Seksueel opgebrand

Om 12 uur Nederlandse tijd opende het BBC-nieuws met de verzuchting: ,,De epidemie van slaapziekte die de campagne van het Europese parlement was, is voorbij.'' In beeld kwam een stemlokaal. Op de achtergrond beschreef de verslaggever de voorbijgangers: ,,We zien hier iemand recht naar de deur van het stemlokaal gaan, ja, oh, nou ja. Die vrouw misschien, in vastbesloten pas naar de deur. Nee. Hé, kom terug!'' Dat was toch net wat beeldender dan de verslaggeefster van het Journaal, die bij gebrek aan actie in het stemlokaal maar zelf voor de camera ging staan.

In Groot-Brittannië was de opkomst even beroerd als in Nederland maar de mensen waren minder cynisch. De Britse niet-stemmers zagen Europa wel zitten maar hadden geen idee waar die verkiezingen over gingen.

In Nederland stemde je eigenlijk op de ambassadeurs die Straatsburg kwamen vertegenwoordigen. De voornaamste strijdvraag was hun eigen bezoldiging. Daar was veel over te doen. Op het Journaal zag ik het gemopper van authentieke vaderlanders. Uitspraken als ,,De partijen zijn één pot nat'', ,,Ze zitten er alleen voor d'r eige, vin ik''.

Het zwartgalligst was opiniepeiler Maurice de Hond in Nova. Hij constateerde een gestaag dalende opkomst bij alle verkiezingen. De Nederlandse kiezer heeft te weinig invloed. ,,De kiezers voelen zich helemaal ontkoppeld van wie de minister president wordt, wie de regering vormt. Wie de burgemeester wordt, mogen we ook al niet kiezen'', zei hij. Als er niets tegen deze vermolming gebeurde, zou er plotseling uit het niets een nieuwe groep opstaan die ,,twintig tot dertig procent van de kiezers gaat pakken'', voorspelde hij.

Ik moest denken aan de niet herkiesbare Europarlementariër Hedy d'Ancona. Ook over haar waren berichten van gesjoemel met presentiegelden. Haar weerlegging ,,de Partij kent mij en de Partij kan er voor instaan dat ik het niet heb gedaan'' heb ik wel twintig keer gezien. Het werd een effectieve tv-spot tegen de stembus.

Het vanzelfsprekende beroep op de eigen hoogstaande progressieve moraal werkt niet meer. De Ikon is gisteren een documentaireserie begonnen over de babyboomgeneratie. ,,De generatie van de jaren '60 en '70 is nu zelf aan de macht en al net zo verliefd op het pluche als degenen waartegen ze zich destijds afzetten'', stond in de aankondiging. Dat verhaal is al twintig jaar oud maar de aflevering Seks achter de rug leek me nog wel interessant.

De vraag zou worden beantwoord of de seksuele revolutie voorbij was. Aan het nachtelijke gewriemel op Veronica en SBS6 te oordelen zou ik nee zeggen. Maar de Ikon constateerde ,,seksuele burnout'' en dat biedt ,,nieuwe kansen voor de man''. Er werd een vijftiger opgevoerd die vond dat hij fantastisch bezig was: ,,Ik ontdek nu wat de vrouw van mij wil als ik een relatie heb''. Hij had moeite om een relatie vol te houden, bekende hij.

Wie hij was en waarom ik nou naar zijn creatieve heldendaden moest kijken, was niet duidelijk. Misschien was hij een oude kennis van de makers. Pas half in de documentaire bleek uit een onderschriftje dat hij als cultureel antropoloog aan het pluche van het adviseurschap jeugdbeleid was blijven kleven. Ik kon me moeilijk voorstellen dat de jongere generatie stond te trappelen om de fakkel van hem over te nemen.

Zijn CAO gaf hem veel vrije tijd dus besteedde de docu veel aandacht aan zijn hobbies. Met leeftijdgenoten danste hij wat rond in een zwart judopak om ,,de eigen vechtlust te leren kennen''. Ook was hij scheppend bezig in de beeldende kunst om tot rust te komen. Meer dan een stevige midlife crisis kon ik er niet van maken. Ik zag nog een geleerde seksuoloog die sprak over tederheid en een veld van metershoge wollige fallussen in het Groninger museum. Ik begreep er niets van en al gauw kreeg ik spijt dat ik niet naar Zembla had gekeken. Dat programma behandelde de vraag waarom zoveel gezonde leraren in de WAO verdwijnen. Les geven is net zomin leuk als stemmen.