Soundtrack heeft de hoofdrol in `India Song'

Het is een vermetele strijd die regisseur Ivo van Hove met zichzelf, het toneel en het publiek aanbindt door Marguerite Duras' India Song te willen ensceneren. De tekst is wat men het maar noemen wil: toneelstuk, gedicht, scenario, hoorspel, woordmuziek, (nouveau) roman. Oorspronkelijk geschreven als toneelstuk (in 1972, in opdracht van de Engelse regisseur Peter Hall), werd deze hybride drie jaar later verfilmd door de schrijfster zelf, en later nog eens onder de titel Son nom de Venise dans Calcutta désert. Bijna vijfentwintig jaar geleden zag ik de eerste film en ik herinner me sfeer. Obscure beelden in streperig zwart-wit van mannen en een vrouw, een groot landhuis, dromerige stemmen die gefragmenteerde herinneringen ophalen, geluiden, de lome belofte van een drama dat zich niet ontwikkelen wil. Artistiekerige pretentie – die herinner ik me ook. Het bleek, later, een aspect van al het werk van Duras.

Zet dat maar eens op toneel. Er is een verhaal: tegen wil en dank bijna. Duras situeert het in een half verzonnen, half feitelijk India van de jaren dertig. Temidden van de hemeltergende armoede bevindt zich de Franse ambassade, een enclave van luxe, calme et volupté, zoals Baudelaire zou zeggen. Er heerst een apart klimaat, van `blanke' tropen, van soirées onder wiekende ventilators, van drank, hitte en verkoeling, dank zij ruisende regen achter het insectengaas. Onder een reusachtige, hallucinerend ronddraaiende ventilator van decorontwerper Versweyveld danst Anne-Marie Stretter, de vrouw van de ambassadeur, met de attaché, met haar geheime liefde Michael Richardson, met de vice-consul, met haar man, met ,,de minnaars van de Ganges''. Ze is verleidelijk en raadselachtig, ongetwijfeld, maar ze heeft ook een monopoliepositie, die haar vanzelf het object van door de tropen verhitte middelpuntvliedende krachten maakt. Dat eindigt tragisch, voor haarzelf en voor de afgewezen vice-consul die ,,nooit van iemand anders'' gehouden heeft.

Twee vrouwen- en twee mannenstemmen vertellen het verhaal, een mengeling van feiten, commentaar, verdraaiingen en wat het geheugen vergeten is. Toonloos, Duras getrouw, schitterend vertolkt door vooral Dora van der Groen en Joop Doderer. Componist Harry de Wit heeft ze op band gezet, samen met geluiden van de straat, geschreeuw, gefluister, muziekflarden, het getinkel van ijs in glas, het blazen van de wind. Het is een meesterlijke soundtrack, die Van Hove zeer terecht de hoofdrol gunt. Zijn acteurs – Chris Nietvelt als de ambassadeursvrouw, Bart Slegers als de vice-consul – zijn weinig meer dan marionetten. Ze handelen soms zoals de stemmen vertellen, soms ook niet: Van Hove geeft er mee aan hoe de `werkelijkheid' zich verhoudt tot de vertelde werkelijkheid. Om dezelfde reden laat hij zijn spelers de vertelde dialogen nadrukkelijk playbacken - op één indrukwekkend moment na, als Slegers zijn hart uitschreeuwt over zijn gefnuikte liefde. De scène is een prachtig contrapunt in de muzikale compositie die de voorstelling in feite is.

Dit India Song is in hoge mate vorm: de stank van verrotting en muggenolie vermengt zich met de alom opklinkende geluiden, het publiek zit rondom de met tapijten bedekte speelruimte, de oude ambassadeur is geen speler maar een pop, letterlijk een mummie van vormelijkheid. De enscenering is een performance over hartstocht en moedeloosheid – die zelf niet getoond worden. Het is een afgeleide vorm, die je met gemak koud kan laten. Ontroering om stuklopende levens is er niet. Bij mij prevaleert de bewondering en de ontroering die ook schoonheid teweeg kan brengen.

Holland Festival. Voorstelling: India Song van Marguerite Duras door het Zuidelijk Toneel. Regie, vertaling: Ivo van Hove. Muziek: Harry de Wit. Decor: Jan Versweyveld. Kostuums: Dries van Noten. Met o.a.: Chris Nietvelt, Bart Slegers. Stemmen o.a.: Joop Doderer, Dora van der Groen. Gezien: 10/6, Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar: t/m 12/6. Tournee: t/m 20/11. Inl. 0900.0191 of 020-6242311.