Uit het lood: Berichten uit de branche

Hermans

Emmy Hermans en haar zoon Ruprecht hebben blijkens een briefje van hun advocaat hun medewerking geweigerd, maar het tweede Sterfboek over de vier jaar geleden overleden Willem Frederik Hermans is toch gereed gekomen. Begin volgende maand presenteert Tonnie Luiken, voormalig maker van de WFH-Verzamelkrant, het meer dan tweehonderd pagina's dikke boek. Hij hoopt hiermee de schulden te betalen die hij zich drie jaar geleden op de hals haalde met de publicatie van het eerste Sterfboek. Dat kostte hem tienduizenden guldens door de juridische stappen die de erven-Hermans tegen het boek ondernamen, wegens schending van de auteursrechten van de schrijver. In het voorwoord tot het nieuwe Sterfboek sluit de samensteller niet uit dat er nog een derde deel zal volgen `indien ook dit deel ten prooi zal vallen aan de erven WFH'. Die kans lijkt niet zo groot, want hoewel Luiken zijn ongenoegen over de familie niet onder stoelen of banken steekt, staan er nu uitsluitend teksten óver Hermans in het boek. Die waren al lastig genoeg te krijgen door de tegenwerking van de erven, schrijft hij.

In de rubriek Hermansiana blijkt dat het voorlopig nog niet gedaan zal zijn met de roofdrukken van Hermans' werk. Zo bereiden vier anonieme boekhandelaren een chique maar illegale herdruk voor van de Klondyke-thrillers die Hermans kort na de oorlog onder pseudoniem schreef. De boekjes, gebonden en gestoken in een foudraal, moeten ƒ1000 per stuk gaan kosten. Het Sterfboek zelf zal ƒ55 kosten, de bibliofiele editie ƒ195.

Luiken hekelt de `wetenschappelijke' pretenties van het vorig jaar opgerichte Willem Frederik Hermans Instituut. Dat zal in september de auteur voorstellen van een Hermansbiografie, die geschreven zal worden in samenwerking met de familie van de schrijver. Luiken: ``Zo'n biograaf kan niet veel anders doen dan het citeren van biografen en onderzoekers die momenteel het leven zuur wordt gemaakt. Zonder bronvermelding natuurlijk, want de biografie moet een door de erven WFH gecensureerde uitgave worden!''

Het Hoogste Woord

Het gaat almaar beter met het christelijke kinderboek. Dat zegt Els de Jong van de Werkgroep Christelijke Kinderboeken, die de nominaties voor `Het Hoogste Woord', de prijs voor het beste Nederlandse jeugdboek met christelijke invalshoek organiseert. De prijs, ƒ1000 en een kunstwerk, wordt in september voor de vierde maal uitgereikt. Dit jaar wordt voor het eerst ook een prijs door een kinderjury toegekend.

Uit 26 inzendingen heeft de jury vier boeken gekozen. Brand van Erik de Gruijter is volgens het juryrapport psychologisch sterk, het geloof krijgt op een goede manier vorm, maar het omslag is minder sterk. De houten speelbal van Henk van Koesveld vereist een echte lezer, maar die krijgt dan een spannend en informatief boek, zij het dat de geloofsbeleving van de hoofdpersoon `wat statisch' blijft. Bert Wiersema's De vergeten strijd van '40-'50 is dapper, maar mist wat Indonesische couleur locale. De meest positief getoonzette beschrijving is voor Verboden voor vogelverschrikkers van Marianne Witvliet, waarover de jury oordeelt dat het `eindelijk een boek met humor' is.

``In humor zijn we traditioneel inderdaad niet zo sterk'', zegt De Jong. ``Christelijke kinderboeken zijn nog vaak saai. De grote bulk blijft ontspanningslectuur, maar er komen er steeds meer boven het maaiveld uit.''

Om het christelijk gehalte van een boek te bepalen hanteert de jury geen speciale criteria. ``We hebben een voorkeur voor boeken waarin het geloof ook een belangrijke rol speelt in het verhaal. Bij een aantal boeken is het niet meer dan een sausje. In hoofdstuk vier is het dan zondag en gaat de hoofdpersoon naar de kerk, wat de schrijver de gelegenheid geeft een hele preek af te drukken. Als dat alles is, kun je het er net zo goed uithalen.''

Maatstaf

Dezer dagen stuurt uitgeverij De Arbeiderspers een bezwaarschrift naar het Literair produktie- en vertalingenfonds. Dat besloot vorige maand de subsidie aan het literaire tijdschrift Maatstaf stop te zetten omdat het niet langer voldeed aan de kwaliteitscriteria van het fonds.

Volgens Ronald Dietz, directeur van De Arbeiderspers, heeft de commissie Maatstaf niet goed gelezen. ``Ons wordt verweten dat we bij twee nummers in de vorige jaargang gewoon de brievenbus hebben geleegd, terwijl een van die afleveringen gedeeltelijk een themanummer was. Dat is de commissie blijkbaar niet opgevallen. Bovendien wordt het redactionele beleid dat een jaar geleden nog hoopvol werd genoemd, nu plotseling als onvoldoende sturend ervaren.'' Het verwijt dat Maatstaf `ongeïnspireerd wordt gemaakt en vormgegeven' stoort de uitgever nog het meest. ``We zijn nota bene uitgekozen voor de tentoonstelling van de vijftig best vormgegeven boeken in het Stedelijk Museum.''

De directeur van het Literair Produktiefonds, Rudi Wester, kan niet zeggen of het protest van Dietz veel zal uithalen. ``Als iemand bezwaar maakt, dan wordt er een commissie samengesteld die kijkt of de procedure correct is geweest. Die gaat het blad niet opnieuw toetsen''. De afgelopen jaren heeft alleen Propria Cures het stopzetten van de subsidie aangevochten. Vergeefs, overigens.

Wat het lot van Maatstaf wordt als ook het protest van De Arbeiderspers vruchteloos blijkt, weet Dietz niet. Hollands Maandblad besloot enige jaren geleden in dezelfde situatie zonder overheidssteun verder te gaan. Dietz: ``Je kunt een sponsor gaan zoeken of fuseren met een ander blad, maar het tijdschrift heeft ook een functie als visitekaartje. Voorlopig vertrouw ik op de redelijkheid van het produktiefonds.''