Kraaien, klagen en croonen

Tot op heden is niet bekend wie The Residents zijn. Ze hebben wel meesterwerken gemaakt, vol geluidscollages, balletmuziek, en superieure kolder.

Een eerste kennismaking met het oude werk van The Residents kan men vergelijken met een kijkje in een parallel universum waar muziekinstrumenten net zijn uitgevonden en een of andere dorpsgek zijn eerste deuntje heeft gecomponeerd. The Residents tarten alle wetten van de popmuziek. Waarom een heel liedje gemaakt als een refrein voldoet? Waarom maat houden? Waarom consequent zijn in de instrumentatie? Muzikale wetten zijn er niet om overtreden te worden, ze bestaan eenvoudig niet. En de zang is daarvoor het ultieme bewijs. Off key zingen mag dan de charme zijn van vele singersong-writers, de leadzanger van The Residents lijkt nooit van Lou Reed of Neil Young gehoord te hebben. Zijn stem is in wezen al onmuzikaal. Zelfs de grootste lo-fi singersongwriters van de jaren negentig - Will Oldham, Billy Callahan en Jason Molina, die eigenlijk ook `hele-maal niet kunnen zingen' - zijn wonderen van muzikaliteit vergeleken bij de neuszanger van The Residents. Kraaien, weeklagen en croonen - alle genres van het poplied vermengt hij, maar er zit geen aardse noot bij.

Op hun debuutalbum Meet The Residents uit 1973 gebruikt de band naast antiritmes en ontstemde instrumenten zelfs een eerste sample: een plaat die blijft hangen wordt als riff gebruikt. Daarbij geven ze aan het coveren meer cachet, dat door de Engelse punk, drie jaar later, zou worden opgepikt. Klassiekers worden daardoor, van alle context en oorspronkelijkheid ontdaan, tot geheel nieuwe popsongs gesmeed. Het Residentsalbum The Third Reich 'n Roll uit 1976 bestaat geheel uit `gerecyclede' Top Veertig liedjes en doet denken aan een hitlijst van Mars.

De eerste zeven albums van The Residents zijn ondanks de volkomen unieke sound van de band zeer verschillende platen. Wat ze bindt is de nasale stem van de zanger, de volkomen Amerikaanse melodieën en de gesjeesde instrumentatie. Wat ze van elkaar onderscheidt is een griezelige rijkdom aan anarchistische ideeën over een kunstvorm die nog lang niet aan zijn pensioen toe was.

Speelgoed

Rond '66 waren vijf jonge knapen, zwaar beïnvloed door de psychedelische revolutie in de pop, bezig zich tot de eerste echte `home tapers' te ontwikkelen. In een van elastiek en speelgoed aan elkaar hangend studiootje maakten ze opnames die ze aan vrienden rondstuurden. En hoewel er smakelijk om gelachen werd zal niemand hebben bevroed dat ze collectors items van onschatbare waarde toegezonden kregen, want de nog naamloze groep was serieus en begon vanaf '70 edited tapes naar platenmaatschappijen te sturen. Er bestaan twee versies van de anekdote die voor de bandnaam zou zorgen. Er werd in het studiootje een cover van Zappa's King Kong gemaakt en het verhaal wil dat deze opname naar Frank Zappa werd gestuurd die de tape zonder commentaar retourneerde aan `the residents of...', waarna het opgegeven adres volgde. Een andere lezing wil dat een edited tape naar Hal Halverstad ging, een platenbons van Warner die met Captain Beefheart had gewerkt. Hij zou het bandje op de hierboven beschreven manier hebben teruggezonden. (Warner heeft indertijd wel overwogen de band te contracteren.) In ieder geval was een bandnaam gevonden. Het quintet werd een kwartet, en niet in het minst uit het veld geslagen begonnen The Residents aan een muzikale carrière die nog altijd door velen uiterst serieus genomen wordt, getuige ook de uitnodiging die het Holland Festival aan de band heeft verstrekt.

Wie zijn The Residents? Dat is de vraag die direct na het debuutalbum door velen gesteld werd. De officiële hoes van het debuut was een parodie op een Beatlehoes en de leden noemden zich Paul McCrawfish, John Crawfish, George Crawfish en Ringo Crawfish. Deze Louisiana-humor zorgde voor opschudding en de hoes werd teruggetrokken door Ralph, het illustere platenlabel dat vrijwel gelijk met het debuut van The Residents ontstond. Maar dat kon niet verhelpen dat minstens 10 jaar lang door menigeen gedacht werd dat The Beatles onder dit pseudoniem hun anti-commerciële ideeën op de popmuziek loslieten. Op de hoes van het ambient album Eskimo uit '79 zagen we voor het eerst de Oogbalhoofden, een logo dat de The Residents perfect stond en hen bovendien definitief op de kaart van de merchandising zetten zou. Tot op heden is niet bekend wie The Residents zijn. Hun zwaar door J.D. Salinger geïnspireerde Theory of Obscurity heeft stand gehouden, ondanks hun wereldtoernees, hun commerciële dwaalwegen en hun vaak pathetische pogingen om muzikaal in het nieuws te blijven.

Gezonken

Laat ik er niet langer omheen draaien. Wat doen The Residents in godsnaam op het Holland Festival? Ze toeren sinds '83 regelmatig de wereld rond, hebben rond die tijd hun laatste waardige werk gemaakt en zijn muzikaal zo diep gezonken dat ze niet enkel epigonen van zichzelf zijn geworden, maar ook nog eens hun slechtste werk pasticheren. Het was in '83 al een twijfelachtig genoegen de levende legende in Utrecht te aanschouwen. Natuurlijk: als die hard fan ging je, maar de Mole-trilogie, die in die periode verscheen, bracht sommigen al aan het twijfelen over de muzikale toekomst van hun intens geliefde anti-genieën. De band had zich niet alleen volkomen afhankelijk gemaakt van de zogeheten Emulators (de eerste superieure sample-keybords) en was sinds de emancipatie van de drumcomputer ook erg ritmevast geworden, maar meende ook pretentieuze sociale commentaren in hun werk te moeten vervlechten. Een teken aan de wand was dat de plaat Intermission, de pauzemuziek van de trilogie én de show, het muzikale hoogtepunt was, een laatste meesterwerkje dat de band live niet uit kon voeren.

We hebben het geweten: The Residents go public. Ze hebben sindsdien niet één waardig album meer gemaakt. De verzamelaar kreeg gotspe na gotspe voor de kiezen, met als absolute dieptepunt het album dat ze aan hun 20-jarig bestaan wijdden, Our Finest Flowers, waarop ze oude nummers opnieuw uitvoerden. Zowel de keuze van de nummers als de uitvoeringen deden vermoeden dat dit onmogelijk de oorspronkelijke Residents konden zijn. Onlangs verscheen een vierdelige cd-box waarop de band een overzicht van hun carrière geeft, en naast enkele hoogtepunten uit vervlogen jaren (waaronder de legendarische The Beatles Play The Residents, And The Residents Play The Beatles tracks) staan er godbetert samenvattingen op van lange stukken van oude albums. Het album dat op het Holland Festival uitgevoerd gaat worden, Wormwood, een Residents-commentaar op de Bijbel, is muzikaal dan ook volslagen oninteressant en alleen textueel onderhoudend. Maar de show doet het goed in Engeland en misschien is het ook wel een belevenis om de Residents met hun beroemde oogbalhoofden eens live te zien als je nog nooit van de band gehoord hebt.

Als purist tegen wil en dank wil ik graag wijzen op de echte meesterwerken die tussen '73 en '80 werden gemaakt door North Louisiana's Phenomal Pop Combo The Residents: Meet The Residents, Not Available, The Third Reich 'n Roll, Fingerprince, Duck Stab/Buster & Glen, Eskimo en The Commercial Album. Al deze albums zijn digitaal geremasterd in zogeheten digi-pakjes te krijgen, zodat je ook werkelijk eens vrolijk wordt van de uitvinding die `compact disc' heet, want het vinyl van Ralph moet wel het slechtste vinyl geweest zijn dat ooit gebruikt is voor het persen van platen.

Epigonen

Deze meesterwerken staan vol geluidscollages, balletmuziek, superieure kolder, hartverscheurende nursery rhymes, perfecte maar unieke popliedjes, ambient, en polyfonische kunststukjes waar Beefheart een punt aan zuigen kan. Met de hulp van legendarische muzikanten als Fred Frith, Don Preston en hun vaste gastgitarist Snakefinger werd een sound gecreëerd die enkel nagebootst kon worden door volkomen idolate epigonen als Renaldo and The Loaf, die twee namaakalbums maakten en als dank met The Residents mochten samenwerken. Dat de invloed van The Residents op de popmuziek uiterst versnipperd terug te vinden is mag geen wonder heten. Maar wie sommige liedjes van Sparklehorse beluistert hoort ineens een echo van The Residents meest tedere album Not Available. Wie de Engelse Beta Band volgt weet vrijwel zeker dat deze jongens alles van The Residents hebben. Ze zijn wat mij betreft tot op heden ook de enige waardige opvolgers, juist omdat hun anarchistische benadering vergelijkbaar is met die van de oude Crawfishes, terwijl hun muziek volkomen eigenzinnig is. En natuurlijk hebben ontelbare dj's Residentsalbums in huis, voor de geluiden, de details in collage's en de montagetechnieken. Een dj als Doctor L. lijkt het complete oude keybordrepertoire van The Residents te kennen, en op het eerste soloalbum van turntabelist Rob Swift horen we een sample van The Mole Show voorbijkomen. Zelfs een overschatte lo-fi pias als Johnnie Dowd lijkt zwaar beïnvloed door de oude platen van The Residents.

Dat The Residents al ruim vijftien jaar niet in staat zijn hun betere werk ook maar te benaderen is geen wonder in de wereld van de popmuziek. En dat is nu precies het meest tragische aspect van hun loopbaan: dat de meest eigenzinnige anarchisten van de pop niet aan de oudste en meest genadeloze wet van het genre hebben kunnen ontsnappen.

The Residents treden op tijdens het Holland Festival op 18 juni in de Amsterdamse Stadsschouwburg, tel. 020-6242311.