Symfonie voor dubbele bigband

Grootschalige stukken zijn zeldzaam in de jazz. Alleen al door omvang en bezetting is Epitaph van Charles Mingus een opmerkelijke compositie.

Een berg van boodschappentassen, kartonnen dozen en oude koffers, volgestouwd met vergeelde en beduimelde vellen muziekpapier, hoog opgetast in een zijvertrek van een appartement aan de Newyorkse Upper Eastside. De muzikale nalatenschap van bassist en componist Charles Mingus (1922-1979) bood een aanblik van wanorde en hyperproductiviteit, toen Andrew Homzy deze in 1985 voor het eerst in ogenschouw nam. Op zoek naar onbekend werk van Mingus had de Canadese musicoloog en jazzhistoricus aangeklopt bij diens weduwe. Dankbaar verwees zij hem door naar het zijkamertje, waar ze hem op gezette tijden voorzag van broodjes en koffie. Homzy trof er een wirwar aan van haastig neergekrabbelde spontane invallen, schetsen met talloze doorhalingen en verbeteringen, stukjes schoonschrift in inkt van verdwaalde pagina's uit bigbandpartituren. Er doken manuscripten op van ontelbare composities en ballads die Mingus onsterfelijkheid hadden verleend: Goodbye Porkpie Hat, What Love en het voor Billie Holiday geschreven Eclipse.

Maar ook kwam hij af en toe vellen tegen van een afwijkend, iets groter formaat. Het leek te gaan om een stuk voor een tamelijk forse bezetting: dertig muzikanten, een soort dubbele bigband. De over alle pagina's doorlopende maatnummering deed vermoeden dat het een grootschalig werk betrof en verder sprong het regelmatig terugkerende opschrift in het oog, dat bovenaan de bladzijdes prijkte: Epitaph. Na drie jaar puzzelen en reconstrueren was de partituur gereed, bijna vier kilo in gewicht, zo'n vijfhonderd pagina's dik en 3.446 maten lang. Epitaph ontlokte na de Newyorkse première in 1989 stormachtige bijval en het stuk werd op slag omarmd als een mijlpaal in de geschiedenis van de jazz. Het ruim twee uur durende werk zal op 17 juni voor het eerst in ons land tot klinken worden gebracht in het Amsterdamse Concertgebouw.

Charles Mingus zag Epitaph als een muzikaal monument ter nagedachtenis aan hemzelf. ,,I wrote it for my tombstone.'' In 1960 maakte hij in een interview met het blad Downbeat reeds gewag van plannen voor ,,een symfonie voor jazzmusici, waarin het onderscheid tussen gecomponeerde en geïmproviseerde elementen in de muziek zou vervagen en voor de luisteraar versmelten tot één muzikale stroom''. Twee jaar later vond in de Town Hall in Lower Manhattan een uitvoering en opname van Epitaph plaats, maar deze onderneming liep uit op een compleet fiasco.

Doordat de platenmaatschappij de datum van de sessie plotseling vijf weken naar voren had geschoven, was veel van het materiaal nog niet gereed. Kopiisten zaten in schoolbanken op het podium, om de laatste arrangementen ter plekke in de partijen aan te brengen. Tijd om te repeteren was er nauwelijks. Stakingsacties van toneelknechten leidden tot diverse werkonderbrekingen. Middenin een nummer schoof het toneelgordijn opeens dicht, pal voor de verbouwereerd doorspelende muzikanten. Het publiek, door de platenmaatschappij gelokt onder het voorwendsel van een concert, begroette de talloze herstarts, een opnamesessie nu eenmaal eigen, met gemor. Tot overmaat van ramp velde Mingus uit frustratie zijn boezemvriend en trombonist Jimmy Knepper met een welgemikte vuistslag, diens embouchure permanent beschadigend. Teveel petten moest hij dragen: componist, dirigent, bassist, solist, manager, producer, onderhandelaar met de vakbonden. En Knepper had hem nog wel vanaf het begin geholpen bij het schrijven van de partituur. Mingus besloot van verdere pogingen om Epitaph te realiseren af te zien.

Duke Ellington

Mingus Fingus, zo luidde de bijnaam van de dikkige worstachtige vingers die de snaren van de contrabas met grote tederheid en precisie in een sombere staat van vervoering brengen. Opgroeiend in Watts, de slechte buurt van Los Angeles, doet Mingus op de trombone en de cello zijn eerste muzikale ervaringen op. Ook nadat hij is overgestapt op de bas, blijft de piano zijn vehikel als componist. ,,Mijn vaardigheden als bassist zijn het resultaat van hard werken, mijn talent als componist is een gave.'' Duke Ellington is zijn grote held. Diens composities voor bigband bereikten een complexiteit binnen het jazz-idioom die zich kon meten met de muziek van collega's uit de `serieuze' hoek. Ellington kon zijn concept tot in de finesses aanscherpen, doordat hij bijna vijftig jaar lang zes avonden per week met zijn band optrad, voor publiek, of voor een radiomicrofoon.

Toernees met Louis Armstrong, Kid Ory en Lionel Hampton verschaffen Mingus ervaring als professioneel muzikant en de reputatie van gerenommeerd bassist. Als hij zijn werkterrein heeft verlegd naar New York, speelt hij daar met alle denkbare grootheden van de jazz. Ook Bártok en Stravinsky dienden hem als voorbeeld. Hij was bedreven in het contrapunt: songs met verschillende akkoordenschema's als Take the A-Train en Exactly Like You werden door Mingus vervlochten tot één geheel. Chill of Death (1939) behoort tot zijn oudste bewaard gebleven composities. Het maakt, voorzien van een veel extravaganter arrangement, deel uit van Epitaph.

Mingus' muziek kenmerkt zich door een mellow-basishouding, waarin subtiel een gevoel van verontrusting binnensluipt. Geleidelijk pakken harmonische donkere wolken zich samen, om plaats te maken voor een plotselinge woedeuitbarsting, euforie, virtuoze passages met op hol slaande motieven, of elegische akkoordzettingen. Het is muziek die een fijnzinnig oor verraadt en een buitengewone intuïtie voor klankkleur en textuurwisselingen. De muziek is gelaagd, er gebeurt steeds net iets meer dan in de jazz te doen gebruikelijk is.

De partituur van Epitaph is in dit opzicht een juweel, het is jammer dat we dit stuk niet al veel eerder hebben kunnen horen. Steeds als het orkest dreigt te verzanden in een Ellington- of Count Basie-achtige mainstream, beginnen er in de muziek ritmes te verschuiven en mechaniekjes te ontsporen. Akkoorden volgen elkaar niet langer naadloos op, maar schuiven als losse panelen over elkaar heen, waarbij de magnum-bigbandbezetting een onuitputtelijke bron van kleurmogelijkheden blijkt.

Epitaph is een compendium van het muzikale kunnen van Charles Mingus. Het bestaat uit negentien delen, waaronder een terugkerend main theme, die hij aaneensmeedt tot een doorgecomponeerd geheel. Het stuk komt ietwat landerig op gang, maar eenmaal een minuut of twintig onderweg kan men Mingus deze makke ruimhartig vergeven. Een deel van het materiaal, zoals Better Git it in Your Soul, O.P. en Peggy's Blue Skylight, vond ook zijn weg in het reguliere repertoire van Mingus. Daarnaast zijn twee delen gebaseerd op het werk van anderen: Vernon Duke's I can't Get Started en Jelly Roll Morton's Wolverine Blues.

Kortademigheid

Alleen al door zijn omvang is Epitaph een bijzonder stuk. In de jazz, en de populaire muziek in bredere zin, is het creëren van grotere vormen altijd een vrijwel onoverkomelijk probleem gebleken. Dit zou verband kunnen houden met de oorspronkelijke functie van jazz als dansmuziek, of de geringe ruimte die oude 78-toerenplaten boden voor het opzetten van een muzikaal betoog. Duke Ellington ondernam wel eens pogingen om aan deze kortademigheid te ontstijgen: Met zijn Creole Rhapsody (1931), een achteneenhalve minuut durend Laurel en Hardy-muziekje dat tevreden snort van een alles in orde-gevoel. Of later met zijn Black, Brown and Beige en de Queen's Suite. Maar de meeste jazz slaagt er eenvoudig niet in om uit het keurslijf te breken van een gemeenschappelijk gespeeld thema, gevolgd door enkele solo's.

En dat terwijl zowel in de Afrikaanse muziek als de westerse traditie, de oerbronnen van de jazz, voorbeelden van grote vormen in ruime mate voorhanden zijn. De westerse muziek is vooral gebaseerd op dramatische ontwikkeling. De traditionele Afrikaanse muziek maakt daarentegen gebruik van motieven van ongelijke lengte. Deze worden op elkaar gestapeld en herhaald of gevarieerd. Het resulteert in een wolk van geluid die zowel constant is, als onophoudelijk aan verandering onderhevig. Via min of meer vastgelegde improvisatiepatronen, kunnen deze klankweefsels een duizelingwekkende graad van virtuositeit bereiken en zich met gemak over een halve avond uitstrekken.

Charles Mingus wist deze vorm- en tijdsbarrières moeiteloos te slechten. Het is juist deze eigenschap die hem tot een echte componist maakt, hij is meer dan een veredelde songwriter. In Half Mast Inhibition (1941), nog een andere partituur die door Homzy naar de oppervlakte is gebracht, en andere vroege composities, begint Mingus meteen al te morrelen aan de conventies van de jazz. Hij hanteert contrasterende stijlelementen en wisselingen in tempo en timbre, om te komen tot een breder uitgesponnen muzikaal betoog.

Ook Epitaph vormt als geheel een imposante en fantasierijke geluidssculptuur. Hoewel applaus na solo's en tussen stukken door in de jazz gebruikelijk zijn, betwijfel ik of Mingus daar in Epitaph zo gecharmeerd van zou zijn. Mozart onderving dit probleem in zijn opera Idomeneo door de recitatieven organisch voort te laten vloeien uit de aria's, waardoor hij in het muzikale discours geen enkel gat liet dat gelegenheid bood tot bijval.

Voor de uitvoering van Epitaph in het kader van het Holland Festival is het Trans Atlantic Jazz Orchestra in het leven geroepen, een gelegenheidsformatie van gerenommeerde Amerikaanse en Nederlandse jazzmusici. De muzikale leiding is in handen van Gunther Schuller, de 74-jarige componist en dirigent en nestor van de Third Stream, een beweging die zich opwerpt als pleitbezorger van de jazz als onderdeel van de Amerikaanse culturele identiteit en voor nauwere samenwerking tussen de klassieke sector en de jazzwereld. Het zal ook voor de Nederlandse musici, zoals trombonist Wolter Wierbos, een interessante confrontatie worden: men zou Charles Mingus immers kunnen beschouwen als een van de oervaders van de Nederlandse geïmproviseerde muziek. Zijn esthetiek van het vermengen van gecomponeerde en geïmproviseerde elementen vormt de lijfspreuk van groepen als het Maarten Altena-Ensemble en het Willem Breuker Collectief. Zelfs in de sound van Orkest de Volharding kun je vage echo's van de muziek van Mingus ontwaren.Er kan natuurlijk nog van alles misgaan: het kabinet kan vallen, de stakingen van de omroeporkesten zouden zich kunnen uitbreiden, platenmaatschappij Columbia kan gaan mokkebekken, of we krijgen een invasie van buitenaardse dioxinekippen te verduren. Maar het moet toch wel heel raar lopen willen we Gunther Schuller komende donderdag Wolter Wierbos zien vellen met een stevige muilpeer. Jazz is not dead, it just smells funny. Lang leve Epitaph!

Epitaph van Charles Mingus wordt uitgevoerd op 17 juni, 20.15 in het Concertgebouw, Amsterdam.

Op cd: Colombia, C2K 45428. Op tv: 21 juni bij de NPS, Ned.3, 21.30, in de serie jazzportretten.

Uit frustratie velde Mingus zijn boezemvriend en trombonist Jimmy Knepper met een welgemikte vuistslag

Men kan Charles Mingus beschouwen als een van de oervaders van de Nederlandse geïmproviseerde muziek