Verzoening of vergelding

Precies tien jaar geleden begon het ijzeren gordijn te scheuren. Sindsdien zijn kansen gegrepen en vriendschappen verbroken. Drie boeken van deelnemers over dissidenten en conformisten in Tussen-Europa.

Wie de film terug spoelt, kijkt ontroerd naar het jaar `1989'. Wat achteraf nog het meeste verrast is dat niemand het zag aankomen. Ook niet tijdens het symposium van de dissidente beweging Charta 77 in november 1988, toen aan de ontbijttafel van hotel Pariz onder onze neus Vaclav Havel werd gearresteerd. De partijkrant Rude Pravo sprak de volgende dag over het symposium dat niet doorging als `een poging tot psychologische oorlogsvoering met medewerking van diverse NAVO-organen'. Het `reëel bestaande socialisme' was massief, intimiderend en voor de eeuwigheid bedoeld. Een jaar later was Havel staatshoofd en kneep zich ongelovig in de arm.

Sindsdien zijn we een decennium lang getuige van het einde van Tussen-Europa, de landen die altijd altijd beklemd zaten tussen Duitsland en Rusland en nu de mogelijkheid hebben in vrijheid hun weg te bepalen. Daarmee zijn deze naties voor het eerst in eeuwen bevrijd van de existentiële angst die zo bepalend was voor hun geschiedenis. En worden wij misschien verlost van een permanente bron van onrust, die tweemaal aanleiding was voor een wereldoorlog.

Ondanks deze gebeurtenissen op onze drempel is de mentale afstand tussen Oost en West groot gebleven. De politieke toenadering is op alle fronten zichtbaar maar de culturele belangstelling voor deze landen lijkt verflauwd. Daarom is het werk van auteurs als Timothy Garton Ash, Adam Michnik en György Konrád belangrijk. Zij weten wel de aandacht vast te houden voor `the sick heart of Europe', zoals de historicus Seton-Watson het ooit omschreef.

Wanneer werd de val van de Muur in gang gezet? Volgens de Britse historicus Timothy Garton Ash is het begonnen met Johannes Paulus II. Zonder de verkiezing van een Poolse paus in 1978 en diens rondreis door Polen een jaar later, was de onafhankelijke `vakbond' Solidarnosc nooit ontstaan en was deze bres in het communisme in Polen niet geslagen. Er bestaat in zijn ogen een direct oorzakelijk verband tussen het begin van het pontificaat van de Poolse paus en het einde van de Koude Oorlog twaalf jaar later.

Onmiskenbaar begon `1989' in Polen: met de ronde-tafelbesprekingen tussen oppositie en regering in april, de eerste vrije verkiezingen in juni en de eerste niet-communistische premier Mazowiecki in augustus van dat jaar. Zonder die zeer Poolse mengeling van katholicisme, nationalisme en liberalisme waren de dominostenen veel later in beweging gekomen. `When Gorbatsjov gave an inch, the Poles took a mile', aldus Garton Ash in een nieuwe verzameling essays die zijn talent als `historicus van het heden' op een jaloersmakende manier bevestigt.

Eén van de helden van `1989' was de Poolse dissident Adam Michnik, tegenwoordig hoofdredacteur van het dagblad Gazeta Wyborcza. Michnik ziet zichzelf als deel van de generatie-68, zo blijkt uit een gesprek met Daniel Cohn-Bendit (Parijs, mei `68) dat is opgenomen in zijn recente Letters from freedom. Natuurlijk ziet hij de verschillen, maar desondanks benadrukt Michnik de anti-autoritaire houding die de opstandigen in Oost en West deelden. In weerwil van die bekentenis heeft Michnik in Polen altijd de moeilijke kunst van het compromis bedreven, ook na 1989. Al vanaf 1976 stond hem het Spaanse voorbeeld van de geweldloze overgang naar een democratie voor ogen. Dat is in Letters from freedom goed gedocumenteerd met zijn uit die stormachtige lenteweken van 1989. `Jullie de president, wij de premier', schreef hij. En zo ging het ook: Jaruzelski werd president en Mazowiecki premier.

Vooral zijn gesprek met Jaruzelski in april 1992 is fascinerend. Hier zitten dader en slachtoffer tegenover elkaar en praktizeren een bijzondere vergevingsgezindheid. Opmerkelijk is hoe dicht Michnik de generaal nadert wanneer die zegt dat de staatsgreep van december 1981 nodig was om een Russiche invasie te voorkomen: `Jaruzelski en de zijnen hebben het land gered. Niet omdat ze hooggestemde patriotten waren, maar omdat ze hun eigen posities en macht verdedigden'. Wij waren ook schuldig aan het uitroepen van de noodtoestand, omdat we er niet in slaagden een dialoog aan te gaan, voegt Michnik berouwvol toe. Jaruzelski op zijn beurt vraagt begrip voor hen die toch geprobeerd hebben hun land te dienen in publieke functies. Waarna hij plots uitlegt hoe slecht zijn huisvesting nu is, hoewel hij veertig jaar generaal en tien jaar de belangrijkste persoon in de staat is geweest: `Maar ik klaag niet over mijn situatie'. Mijmerend: `Het kleinere of het grotere kwaad: dat heeft me mijn hele leven beziggehouden'.

Verzoeners

De stelligheid van Jaruzelski en Michnik over het grootste kwaad is inmiddels danig onderuit gehaald door de opening van de archieven. Vladimir Boekovski heeft in Jugement à Moscou (1995) bijvoorbeeld de notulen van de zitting van het Politbureau van de CPSU op 10 december 1981 opgenomen. Daaruit blijkt dat KGB-chef Andropov en partij-ideoloog Soeslov een militaire interventie ondenkbaar achtten. Minister van buitenlandse zaken Gromyko zou zijn ambassadeur in Warschau zelfs opdragen om Jaruzelski daarvan op de hoogte te stellen.

Maar misschien komt de verzoeningsgezindheid van Michnik niet zozeer voort uit historische waarheidsvinding als wel uit praktische wijsheid. Want hoe om te gaan met de overblijfselen van het ancien régime? Zuivering of verzoening? Nergens heeft Michnik zijn houding beter samengevat dan in de formule `voor amnestie en tegen amnesie'. In een gesprek met Havel (ook in de bundel opgenomen) zijn beiden het eens dat zuiveringen en collectieve schuld niet de juiste weg zijn. Havel vertelt over zijn bedenkingen tegen de zuiveringswet, die hij als president moest ondertekenen en die hele categorieën communistische functionarissen uit het publieke leven verwijderde.

Garton Ash gaat uitvoerig in op het contrast tussen Polen, waar men lange tijd een streep onder het verleden wilde zetten, en Duitsland waar honderduizenden zijn doorgelicht op hun Stasi-contacten. Hoewel hij veel voelt voor de Poolse weg, stelt hij vast dat gaandeweg het Duitse model navolging krijgt. Waarom? In Polen, Hongarije en andere Oost-Europese landen, waar geen zuivering heeft plaatsgevonden, zijn de oude communistische partijen in een nieuwe gedaante weer aan de macht gekomen. In Oost-Duitsland en Tsjechië daarentegen is dat niet gebeurd. Een te simpele stelling, meent Garton Ash, maar `het is waar dat in Polen en Hongarije de nieuwe democratieën onder druk zijn komen te staan door een gebrek aan zuivering, mede van de huidige veiligheidsdiensten'.

Ook György Konrád schrijft in zijn opstelbundel Die unsichtbare Stimme op zijn typerende, traag beschouwende, wijze over vergelding en vergeving. `Vergeving heeft een twijfelachtige kant. Het kan namelijk niet enkel een persoon betreffen, maar ook begrip achteraf betekenen voor een daad, dat wil zeggen de relativering daarvan. Met de schuldigen kan men zich verzoenen, maar met de begane misdaad niet'. `Noch wraak noch vergeving', aldus Konrád.

Communisten

Na tien jaar heeft de geschiedenis in Polen, Hongarije en Tsjechië een gelukkige wending genomen. Maar had het ook anders kunnen lopen? Zou er in het Oosten, na alle omwentelingen en onzekerheid, niet opnieuw een grote hang kunnen ontstaan naar collectieve identiteit: nu om zich te beschermen tegen de ontworteling door de liberale markteconomie. De geschiedenis lag immers werkelijk open.

Vooral Michnik maakte zich aanvankelijk grote zorgen. Hij was zich bewust van de schaduwzijde. In het mooiste essay in Letters from freedom behandelt hij twee tradities in Polen: die van kardinaal Wyszynski en van de schrijver Witold Gombrowicz. Terwijl Wyszynski de collectieve vorm van het katholieke Polendom als bastion cultiveert tegenover de vreemde overheersing, ziet Gombrowiz in deze traditie de bron van alle zwakte tegenover het communisme. Slechts een weerbarstig individualisme biedt uitkomst. `Je bent je hele leven voor Polen op de knieën gevallen. Probeer nu eens het tegenovergestelde. Sta op. Bedenk dat jij niet alleen Haar moet dienen - dat Zij ook jou moet dienen, jouw ontwikkeling', schrijft hij in zijn Dagboek.

Volgens Michnik was het zonder het wat parochiale en conservatieve katholicisme na de oorlog waarschijnlijk nooit gelukt om zoveel vrijheden in Polen te conserveren. Tegelijk moet ook de kerk in het reine met haar eigen verleden komen, vooral met het anti-semitisme. Michnik is bang dat na het eerste verraad der klerken onder het communisme, nu een tweede verraad zal volgen: de val voor een dogmatisch katholicisme en nationalisme: `De geest van kardinaal Wyszynski heeft ons voor het eerste beschermd, moge de scherpe en raillerende toon van Witold Gombrowicz ons voor het tweede beschermen'.

Maar vanaf medio jaren negentig, na de verkiezingen van de ex-communist Kwasniewski, is zijn thema de `restauratie' die op elke revolutie volgt. Michnik oordeelt gematigd over de `fluwelen restauratie'. `De Polen willen een normaal leven. (...) Ze willen rust. Ze willen recht op respect voor hun eigen biografie, onafhankelijk van de vraag of die biografie in het teken stond van de Pools volksrepubliek, de communistische partij, dan wel van de anticommunistische oppositie. Wie dit niet begrijpt, begrijpt niet veel van het huidige Polen'.

De voorbeelden Meciar en Miloševic illustreren dat het anders had kunnen aflopen. Garton Ash behandelt de opkomst en neergang van Meciar in Slowakije. Net als bij andere voormalige communisten die zich in een nationaal gewaad hullen, berustte zijn macht op controle over de staatstelevisie, de geheime dienst en de `privatisering van nomenklatura'. Uiteindelijk bleek hij toch geen stand te houden in een land dat omgeven is door welvarender naties die aansluiting vonden bij het Westen.

De Slowaakse geschiedenis zou enige hoop kunnen bieden voor de toekomst van Servië. De kansen op een democratische doorbraak daar liggen door het versplinterde karakter van de oppositie, die ook nog eens overwegend nationalistisch is, veel verder weg. Maar wat in 1996 niet lukte, kan mede onder Westerse druk nu misschien wel lukken. In Slowakije werd in ieder geval duidelijk dat het handhaven van Meciar een prijs had: uitsluiting van het Midden-Europa dat door het Westen werd omarmd, een prijs die zo hoog was dat de oppositie zich aaneensloot en de verkiezingen won.

Op basis van deze vergelijking komt Garton Ash tot een verrassende slotsom. Etnisch homogenere naties als Polen, Hongarije of Slovenië hebben meer mogelijkheden een stabiele democratie te worden en aansluiting te vinden bij het Westen, dan etnisch verdeelde naties als Slowakije en Servië. De minderhedenproblematiek in veel landen blijkt een springplank voor nationalisme en autoritair bestuur. Kroatië heeft na de ontruiming van de Krajina, door het Westen stilzwijgend mee georganiseerd, volgens Garton Ash daarom kansen zich uiteindelijk van de erfenis-Tudjman te ontdoen. Wat is de toekomst van de multi-etnische protectoraten, die het Westen in Bosnië en straks in Kosovo overeind probeert te houden, vraagt hij zich derhalve af.

Tien jaar na 1989 doemt ook een ander verhaal op, het verhaal van oppositionele vriendenkringen die uiteenvallen. Niet alleen omdat de gemeenschappelijke vijand is verslagen en er dus alle ruimte is voor meningsverschillen. Maar meer nog omdat alle opposanten van weleer opgeslokt zijn door de moderne arbeidsdeling: de een is redacteur, de ander advocaat, een derde programmeur. De magie is weg.

Vooral Garton Ash heeft een buitengewoon goed ontwikkeld gevoel voor die ironie en melancholie van Midden-Europa. Bijvoorbeeld in zijn stuk over de adjunct-hoofdredacteur van de Gazeta Wyborcza, Helena Luczywo. Hij verhaalt van zijn eerste ontmoeting met haar in 1980. De keuken van het appartment is vol mensen die in en uit rennen. Helena heeft een lange geschiedenis achter de rug bij het illegale en oppositionele krantje Robotnik. Ook na het uitroepen van de noodtoestand zal ze blijven werken voor de ondergrondse pers. Steeds meer de uitputting nabij, doorkruist ze Warschau in haar kleine Fiat vol met illegaal drukwerk - haar jonge kind op de achterbank en een huwelijk in duigen. Nu is Helena een moderne manager, bezig haar krant naar de beurs te brengen met een onvoorstelbare winst die van de grondleggers van de krant miljonairs zal maken. Alleen Adam Michnik, `68 nog in de botten, heeft de aandelen geweigerd.

Garton Ash sombert over wat er verloren gaat bij alle winst: `Meer welvaart, minder gelijkheid. Meer vrijheid, minder diepte. Meer tolerantie, minder solidariteit'. Dat is de ironie van de bevrijdiging: de verleidingen van het Westerse consumentisme zijn veel moeilijker te weerstaan, dan de dwang van het Oosterse communisme. Ook Michnik laat dat verzet tegen de levensstijl van het Westen tot uiting komen, zij het licht bevoogdend. In een gesprek zegt de Poolse dichter Czeslaw Milosz, Nobelprijs-winnaar van 1980: `Ik had eenvoudigweg gehoopt dat de rijke en dramatische ervaringen van de afgelopen 45 jaar een tegengif zouden vormen dat ons zou immuniseren tegen het verlangen om zonder onderscheid alle gekte uit het Westen te omarmen'. Die hoop is vervlogen. Het nihilisme is in het Westen nog ingebed in een stabiele samenleving, maar kan in een onvoorbereid land als Polen `dezelfde werking hebben als een syfilis-epidemie op mensen die geen weerstand hebben'. Dit cultuurpessimisme illustreert dat de keuze voor het `leven in waarheid' van de dissidenten en het verlangen naar een `leven in welvaart' van de gemiddelde burger slechts kort gelijk opgingen.

Conformisten

1989 is vaak gezien als de wederkeer van Midden-Europa. Het was Milan Kundera die vijf jaar eerder een verwijt had gericht aan het Westeuropese publiek: `Het verdwijnen van het culturele thuis van Midden-Europa was ongetwijfeld voor de hele Westerse beschaving een van de grootste gebeurtenissen van deze eeuw. Hoe kan dit ongemerkt en geruisloos gebeurd zijn?' Kundera zelf gaf een verklaring. `Krachtens het politieke systeem hoort Midden-Europa bij het Oosten, krachtens zijn culturele geschiedenis hoort het bij het Westen. Maar omdat Europa zelf bezig is zijn eigen culturele identiteit te verliezen, ziet het Midden-Europa slechts als een politiek regime. Anders gezegd, het ziet in Midden-Europa slechts Oost-Europa'.

Men kan de ondergang van Midden-Europa ook anders benaderen. Het waren de Joden en de Duitsers die, voor de oorlog, de culturele draden hadden gesponnen die de landen in het midden verbonden. Door hun uitroeing en verdrijving, ging de herinnering aan wat Oost en West in het 'midden' gemeenschappelijk hadden goeddeels verloren. De joodse en duitse aanwezigheid in Midden-Europa zijn vooralsnog onvervangbaar gebleken.

Opvallend is dat vanaf midden jaren tachtig, vlak voor het aantreden van Gorbatsjov, de term Midden-Europa ineens opduikt in de geschriften van schrijvers als Kundera en Konrád. De critici hebben gelijk als ze argumenteren dat de historische dragers van het idee `Midden-Europa' zijn weggevallen. Tegelijkertijd hebben ze de kracht van deze culturele afgrenzing tegenover Rusland onderschat. De deling van Europa was toch minder massief. Andere tijden waren op til.

Tien jaar na 1989 is duidelijk dat Midden-Europa de kring van landen is die geacht wordt bij het Westen te horen. Ze zochten elkaar niet op om hun onderlinge verwantschap maar louter met het doel zo snel mogelijk door het Westen te worden opgenomen. Midden-Europa betekent op zich niet veel meer. Het is een begrip om zich van het Oosten én de Balkan te onderscheiden. Daarom was het volgens Garton Ash zo'n drama voor Slowakije onder Meciar uit die groep te vallen. Een kop in een Tsjechische krant tijdens het uiteenvallen van Tsjechoslowakije in 1992 luidde niet voor niets: `Alleen naar Europa of samen met Slowakije naar de Balkan?'.

Het mirakel van `1989' was vooral het geweldloze karakter van de omwenteling. Het Westen heeft daarop ietwat lamlendig gereageerd. De aarzeling om de nieuwe landen in de Europese Unie op te nemen zal voor Polen, Hongarije en Tsjechie weinig gevolgen hebben. Maar hoe zal de traagheid uitwerken op landen als Bulgarije, Roemenie en alle anderen die achteraan in de rij staan te dringen? Om nog maar te zwijgen over Rusland, dat ten prooi is aan verval en verwarring. Nooit heeft men echt greep gekregen op het uiteenvallen van staten, een celdeling die tot op de dag van vandaag doorgaat.

Garton Ash kritiseert in harde woorden de onjuiste prioriteit bij monetaire eenwording in de jaren negentig: `We fiddled in Maastricht, while Sarajevo began to burn'. De bloedige ontbinding van Joegoslavië heeft duidelijk gemaakt dat de vreedzame overwinning van de deling van Europa een mogelijkheid is, maar beslist geen vanzelfsprekendheid.

Onlangs heeft Konrád zich uitgesproken tegen de oorlogsvoering om Kosovo. Dat wekte verwondering. Hoe kan uitgerekend iemand met zijn joodse geschiedenis zich uitspreken tegen geweld om etnische zuivering te stoppen? Dan kent men zijn werk slecht. Hij noemt zichzelf 'pacifist'. De normen die in het verkeer tussen burgers in een staat gelden behoren volgens hem ook de betrekkingen tussen staten te regeren. Er is geen enkel excuus voor gewelddadigheid, nooit kan iemand de verantwoordelijkheid voor het doden van een medemens van zijn handen wassen. Maar hij weet: `Als we onze agressieve opwellingen in de eerste persoon meervoud uiten, dan kunnen we er zelfs op rekenen dat voor ons een monument wordt opgericht'.

Ook in Hongarije werd boos op Konrád gereageerd. Wie voor de uitbreiding van de NAVO was, moet nu ook de gevolgen aanvaarden. Dat is inderdaad het alles overheersende gevoel in de nieuwe lidstaten: geen kritiek nu we er net bijhoren. Het illustreert dat integratie vooralsnog tot conformisme leidt. Maar ooit zal het gevoel van dankbaarheid wegebben en gaan deze landen hun eigen ervaringen met aplomb verdedigen. Zacht gezegd, het zou goed zijn als tegen die tijd het culturele verkeer is hersteld. Of beter nog, als we zouden beginnen de analogie van Havel iets serieuzer te nemen: `De val van het communistische imperium is een gebeurtenis met hetzelfde historische gewicht als de val van het Romeinse Rijk. Het heeft vergelijkbare gevolgen die tegelijk goed en buitengewoon veronrustend zijn'.

Timothy Garton Ash: History of the present. Essays, sketches and dispatches from Europe in the 1990s. Allan Lane, 441 blz. ƒ67,25

György Konrád: Die unsichtbare Stimme. Essays. Suhrkampf, 334 blz. ƒ61,60

Adam Michnik: Letters from freedom. Post-cold war realities and perspectives. University of California Press, 348 blz. ƒ50,20