BORSTONDERZOEK BIJ 50-VROUWEN BLIJFT ONOPGELOST DILEMMA

Vrouwen tussen de 50 en 76 jaar kunnen eens in de twee jaar meedoen aan een bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Mits vroeg opgespoord is borstkanker goed te behandelen, vaak zonder borstamputatie. Berekend is dat in Nederland hierdoor jaarlijks 600 tot 700 vrouwen minder aan borstkanker overlijden. Al jaren wordt gediscussieerd over de vraag of de minimumleeftijd voor de screening niet omlaag moet tot 40 of 45 jaar. Belangrijkste argument is dat een kwart van de vrouwen met borstkanker jonger dan 50 is. Probleem is dat op borstfoto's van premenopauzale vrouwen knobbeltjes die op kanker duiden nauwelijks zijn te onderscheiden van normale verdichtingen in het hormoongevoelige weefsel.

In twee grote Britse onderzoeken kregen enkele tienduizenden vrouwen van 45 jaar en ouder een borstonderzoek. Gedurende 14, respectievelijk 16 jaar werd bijgehouden hoeveel van hen aan borstkanker stierven. Dit getal werd vergeleken met de sterfte onder vrouwen die pas vanaf hun vijftigste gescreend waren (The Lancet, 5 juni). Beide onderzoeken meten een significant lagere sterfte aan borstkanker onder de vrouwen die vanaf hun 45ste onderzocht waren en sporen daarmee goed met de uitkomsten van vergelijkbare metingen elders. Daarmee lijkt de zin van leeftijdsverlaging aangetoond.

De schrijfster van het begeleidende redactionele commentaar trekt dit in twijfel. Zij stelt de vraag of het te verwachten resultaat in termen van gewonnen levensjaren wel opweegt tegen de extra kosten en de overlast. Zij kan zich binnen de gezondheidszorg andere bestedingen voorstellen, waar misschien wel meer mensen van kunnen profiteren. Bovendien voert zij aan dat veel `verdachte' borstfoto's van vrouwen onder de vijftig op vals alarm berusten. In ons land heeft ongeveer de helft van de vrouwen met een afwijkende borstfoto geen borstkanker. In de VS is gevonden dat bij slechts een op de twintig vrouwen tussen de 40 en 50 waarbij de borstfoto een verontrustend beeld laat zien, echt iets aan de hand is. Dat leidt onnodig tot een spannende tijd bij betrokkenen, tot achteraf gezien onnodige puncties en verdere diagnostiek en tot hoge kosten.

Tegen een lagere minimumleeftijd kan echter ook heel anders worden aangekeken. Zo is de redenering dat elk gered leven op zichzelf al de moeite waard is, moeilijk te weerleggen. Daarnaast zijn veel vrouwen vóór zo'n uitbreiding van de screening, omdat hun dat een gevoel van veiligheid geeft. Soms is dat gevoel gebaseerd op onterechte opvattingen: er zijn vrouwen die denken dat borstkanker alleen met dit onderzoek is op te sporen en dat een goede foto haar vrijwaart van borstkanker.

Nog meer langlopende onderzoeken leveren volgens de commentaarschrijfster geen nieuwe argumenten meer om een ferme beslissing te nemen over het aanbieden van borstkankerscreening aan vrouwen jonger dan 50. Beter vindt zij het om te erkennen dat kanker, en dan vooral borstkanker, vrouwen angst aanjaagt en beleid te ontwikkelen dat die angst serieus neemt. Gezondheidsvoorlichting en onderzoek naar een betere diagnose en behandeling van borstkanker zijn hierbij onmisbaar.