Zweden verrast met zee van borsten

Er dondert onweer boven Venetië – hoewel, onweer, de hemel is blauw en aan de lucht is geen wolkje te bekennen. Toch rommelt het boven het Artiglierie-gebouw. Maar zie, meteen bij de ingang staat een enorm rek, waarin tientallen stoelen, banken en bedden aan touwen zijn opgehangen. De zitvlakken zijn bespannen met koeienhuid. Normaal wordt dit enorme drumstel van de Chinese kunstenaar Chen Zhen door Tibetaanse monniken bespeeld, nu staat bezoekers van de Biennale zich er met grote houten stokken op uit te leven. Een gedistingeerde Italiaan met grijze baard probeert wat artistieke roffels. Hij kijkt er verbeten bij.

De Artiglierie is een van de nieuwe locaties die Harald Szeemann, de nieuwe Biennale-directeur, heeft uitgekozen voor de Aperto, de hoofdtentoonstelling die hij zelf samenstelde. Voorheen vond die louter plaats in de Corderie, een monumentaal pakhuis uit 1585 van 316 meter lang, 21 meter breed en 10 meter hoog. Szeemann heeft ook de achterliggende gebouwen bij de tentoonstelling betrokken, allemaal in dezelfde tijd als de Corderie gebouwd, en hoewel niet allemaal zo groot, zeker zo indrukwekkend. Bovendien liggen ze in een prachtig industrie-landschap, dat wordt gedomineerd door oude pakhuizen en hijskranen die langs het water staan te roesten.

In een dergelijke omgeving is niet veel plaats voor subtiele emoties. Net als op de landententoonstelling van de Biennale overheersen op de Aperto, waaraan wel honderd kunstenaars meedoen, de grote werken. Soms gaan die opnieuw over de oorlog, zoals de 2,5 ton zware vrachtwagen van de Koreaan Kim Soo-Ja, die is volgestouwd met veelkleurige `knapzakken'. Het werk is opgedragen aan Kosovaarse vluchtelingen; je vraagt je af hoe deze vrachtwagen begin september bekeken zal worden, als de oorlog er misschien heel anders uitziet.

Van heel ander kaliber zijn de auto's die de Amerikaan Jason Rhoades gebruikt. Hij maakte voor deze Biennale twee emorme installaties. De opvallendste, die hij samen met de Deense kunstenaar Peter Bonde maakte, vult het hele Deense paviljoen op de Giardini en gaat over kart-racen. En dat zal de toeschouwer weten. Door de zalen dendert het geluid van racewagens, honderden gele, rode en blauwe autobanden liggen door de ruimtes verspreid, en overal staan barbecues, reparatiekisten en televisiemonitoren die racebeelden uitzenden. In de Artiglierie richtte Rhoades samen met zijn Amerikaanse collega Paul McCarthy een installatie op die nog het meest lijkt op een eerbetoon aan de donut. Die liggen in ieder geval door de hele ruimte verspreid, in het echt, maar ook van opblaasplastic en hardboard, soms meters hoog. Aan dit werk kleeft echter het bezwaar dat Rhoades' installaties wel vaker hebben: de toeschouwer raakt snel onder de indruk van de hoeveelheid en de grootte, een dwingend verband tussen de honderden objecten in de ruimte is echter ver te zoeken.

Dan liever de bijdrage van Job Koelewijn, naast Daan van Golden de enige Nederlander op deze Biennale. Net als Van Golden schreeuwt Koelewijn zijn aanwezigheid niet van de daken, maar zijn werk past wel goed tussen de vele `omgevingskunst' op deze Biennale. In de Artiglierie stucte hij, dakpansgewijs, een muur met babypoeder. De stof brokkelt op sommige plekken van de muur en verspreidt een aangename, onnadrukkelijke geur – een zachte kracht die pas doordringt als de toeschouwer de tijd voor het werk wil nemen. Dat geldt ook voor het werk van de Zweedse Miriam Bäckström – een van de verrassingen van deze Biennale – die zich met stille tragiek durft bezig te houden. Dat wordt goed zichtbaar in haar prachtige fotoserie Estate of a Deceased Person, gemaakt in het huis van een man die net is overleden. Op de foto's is niemand te zien, niets persoonlijks; de erfgenamen hebben bezit genomen van deze brave oude-mannenwoning. Een kamer is al leeg, over de leunstoelen hangen handdoeken, in de keuken staan dozen op het aanrecht. En dan is er ineens de linnenkast, met open deur waarvan de binnenkant is volgeplakt met foto's van enorme borsten. Ze vormen een zee van verborgen borsten, die het beeld van woning en eigenaar verandert. De plaatsvervangende schaamte die daarbij ontstaat blijft nog lang hangen.