Th. H. van de Velde: Het volkomen huwelijk, 1926

`Het sperma van den gekleurden riekt sterker dan dat van den blanken man. Dat van sommige Oosterlingen heeft een penetrante lucht, die zelfs aan een bokkenstal kan doen denken. Het zaad van een gezonden, West-Europesen, jongen man ruikt fris, dat van den geheel volwassen man meer doordringend.'

Geloof het of niet, maar deze zin is afkomstig uit wat in zijn soort het meest verlichte en invloedrijke Nederlandse boek van deze eeuw is geweest: Het volkomen huwelijk. Een studie omtrent zijn physiologie en zijn techniek. De Haarlemse gynaecoloog Th.H. van de Velde (1873-1937) publiceerde het voorlichtingsboek in 1926 en hoewel hij zich, blijkens de ondertitel, louter richtte tot `de arts en de echtgenoot' hebben, direct of indirect, ook generaties vrouwen hun kennis op seksueel gebied grotendeels aan Het volkomen huwelijk ontleend.

Tot ver in de jaren zestig – om precies te zijn tot de massale verspreiding van de anti-conceptiepil en de opkomst van de tweede feministische golf – gold Van de Velde in buitenkerkelijke kringen als hèt seksuele Bildungs-boek. Echtparen bestudeerden het ijverig en – als ze even niet thuis waren – hun kinderen ook. Alles wat ik als puber over seks wilde weten maar aan niemand durfde te vragen, heb ik uit dit weinig aan de fantasie overlatende geschrift gehaald. Weliswaar was er een woordenboek voor nodig om te begrijpen dat immissio penis, ejaculatie en orgasme iets met neuken te maken hadden, maar voor wie Van der Velde's vocabulaire eenmaal beheerste, kende `het geslachtsleven' al gauw geen geheimen meer. Zelfs een `overzicht van de houdingen bij den coitus' ontbreekt niet – en dat in 1926, ruim veertig jaar voordat de NVSH opzien baarde met een een boekje waarin uit de doeken werd gedaan welke variaties in `standjes' er mogelijk zijn.

Geen wonder dat Het volkomen huwelijk onmiddellijk een bestseller werd. De eerste druk was al na twee weken uitverkocht en binnen een jaar verschenen er drie herdrukken. De eveneens in 1926 uitgebrachte Duitse editie Die volkommene Ehe beleefde in vier jaar tijds zelfs veertig drukken, terwijl er in Groot-Brittannië en Amerika (waar Ideal marriage aanvankelijk alleen door artsen mocht worden gekocht) in totaal meer dan veertig drukken verschenen. Inclusief vertalingen in het Fins, Frans, Italiaans, Japans, Noors, Spaans, Pools en Zuid-Afrikaans, zijn er in de loop der jaren vele miljoenen exemplaren van Van de Velde's handboek over de toonbank gegaan.

Des te merkwaardiger is het dat Het volkomen huwelijk (het eerste deel van een omvattende trilogie over het huwelijksgeluk) in de vakliteratuur over seksualiteit nauwelijks een rol speelt. In H.Q Rölings Gevreesde vragen (1994), een standaardwerk over de geschiedenis van de seksuele opvoeding in Nederland vanaf de achttiende eeuw, wordt Het volkomen huwelijk slechts zijdelings genoemd als een van de eerste `gedetailleerde handleidingen voor de liefde'. Terecht voegt Röling hier aan toe dat Van de Veldes `voorschrift' om te streven naar een door man en vrouw gelijktijdig beleefd orgasme achteraf beschouwd wordt als `een belasting van het seksuele leven met prestatie-eisen'.

Inderdaad is de nadruk die Van de Velde legt op het vrouwelijk orgasme, (en op vrouwelijke lustbeleving in het algemeen) opmerkelijk. Binnen het monogame huwelijk was in zijn visie bijna alles toegestaan – inclusief `de liefdeskus', zoals hij orale seks noemde – om elkaar aan het gerief te helpen. Wat inmiddels is achterhaald, is echter niet alleen dat Van de Velde prestatie-eisen stelde aan de seksuele partners, maar dat hij iets eiste wat sinds de feministische `bekentenisliteratuur' van begin jaren zeventig als zeldzaam of zelfs onmogelijk wordt beschouwd: een vaginaal orgasme, louter en alleen opgewekt door penetratie. Onomstotelijk staat vast, schreef Van de Velde, dat bij vrouwen `de ejaculatie van het sperma de belangrijkste factor voor de orgastische bevrediging is'. Feministes (voor een groot deel met behulp van Van de Velde verwekt en opgevoed) die deze opvatting over het vrouwelijk orgasme begin jaren zeventig op grond van hun eigen ervaringen onderuit haalden, propageerden een nieuwe visie op de vrouwelijke seksualiteit en bestreden in een moeite door het door Van de Velde geheiligde huwelijk.

Instandhouding van het huwelijk was Van de Velde's hoofdmotief voor het schrijven van zijn bestseller. In een van de weinige studies die aan zijn werk zijn gewijd (opgenomen in de uit 1990 stammende bundel Grensgeschillen in de seks, onder redactie van G. Hekma), schrijft Willem Melching dat het monogame huwelijk in de jaren twintig een crisis doormaakte en dat Van de Velde dit instituut door voorlichting probeerde te redden. Aan Melchings artikel ontleen ik ook dat Van de Velde (die zijn baan als vrouwenarts te Haarlem had moeten opgeven omdat hij als gehuwd man een verhouding met een patiënte was begonnen) een hekel had aan feministes, omdat zij een bedreiging voor het huwelijk vormden. Het feminisme was in zijn ogen hooguit geschikt voor `blijvend ongehuwde vrouwen (...) gescheidenen (...) en definitief ongelukkig getrouwden'. Niettemin plaatst Melching Van de Velde binnen de progressieve richting van zijn tijd. Daarop valt weinig af te dingen. Loskoppeling van seksualiteit en voortplanting beschouwde hij als een teken van beschaving. Met instemming citeerde hij seksuologen en psycho-analytici als Moll, Hirschfeld, Havelock Ellis, Freud, Reich en Adler.

Wat bij lezing van Het volkomen huwelijk nu het meest treft, is het uitgesproken racistische karakter van dit door de nazi's verboden boek. Weliswaar waren raciale vooroordelen in de jaren twintig en dertig bon ton in de burgerlijke kringen waarvan Van de Velde een representant was, maar passages als die over het stinkende sperma van oosterse mannen of over `weinig fijngevoelige grote-stadsvrouwen' die `de natuurlijke rassen-aversie' onderdrukken, hebben het in Nederland volgehouden tot 1968, toen uitgeverij Querido de 24ste druk op de markt bracht. Van de Veldes tijdgenoot Menno ter Braak, die Het volkomen huwelijk in tal van artikelen neersabelde (`triviaal', `kioskenlectuur', `erotische kuddegeest') was hier niet over gevallen, evenmin als Melching in 1990 of Röling in 1994.

De vermaarde Amsterdamse huisarts Ben Polak schreef in 1970 een voorwoord bij de 25ste druk, leerde ik uit de catalogus van de Amsterdamse universiteitsbibliotheek. Het leek me ondenkbaar dat Polak een boek zou aanprijzen waarin huwelijken tussen `Indogermaanse (lees arische) kunstenaars en vrouwen van joods ras' worden afgeraden omdat de seksuele onverzadigbaarheid van deze vrouwen de geestelijke scheppingskracht van hun echtgenoten ondermijnt. De 25ste druk van Het volkomen huwelijk blijkt dan ook een `totaal herziene druk' te zijn geweest, waarin, aldus Polak in zijn voorwoord, `de voor onze tijd niet meer helemaal gebruikelijke wijze van uitdrukken door Willem van Toorn is gemoderniseerd.'

Van Toorn heeft zijn werk drastich gedaan: zowel in de 25ste als in de twee jaar later verschenen 26ste druk zijn de genoemde passages – overigens zonder enige tekstverantwoording – geschrapt. De seksistische uitgangspunten staan er uiteraard nog onverkort in, want dat is de kern van het boek waardoor zoveel mensen seksueel gevormd zijn. Weliswaar, schreef Polak in zijn inleiding, is de wetenschappelijke basis van Van de Velde aanzienlijk veranderd, (`men denke aan de opvatting omtrent het orgasme van de vrouw'), maar uit cultuur-historische overwegingen heeft men de tekst `in dit opzicht' gelaten zoals hij was. Gelukkig maar, want ondanks alles was Van de Velde een verlicht man en Het volkomen huwelijk lange tijd een helder licht in de op seksueel gebied heersende duisternis.

Polak noemde Van de Velde niet voor niets `een pionier' en zijn boek onmisbaar. `Wie de romantische sfeer die Van de Velde om het huwelijk weeft doorziet en bij dat woord denkt aan de brede variatie van intermenselijke relaties die zich in onze samenleving tussen vrouwen en mannen voordoet, vindt bij Van de Velde een volledig antwoord op alle vragen die de technische zijde van het menselijk seksuele leven betreffen (...). En al wordt een huwelijk niet zo makkelijk volkomen, met Van de Velde naast zich, kan men er vol vertrouwen naar streven.'

Th. H. van de Velde: Het volkomen huwelijk. Een studie omtrent zijn physiologie en zijn techniek: voor den arts en den echtgenoot geschreven. Leidsche Uitgeversmaatschappij, 1926.