Leiders Kosovaren moeten kiezen of delen

Voor de twee `regeringen' van de Kosovaren nadert het uur van de waarheid: nu in Kosovo een interim- bestuur komt, moeten ze besluiten samen te werken of de rivaliteit voort te zetten.

De afgelopen maanden zijn de rivaliserende vleugels van de leiders van de Kosovaren alleen maar verder uit elkaar gegroeid. In Rambouillet waren ze het nog eens: er was één gezamenlijke delegatie van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK en de LDK (Democratische Liga van Kosovo) van Ibrahim Rugova, de partij die tien jaar lang het vreedzame verzet tegen de Serviërs gestalte heeft gegeven. Van die eensgezindheid is niets meer over.

Na het begin van de NAVO-luchtacties op 24 maart werd Rugova in Priština kundig ingekapseld door de Joegoslavische leiding. Terwijl de Serviërs honderdduizenden Kosovaren verdreven, haalde Slobodan Miloševic Rugova naar Belgrado, zette hem voor de tv-camera's en wisselde glimlachend plesanterietjes en goede voornemens met hem uit. Daarna had Rugova zijn Schuldigkeit getan en mocht hij, op 5 mei, naar Italië vertrekken.

Het UÇK had toen al, woedend om Rugova's meegaandheid, een eigen regering in ballingschap opgericht onder Hashim Thaçi, naast en vooral tegenover de regering in ballingschap van Rugova's premier Bujar Bukoshi. Daarna ontwikkelde zich een propagandaslag, die ruim door Thaçi's UÇK-regering lijkt te zijn gewonnen.

Terwijl Rugova de rode lopers van Europa's kanselarijen afliep voor overleg met Europese leiders leidde Thaçi in Kosovo zelf het verzet tegen de Serviërs en trok hij in Albanië en Macedonië langs de vluchtelingenkampen. Rugova liet zich in zo'n kamp maar één keer zien, eind mei, en hield dat bezoek ook nog beperkt tot welgeteld tien minuten. Het bood Thaçi in de slag om de populariteit prima munitie. Rambouillet-delegatielid Fehmi Agani, memoreerde hij, weigerde met de Serviërs te praten en werd daarom vermoord, Rugova daarentegen liet zich door de Serviërs inpakken en liet zich daarna in Europa's hoofdsteden lauweren terwijl zijn mensen lijden in Kosovo en in de kampen. Met andere woorden: Rugova is een hele of halve collaborateur, ,,een gezant van Miloševic''.

Om het UÇK tegenwicht te bieden trachtte de LDK, de partij van Rugova, een eigen, met het UÇK rivaliserend leger op te bouwen, het FARK. De LDK is een rijke organisatie: ze beheert sinds jaar en dag de `belasting' die de Kosovaarse gastarbeiders in West-Europa sinds jaar en dag betalen voor de instandhouding van de ondergrondse `Republiek Kosovo'. Het gaat daarbij om vele tientallen miljoenen dollars. Met dat geld rustte de LDK-regering tussen vijf- en achtduizend FARK-strijders uit. Te velde, in de guerrilla tegen de Serviërs, hebben UÇK- en FARK-commandanten wel getracht samen te werken, maar het FARK weigerde in de frontlijn te vechten en van gezamenlijke operaties is nauwelijks sprake geweest.

Rugova heeft in de slag om de populariteit onder de verdreven volksgenoten kansen laten liggen. Donderdag zei hij ,,de Serviërs te kunnen vergeven'' om wat ze de Kosovaren hebben aangedaan – een uitlating die heel slecht viel onder Kosovaren die bij de etnische zuivering familieleden hebben verloren, hun woningen hebben zien uitbranden, door de Serviërs zijn gemarteld, zijn verdreven en nu onder slechte omstandigheden in kampen huizen.

Rugova lijkt politiek dood, en het Westen zou er op het eerste gezicht beter aan doen bij de vestiging van de autonomie die Kosovo op grond van het vredesakkoord krijgt, samen te werken met Thaçi's regering. Maar makkelijk wordt dat niet: het UÇK, en dus Thaçi's regering, is politiek aanzienlijk radicaler dan Rugova en zijn LDK. Bovendien beschikt de LDK over bestuurlijke ervaring: zij heeft tien jaar lang de ondergrondse regering van de Kosovaren geleid, en die ervaring missen Thaçi en de zijnen. En ten slotte past het hele UÇK slecht in het Kosovo-beeld van na de oorlog. Het is een leger dat op grond van het vredesakkoord moet worden ontwapend, en omdat een leger dat zich ontwapent geen leger meer is zal het dat weigeren. Het zal de komende dagen proberen door Serviërs opgegeven posities in te nemen voor KFOR ter plekke is. De weigering van het UÇK zichzelf de facto op te heffen kan nog tot serieuze conflicten tussen KFOR-troepen en het UÇK leiden. Het UÇK heeft zich de afgelopen maanden aanzienlijk versterkt en de commandostructuren hervormd. Dat is de verdienste van de nieuwe stafchef, de 39-jarige Agim Ceku, een man die is afgestudeerd aan de militaire academie van Belgrado, generaal is geweest in het Kroatische leger, en liefst negen keer door de Kroatische president Tudjman is onderscheiden wegens zijn verdiensten in de strijd tegen de Serviërs in Kroatië, in 1991 en 1995.

Welke rol de leiders van de Kosovaren na de vorming van een interim-bestuur onder VN-leiding precies kunnen of mogen spelen is nog niet helemaal duidelijk. Maar welke die rol ook is, ze staan voor een keus: de rivaliteit voortzetten of haar bijleggen. Vooralsnog zijn er geen signalen dat ze de tweede optie kiezen.