Paperbacks

Annie Proulx

`Reality's never been of much use out here', luidt het motto (van een anonieme `Wyoming rancher') van Annie Proulx' nieuwe verhalenbundel. Inderdaad lijken veel van de verhalen in Close Range. Wyoming Stories eerder mythe dan werkelijkheid te beschrijven, en dan niet de klassieke Amerikaanse Droom, maar iets veel harders en noodlottigers. Ongetwijfeld heeft dat te maken met de streek waar deze verhalen uit voortkwamen: de ruige, barre bergketens en droge prairies van Wyoming. Dit landschap en de mensen die er wonen zijn in de visie van Proulx onverbrekelijk met elkaar verbonden. Zoals ze schrijft in haar inleiding, zijn de verhalen in deze bundel evenzeer gekleurd door het irreële, fantastische en onwaarschijnlijke als het echte leven, waarbij niet de minst vreemde situatie is dat men in deze streek überhaupt een bestaan probeert op te bouwen. Proulx laat zien hoe mensen in zo'n omgeving overleven, of niet, en tot welke extreme daden ze worden gedreven.

De elf verhalen in Close Range (waaronder het briljante, vorig jaar als novelle gepubliceerde `Brokeback Mountain') draaien voornamelijk om ranchwerk, met als frivolere uitwassen de rodeo en de `dude ranch' voor de toeristen, en worden bevolkt door cowboys, rodeo `bullriders' en `buckle bunnies', of bijvoorbeeld verlepte serveersters met uitzichtloze baantjes. Het harde werken, de eenzaamheid en de verveling drijft mensen tot rare dingen: `When you live a long way out you make your own fun', heet het in een kort surrealistisch verhaaltje over een seriemoordenaar. Ironie is nooit ver weg in deze verhalen, net als absurdistisch detail. Zo vinden we in het prachtig weemoedige `The Mud Below' een enorme rodeostier met de naam `Little Kisses', plus een discussie over Jezus als `the original rodeo cowboy'.

De meeste van deze verhalen bevatten genoeg stof voor een hele roman. Proulx zet in een paar woorden een compleet personage neer, in een paar zinnen een heel leven. Ze buit de effecten van spreektaal en cowboy-jargon ten volle uit, zonder haar personages tot karikaturen te maken. En dit alles in het onvervalste ritme van de rasverteller: `It was her voice that drew you in, that low, twangy voice, wouldn't matter if she was saying the alphabet, what you heard was the rustle of hay. She could make you smell the smoke from an unlit fire.'

Annie Proulx: Close Range. Fourth Estate, 318 blz. ƒ39,90

Andrew Greig

In de nieuwe roman van de Schotse schrijver Andrew Greig heeft het landschap al een even sterke greep op de personages als in het werk van Annie Proulx. When They Lay Bare speelt in de Borders in zuid-oost Schotland, een ogenschijnlijk rustig glooiend heuvellandschap dat eeuwenlang het toneel was van invasies, oorlog, plunderingen, roof en bloedwraak. Deze drama's werden vaak vereeuwigd in de beroemde Border Ballads, die op hun beurt weer werden afgebeeld op beschilderde porseleinen borden, de Border Plates. De hedendaagse hoofdpersoon van When They Lay Bare, Marnie, heeft zo'n set antieke borden, waarop een 16de-eeuwse ballade staat afgebeeld, `The Twa Corbies', een lied van moord, overspel en verraad. De ballade zou echter ook kunnen gaan over de eeuwenoude vete tussen de Elliots en de Lauders, de twee belangrijkste families van de roman, die rond deze set borden is geconstrueerd.

De mysterieuze Marnie neemt op een dag ongevraagd haar intrek in een leegstaande cottage op het landgoed van Sir Simon Elliot. Meer dan twintig jaar geleden woonden daar Jinny Lauder en haar man, een stel hippies die al even plotseling op het landgoed verschenen, wat klusjes opknapten en besloten te blijven. De eveneens getrouwde Simon begon een heftige affaire met Jinny, die eindigde in haar onopgehelderde dood. Hij werd vrijgesproken in de rechtszaak, maar leeft sinds Jinny's dood teruggetrokken in een torenkamer, eenzaam, prikkelbaar en tierend als een moderne Heathcliff. Marnies komst haalt alles overhoop. Ze claimt Jinny's dochter te zijn en denkt in de sterk vervaagde afbeeldingen op haar Corbie Plates aanwijzingen te kunnen vinden voor wat er indertijd werkelijk gebeurd is. Haar speurwerk roept echter evenveel vragen als antwoorden op, vooral over haar eigen identiteit, haar relatie met Simons zoon David, en haar beweegredenen. Greig plaatste zijn personages in een landschap van steeds overschreden en verschuivende grenzen, waar het verleden, net als het verhaal op de borden, zich steeds herhaalt, en schreef zo een verbazingwekkende thriller over seks, leugens en beschilderd porselein.

Andrew Greig: When They Lay Bare. Faber, 322 blz. ƒ39,95

Andrea Barrett

In 1845 lanceerde de Victoriaanse ontdekkingsreiziger Sir John Franklin een expeditie met zijn schepen Erebus en Terror op zoek naar de legendarische noordwestelijke doorvaart. Geen van beide schepen kwam terug. Hun verdwijning zette een hele reeks expedities in gang met het doel te achterhalen wat er van Franklin geworden was, en inspireerde Andrea Barrett tot The Voyage of the Narwhal, het fictieve verhaal van zo'n expeditie. Centraal staan daarin de lotgevallen van de naturalist Erasmus Darwin Wells.

Erasmus, een veertigjarige vrijgezel, leidt na een mislukte Zuidpoolexpeditie en de dood van zijn verloofde al jaren een stil bestaan met zijn veel jongere zuster Lavinia, gewijd aan de naturalistische verzamelingen van zijn vader. Maar wanneer de charismatische, aantrekkelijke verloofde van Lavinia, Zeke Voorhees, in 1855 zijn eigen Franklin-expeditie organiseert, ziet hij daarin een tweede kans op wetenschappelijke erkenning. Eenmaal onderweg vindt er in de mensenschuwe Erasmus een transformatie plaats: hij raakt bevriend met de geleerde Dr. Boerhave en leert ook de overige bemanningsleden goed kennen. Zeke ontpopt zich echter tot een onuitstaanbare egoïst, bereid alles en iedereen op te offeren aan zijn mateloze eerzucht. Wanneer duidelijk wordt, na tal van ontberingen, dat ze Franklins schepen niet zullen vinden stuurt Zeke moedwillig aan op een overwintering in het ijs om zo misschien nieuwe passages te ontdekken. De gevolgen zijn desastreus: verloren onderzoeksmateriaal, verloren reputaties, verloren levens.

Daarmee eindigt het verhaal echter niet. Sommige van de belangrijkste ontwikkelingen in de roman vinden plaats onder de thuisblijvers, en na de thuiskomst van Erasmus. Dit wordt mogelijk gemaakt door Barretts originele verteltechniek, waarin de perspectieven en dagboekfragmenten van verschillende personages worden afgewisseld met citaten uit 19de-eeuwse reisverslagen en wetenschappelijke en filosofische werken, uiteenlopend van Thoreau tot Darwin. Barrett weet de 19de-eeuwse opwinding over nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen tastbaar te maken, maar minstens zo belangrijk is de persoonlijke ontwikkeling van haar personages. Daarnaast is The Voyage of the Narwhal ook nog een schitterend geschreven, ouderwetse avonturenroman, met reproducties van gravures, wonderbaarlijke beschrijvingen en een plot die geen moment aan spanning inboet: een vreemde wereld om je helemaal in te verliezen.

Andrea Barrett: The Voyage of the Narwhal. Flamingo, 399 blz. ƒ41,75

In Nederlandse vertaling: De reis van de Narwhal. Anthos, 445 blz. ƒ49,90

Patricia Duncker

Patricia Duncker liet zich voor haar nieuwe roman James Miranda Barry inspireren door de gelijknamige 19de-eeuwse dokter Barry, die na zijn dood een vrouw bleek te zijn. Duncker beschrijft zijn hele leven, vanaf de vroegste kinderjaren als dochtertje. Er wordt gehint dat het kind misschien een hermafrodiet is, maar haar vriendinnetje Alice, een keukenhulpje, lijkt het allemaal niets uit te maken: het begin van een levenslange passie. Dan besluit de wat excentrieke familie om Barry voortaan door het leven te laten gaan als man: zijn intelligentie zou verspild zijn aan een vrouw. Hij gaat naar de universiteit, wordt arts, reist de wereld af. Alice bouwt ondertussen een carrière als actrice op.

Duncker stipt hier op luchtige toon haar favoriete thema's aan: seksuele ambiguïteit en ambigue identiteit. Alle vrouwen spelen altijd een rol, houden Barry's moeder, zijn tante en Alice hem voor, en dan kun je beter spelen dat je een man bent, met alle mogelijkheden vandien, dan de toegewijde echtgenote of vrolijke maîtresse. Barry zelf is er niet zeker van. Hij kent de consequentie: absolute eenzaamheid. Maar aan het einde van zijn leven, herenigd met Alice, doet dat er niet meer toe. Aarzelende voornemens om zijn ware identiteit prijs te geven worden door Alice vakkundig van tafel geveegd: `Ridiculous! You can't suddenly become a woman. It takes years of practice.'

Die identiteit wordt in feite nooit onthuld in het boek, maar misschien gaat het daar juist om. Aan het einde van de roman, na Barry's dood, wordt er door allerlei autoriteiten en betrokkenen driftig gespeculeerd over zijn ware sekse. In brieven aan elkaar en aan de krant verkondigen ze op stellige toon waarom Barry beslist een man, vrouw, dan wel hermafrodiet móest zijn. Het laatste woord is aan Alice, die voor veel geld een dramatisch onzinverhaal verkoopt aan een journaliste, en ondertussen in haar vuistje lacht: dergelijke fysieke details hebben immers nooit een belemmering voor hun liefde gevormd.

Patricia Duncker: James Miranda Barry. Serpent's Tail, 375 blz. ƒ39,95

Eerder als hardback besproken in deze krant:

John Gilstrap: At All Costs. Penguin, 452 blz. ƒ20,95

Ten onrechte van terrorisme beschuldigd echtpaar is veertien jaar vluchten voor de FBI moe en probeert, mede in het belang van het ondertussen geboren zoontje, alsnog te achterhalen wie de misdaad in werkelijkheid gepleegd heeft. `John Gilstrap toont zich ook in zijn tweede roman een meester van de constructie.' (Hester Carvalho, 6.11.98)

V.S Naipaul: Beyond Belief. Abacus, 437 blz. ƒ24,95

Vijftien jaar na zijn eerste reisboek over de islam in Azië, Among the Believers (1981), trok Naipaul door dezelfde landen en kwam tot nieuwe inzichten. `Aan de hand van verhalen van Indonesiërs, Iraniërs, Pakistani en Maleisiërs laat Naipaul nauwgezet zien hoe de islam probeert de bevolking los te weken van haar traditionele achtergrond en een nieuwe, geïslamiseerde identiteit aan te meten.' (Sjoerd de Jong, 2.9.97)