Europa

Weet u het nog? Ruim twee jaar geleden werd in Amsterdam een referendum gehouden over IJburg. Aan het referendum was een levendige discussie voorafgegaan zoals die in jaren niet meer in de Nederlandse politiek had plaatsgevonden. Hoe klein de kwestie ook was, voor- en tegenstanders hadden een echte campagne gevoerd met een echt slotdebat dat op de lokale televisie was uitgezonden. Nog nooit hebben zoveel Amsterdammers toen naar AT5 gekeken. De tegenstanders van IJburg wonnen met ruime meerderheid, maar de bouw van IJburg ging gewoon door, omdat de winnaars tot verliezers werden uitgeroepen. Kort voor het referendum had Dijkstal, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en een erkend tegenstander van referenda, de wet veranderd door een kiesdrempel in te voeren. Bij het referendum over IJburg kwam het erop neer dat er net te weinig mensen naar de stembus waren gegaan, zodat de uitslag ongeldig werd verklaard. De opkomst was toen veertig procent.

Officieel mogen we het nog niet weten, maar de opkomst bij de Europese verkiezingen was dertig procent. Een historisch dieptepunt, dat zo in het Guinness Book of Records kan worden opgenomen. De Europese verkiezingen gaan natuurlijk niet per referendum, maar eigenlijk zouden ze met zo'n extreem lage opkomst ook als ongeldig moeten worden geschrapt.

De lusteloosheid van de campagne die aan de verkiezingen voorafging, zou zo'n maatregel zonder meer rechtvaardigen. Het optreden van de lijsttrekkers gisteravond in Den Haag Vandaag maakte al even moedeloos. Allemaal zagen ze wel een lichtpuntje. Of hun partij was ondanks de lage opkomst grootste gebleven, of hun partij had zich ondanks de lage opkomst juist gehandhaafd, of het verlies was ondanks de lage opkomst juist een uitdaging voor de volgende keer. Alle lijsttrekkers rekenden in percentages en nooit in absolute getallen. Wanneer zij dat aanstaande zondag bij de bekendmaking van de officiële uitslag wel doen, zullen ze bemerken dat ze allemaal – GroenLinks misschien uitgezonderd – fors verloren hebben.

Laten we nog even teruggaan naar de crisis van een maand geleden, toen het kabinet viel omdat de Eerste Kamer een grondwetswijziging ten gunste van het referendum had afgestemd. Terugkijkend moet je wel van een absurdistische gebeurtenis spreken. Fractievoorzitter Dijkstal, die als minister een drempel invoerde om het referendum zo onaantrekkelijk mogelijk te maken, deed nu vreselijk zijn best om zijn partijgenoten voor te laten stemmen.

Ik moest ook denken aan PvdA-senator Erik Jurgens, die daags na het debacle met het IJburg-referendum in deze krant schreef dat de winnaars weliswaar verloren hadden, maar dat dit referendum `toch naar meer smaakte'. Naar meer? Na IJburg heeft het woord referendum in Amsterdam elke glans verloren en ik geloof dat wij vele jaren zullen moeten wachten, voordat een groepje enthousiastelingen het weer aan zal durven.

Om het kabinet te lijmen, heeft D66 ermee ingestemd dat het referendum slechts adviserend zal worden. Daarmee heeft het referendum zijn laatste greintje geloofwaardigheid verloren. Er moet nogal wat energie in het opzetten van een referendum gestoken worden en geen mens is daartoe bereid wanneer het eindresultaat niet meer kan zijn dan een advies. Het is zelfs beschamend dat men zoiets durft voor te stellen en naar mijn idee had D66 dat compromis nooit moeten aanvaarden.

Het is waar dat de invoering van een referendum geen kwestie is van het allergrootste gewicht, maar het gaat erom dat de manier waarop met dat referendum is omgesprongen het wezen van onze democratie aantast. Maandenlang zijn ministers en ambtenaren in de weer geweest met wetsvoorstellen. Het uiteindelijke voorstel wordt aangevallen, verdedigd en er wordt over gestemd. De oppositie die zelf altijd voor is geweest, pakt haar kans en stemt tegen. Het kabinet valt en wordt gelijmd. Wat er uiteindelijk van het toch al magere voorstel overblijft, is een volstrekte farce. Gebakken lucht. Zo is er lang gewerkt aan iets dat in de praktijk niets voorstelt.

Je zou verwachten dat mensen ook wel eens iets tot stand willen brengen, maar kennelijk leven politici daarvoor te veel in een schijnwereld.