ARGENTIJNS STUWMEER ONTSTOND DOOR VALLENDE BROKKEN

Nabij het Argentijnse dorpje Alemania stroomt de rivier Rio de las Conchas over zo'n 1.200 meter door een kloof. De kloof is zo'n 100 meter diep en is uitgeslepen in een zandsteen die bestaat uit chaotische brokken. De directe omgeving bestaat uit zandsteen met een identieke petrografische samenstelling, maar normaal gelaagd en zonder merkwaardige `brokken'. Aanvankelijk werd het pakket brokken toegeschreven aan een prehistorische modderstroom die ontstaan zou zijn doordat vulkanisch materiaal, na met water te zijn verzadigd, van een steile helling in het dal afgleed. Bill Wayne, geoloog van de Universiteit van Nebraska, komt nu met een andere verklaring (Geomorphology 27, blz. 295).

Het brokkenpakket blijkt te bestaat uit een massa die ooit tijdens een aardbeving van circa 200 m hoger omlaag is gevallen. Wayne schat die massa op 60 miljoen kubieke meter. De enorme massa rotsblokken en gruis, minimaal 75 meter hoog, damde de rivier af en achter de massa ontstond een natuurlijk stuwmeer dat zo'n 16 km lang was. In dat meer ontwikkelde zich een nieuwe fauna, met onder meer schelpen van het geslacht Biomphalaria, waarvan de oudste fossielen zijn gedateerd op 4.800 - 5.000 jaar oud. Deze afzettingen zijn over grote delen van het `stuwmeer' zo'n drie meter dik. Op grond daarvan wordt geschat dat de bergstorting zo'n 6.000-5.500 jaar geleden plaatsvond.

De uit voornamelijk enorme blokken opgebouwde `stuwdam' was, hoewel zich in de loop der tijd ongetwijfeld fijner materiaal nestelde in de open ruimtes, waarschijnlijk nogal permeabel. Waarschijnlijk kon het rivierwater daardoor meestal gewoon worden afgevoerd. Alleen tijdens perioden van hoge waterafvoer werd zoveel toegevoerd dat daarmee het meer kon worden opgebouwd. Op den duur ontstond echter toch een niet langer stabiele situatie, hetzij doordat zich een natuurlijke `tunnel' door de dam had ontwikkeld (een bekend proces), hetzij dat het water plaatselijk de top van de dam bereikte en daar een depressie in uitschuurde. Hoe dan ook, het meer liep plotseling leeg, waarschijnlijk binnen enkele dagen. Dat moet gepaard zijn gegaan met een enorme vloedgolf, want grote brokstukken zandsteen worden tot 4 km stroomafwaarts aangetroffen.

(A.J. van Loon)