Nikolic voor tweede en laatste keer beste schaker Nederland

Het werd minder spannend dan de schaakliefhebbers gehoopt hadden. Predrag Nikolic was de laatste ronde van het Nederlands kampioenschap ingegaan met een half punt voorsprong op Jeroen Piket. Hij moest zelf met zwart tegen Dimitri Reinderman.

Met een half oog kijken naar wat de concurrent doet, aan het eigen bord voortdurend aarzelen tussen op winst spelen en remise in handen houden, het kan zenuwslopend zijn en Nikolic had er geen zin in. Al na twaalf zetten bood hij Reinderman remise aan. Die dacht er een kwartiertje over na en ging toen akkoord. Heroïek is mooi, maar de gedeelde derde plaats waarop Reinderman hierdoor kwam is dat ook, en Nikolic had in het toernooi nog geen zwak moment vertoond.

Toen wist Piket waar hij aan toe was. Als hij met zwart van Loek van Wely won, zou hij met Nikolic een beslissingsmatch mogen spelen, die in het kader van de toenemende versnelling en verkinderlijking van de schaakwereld uit vier rapidpartijen zou bestaan.

Het kwam er niet van. Zowel Van Wely als Piket waren uit op een harde strijd, maar tegen hun wil kwam er onverwacht snel een einde aan door een zetherhaling waar ze geen van beiden goed onderuit konden. Vooral Van Wely mokte over de remise. Aan het begin van het toernooi had hij laten weten dat het hoog tijd werd dat hij ook eens kampioen van Nederland werd. Nu grijnsde hij zuur dat de gedeelde derde plaats waar hij op terecht was gekomen heel moeilijk aan zijn achterban te verkopen zou zijn.

Nikolic was kampioen van Nederland, voor de tweede keer. In 1997 werd hij het ook, na een beslissingsmatch tegen Jan Timman. Het zal waarschijnlijk de laatste keer zijn, want de schaakbond heeft aangekondigd dat in Nederland wonende buitenlanders voortaan alleen aan het kampioenschap mee mogen doen als ze ook voor Nederland op de olympiade willen spelen. Nikolic heeft altijd laten weten dat hij een Bosniër is en blijft, dat hij van plan is om ooit terug te keren naar zijn land en dat hij ook in de tussentijd voor Bosnië wil uitkomen.

Voor de andere Bosniër Ivan Sokolov ligt het iets anders. Hij heeft zich nooit zo duidelijk uitgesproken over deze zaak en als er tijdens dit kampioenschap naar werd gevraagd, zei hij steeds dat hij in dit toernooi en in het toernooi van Sarajevo vlak daarvoor al zoveel narigheid meemaakte dat hij geen zin had te piekeren over wat hij volgend jaar zou doen. Het verlangen naar repatriatie is bij hem minder dan bij Nikolic en het zou best kunnen dat hij volgend jaar weer van de partij is.

De laatste lessen die Nikolic dit jaar aan de Nederlandse schaakwereld kon geven waren instructief. Zo doet een gestaalde professional het: vijf remises tegen de naaste concurrenten. Zes overwinningen op de wat zwakkeren en op Van Wely, die een vaste klant van hem is. Geen moment in gevaar. In de laatste twee rondes kon Nikolic het zich permitteren om de motor uit te zetten en met korte remises de haven binnen te drijven.

Over Jeroen Piket kan ongeveer hetzelfde gezegd worden. Ook hij had in elke partij alles vast onder controle. Hij won één keer minder dan Nikolic en als hij werd aangespoord om de achtervolging wat driftiger in te zetten zei hij steeds dat hij zijn eigen toernooi speelde en zich niet gek wilde laten maken door wat de concurrent deed. Daar had hij gelijk in, al zal hij aan het eind misschien toch met wat spijt hebben teruggedacht aan de vierde ronde, toen hij Nikolic al na elf zetten remise gaf.