Gevaar kun je ruiken

De wereld zit vol met geuren. Ze zweven door de lucht en door het water. Bijvoorbeeld door de Maarsseveense Plas, een meertje vlakbij Maarssen in de provincie Utrecht. Die plas zit vol met luchtjes van de dieren die er rondzwemmen. Er zijn vissen, zoals baarzen. En ook een heleboel kleiner grut. Watervlooien bijvoorbeeld. En algen. Baarzen, watervlooien en algen kunnen elkaar ruiken. Zodra de een de ander ruikt, gebeuren er prachtige dingen.

Baarzen eten graag watervlooien, maar de vlooien laten zich niet zo maar vangen. De watervlooien hebben namelijk een neus voor vislucht. Ze kunnen ruiken dat er een jagende baars in de buurt is. Zodra de watervlooien lucht krijgen van een baars duiken ze naar beneden, naar donkere diepten. Daar zijn ze veiliger, want baarzen hebben licht nodig bij het jagen. In het donker kunnen ze de vlooien niet zien.

Zodra de avond valt wagen de watervlooien zich weer naar boven. Aan het wateroppervlak is het dan ook donker, dus lopen de vlooien niet in het oog. Ze komen naar boven omdat daar hun voedsel rondzwemt. Zo jojoën de vlooien voortdurend heen en weer. Naar beneden als de dag aanbreekt, weer naar boven als het donker wordt. Trouwens, als er geen baars in het water zit, duiken de vlooien niet naar beneden. Dan ruiken ze geen gevaar en blijven gewoon boven rondzwemmen, daar waar de algen zijn.

Watervlooien eten op hun beurt graag algen. Maar ook de algen hebben zo hun trucs om zich te beschermen. Algen hebben een neus voor watervlooien. Zodra ze een vlo ruiken bouwen ze een dikke, beschermende laag om zich heen. En ze kruipen met een heleboel op een kluitje. Voor een watervlo is het erg moeilijk om zo'n dikke kluit algen naar binnen te werken. Het ene dier geeft dus een luchtje af, een ander dier kan dat ruiken en wordt erdoor gewaarschuwd. Voor dit soort geurtjes hebben biologen een mooie naam verzonnen: kairomonen. Heel veel dieren en planten geven kairomonen af. Meren, zeeën en oceanen zitten er vol mee. Ook zweven ze door de lucht. Een antilope slaat op de vlucht zodra hij een kairomoon van de leeuw ruikt. In dit geval verraadt de leeuw zichzelf door zijn eigen lucht. Het kan ook anders. Als een plant wordt aangevreten door bladluizen geeft de plant een kairomoon af. Die geur trekt sluipwespen aan. De wespen leggen hun eitjes in de bladluizen en de luizen gaan dood. In dit geval beschermt de plant zichzelf met het kairomoon.

Soms zorgt een kairomoon ervoor dat een dier van uiterlijk verandert. Dat is bijvoorbeeld bij watervlooien het geval. Niet alleen baarzen jagen op deze vlooien, muggenlarven doen dat ook. De larven geven een kairomoon af en watervlooien kunnen die geur opvangen. Zodra een vlo een muggelarve ruiktgroeien er scherpe stekels uit zijn nek. En zijn ronde lijf wordt ineens driehoekig. De muggenlarve krijgt zo'n stekelig, hoekig dier maar met moeite weg. De vlo heeft door zijn razendsnelle verandering een grotere kans om aan de hongerige rover te ontkomen. Wat je al niet moet doen om te overleven.