De militaire lessen van de Kosovo-oorlog

Het `Kosovo-scenario' van gradueel escalerende precisiebombardementen geeft NAVO-luchtmachten flink wat stof voor zelfstudie.

Was de Joegoslavische ommekeer in het conflict over Kosovo nu wel of niet uitsluitend te danken aan het gaandeweg destructiever optredende `luchtwapen' van de NAVO? Ja, beweren sommigen, zoals de Britse krijgshistoricus John Keegan, want grondtroepen zijn niet ingezet. De meeste commentatoren zijn het daarmee niet eens. Vooral een groot offensief van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK – grondtroepen! – zou de NAVO-piloten twee weken geleden hebben geholpen bij het vernietigen van voordien onvindbaar legermaterieel. Vierduizend UÇK-strijders zouden hebben getracht de weg tussen Prizren en Pec af te snijden. Ze zouden hiermee de Servische eenheden hebben gedwongen uit de schuilplaatsen te komen. Binnen korte tijd waren volgens de NAVO 84 stuks zwaar materieel vanuit de lucht vernietigd.

Betekent dit nu dat binnen de defensiebudgetten van de NAVO een verschuiving in de richting van de luchtmachten kan worden verwacht? Vast niet. Want geen enkel volgend conflict zal identiek zijn aan `Kosovo'. Niets garandeert dat bij een volgende oorlog een luchtoffensief voldoende zal zijn om de tegenstander de witte vlag te laten hijsen. Het had zelfs nú, na elf weken Allied Force, niets gescheeld of de NAVO had, schoorvoetend, moeten instemmen met een grondoorlog. De plannen voor een invasie van een non-permissive Kosovo kwamen uit op een troepenmacht van 150.000 man. `Kosovo' toonde dat een geduldige escalatie van een luchtoffensief vruchten kan afwerpen, maar legde eveneens de noodzaak van een groot paraat grondleger bloot. Het lijkt er dus op dat het `luchtwapen' wel een slag, maar niet de oorlog om de verdeling van de toekomstige defensiebudgetten heeft gewonnen. Daarbij komt dat de NAVO bij de uitvoering van de luchtoorlog een paar pijnlijke steken heeft laten vallen.

Vooral de stealth-technologie die vliegtuigen moeilijk waarneembaar moet maken voor radar, heeft aan glans verloren. Niet alleen wist de Joegoslavische luchtafweer al op de derde dag van operatie Allied Force een F-117 neer te schieten, maar ook de prestaties van de meer dan twee miljard dollar kostende B-2 bommenwerpers vielen tegen. De `vliegende vleugels', die golden als practisch onzichtbaar voor radar, moesten, met het oog op het debâcle met de F-117, bij iedere missie worden vergezeld van EA-6B elektronische storingsvliegtuigen. Dat was een motie van wantrouwen voor de stealth-technologie. Bovendien doet het storen zelf het verrassingselement teniet. De vraag is dan gerechtvaardigd waarom een handvol van de toestellen beladen met bommen 33 uur durende retourmissies vanaf de thuisbasis in de VS naar de Balkan vlogen.

,,Dit houdt in dat er nergens op aarde nog plekken zijn die niet kunnen worden onderworpen aan een gelijksoortig verwoestend bombardement'', beweert Keegan, en hij kan zich niet voorstellen dat een despoot in de toekomst snel zo'n afstraffing over zich zal afroepen. Maar zelfs als alle twintig bestelde B-2 bommenwerpers van de Amerikaanse luchtmacht iedere 24 uur met zestien bommen naar Servië hadden kunnen vliegen, is dat in vergelijking met de duizend toestellen die vanaf Italiaanse bases af en aan konden vliegen niet indrukwekkend. Ook over de inspanningen op inlichtingengebied is het laatste woord niet gezegd. In de eerste plaats schoot de NAVO nogal eens in eigen doel door onnauwkeurig te richten en burgerdoelen te treffen. De high-tech voorkwam dat niet. Vooral het onbedoelde bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado kan worden bijgezet in het rijtje grote militaire blunders.

In de tweede plaats leken de Joegoslavische strijdkrachten het verstoppertje spelen met de NAVO-gevechtsvliegtuigen lange tijd aardig onder de knie te hebben. Na de conferentie van Rambouillet besefte Belgrado dat bunkers uit de jaren vijftig en zestig geen veiligheid tegen precisiebommen zouden bieden, temeer omdat vroegere Kroatische en Sloveense officieren van het Joegoslavische leger zich nog wel konden herinneren waar deze schuilkelders zich in hun diensttijd bevonden. De eenheden verspreidden zich na `Rambouillet' over het platteland en maakten zich onzichtbaar in grotten en onder gebladerte. In Kosovo was dit moeilijk, aangezien de troepen ook offensieve operaties tegen het UÇK moesten uitvoeren. Maar uit de NAVO-briefings is wel te distilleren dat het luchtoffensief, zeker de eerste zes weken, maar matig succes had: de aantallen getroffen tanks en stuks artillerie waren aanvankelijk op één hand te tellen.

De NAVO, die door de grotendeels intact gebleven luchtafweer gedwongen was op vijf kilometer hoogte te blijven vliegen, riep de hulp in van onbemande verkenningsvliegtuigen. Deze kunnen van een geringe vlieghoogte voertuigen en zelfs mensen op de grond volgen en hun bevindingen naar grondstations doorseinen. Het resultaat hiervan was, gezien de oplopende Servische verliezen, hoopgevend. Maar hun inzet had een prijs: de VS verloren naar eigen opgave drie Predators, zeven Hunters en twee Pioneers, Duitsland verloor minstens vier CL-289's en Frankrijk minstens vier CL-289's en Crécerelles.

De robotvliegtuigen, andere verkenningsvliegtuigen en de `ogen en oren' van het UÇK – en waarschijnlijk speciale eenheden van de NAVO – op de grond maakten pas na lange tijd ondraaglijke Servische verliezen mogelijk.

Hoeveel militairen werkelijk zijn uitgeschakeld zal wel altijd geheim blijven. President Miloševic sprak gisteren van 462 gesneuvelde militairen en 114 gesneuvelde politiemannen. De NAVO komt met heel andere getallen. Eén NAVO-luchtaanval zou afgelopen maandag zelfs mogelijk 1200 slachtoffers hebben gemaakt. Een Amerikaanse B-52 zou twee Servische infanteriebataljons bij de berg Pastrik hebben verrast toen ze zich op een berghelling verzamelden. De NAVO-berichtgeving hierover leek echter meer ingegeven door de wens om Belgrado onder druk te zetten, dan op waarheid te berusten. Een bataljon bestaat uit maximaal duizend man. Het is onwaarschijnlijk dat één bomb-run meer dan de helft van zo'n troepenmacht elimineert. Het lijkt ook niet aannemelijk dat Joegoslavische troepen zich overdag massaal hebben blootgegeven. De NAVO houdt het totale aantal slachtoffers van de oorlog op vierduizend Joegoslavische gesneuvelden en zesduizend gewonden. Feit is dat beide tegenstanders er belang bij blijven hebben het dodental te onderschatten: Servië om de kosten van de oorlog te bagatelliseren, de NAVO om te pretenderen een `schone' oorlog tegen vooral materiële doelen te hebben gevoerd.