nog festivalleider blijven. Dat klinkt wat al te ambitieus. Toneelgroep Amsterdam is vijf maal zo groot als Het Zuidelijk Toneel, wat betreft het budget, het tableau de la troupe en het jaarlijkse aantal premières.

Bovendien zal hij ongetwijfeld zijn eigen vaste groep acteurs en medewerkers naar Amsterdam halen, wat het in splendid isolation opererende Toneelgroep Amsterdam niet licht zal vallen. Naast dat zware karwei ook nog een festival programmeren lijkt wat veel hooi op de vork, zelfs voor een workaholic als Van Hove.