Buitenlandse interesse voor overname Epon

In het buitenland bestaat grote belangstelling voor overname van Epon, de grootste elektriciteitsproducent van Nederland. Een formele procedure om over te gaan tot verkoop van het bedrijf, dat ruim een kwart van de Nederlandse stroom opwekt, moet echter nog beginnen.

Dat heeft de Epon-directie gisteren gezegd in toelichting op de jaarcijfers. De aandeelhouders van Epon, energiedistributeurs Nuon (Oost-Nederland) en Edon (Noord-Nederland), willen hun belang verkopen nu de stroommarkt wordt geliberaliseerd. Volgens algemeen directeur ir. L. van Halderen hebben zich gegadigden gemeld uit Duitsland, België, Spanje, Engeland en de Verenigde Staten.

Epon onderhandelt met zijn aandeelhouders over de voorwaarden voor de verkoop. Hoewel Nuon bezwaar zou maken tegen een partij als het Texaanse Reliant, wil Van Halderen geen blokkades opwerpen. Reliant kocht twee maanden geleden concurrent Una voor 4,5 miljard gulden en verzekerde zich daarmee van een positie op de Nederlandse elektriciteitsmarkt. Voorkeuren heeft Epon evenmin, zegt Van Halderen. Het bedrijf heeft goede banden met het Duitse Preussen Elektra, maar die partij heeft volgens de directie bij een veiling geen streepje voor.

Los van de keuze voor een nieuwe `strategische partner' bereidt Epon zich reeds voor op de geliberaliseerde stroommarkt. Met vakbonden en ondernemingsraad is overeenstemming bereikt over een personeelsreductie met ongeveer een derde van de duizend werknemers.

Voor de reorganisatie is tot 2000 140 miljoen gulden gereserveerd. Tegelijkertijd is het bedrijf bezig met het opzetten van een commerciële organisatie voor handel in elektriciteit. ,,Daarmee anticiperen we op de nieuwe situatie'', aldus Van Halderen.

Epon heeft van de 88,8 miljoen gulden nettowinst over 1988 50 miljoen uitbetaald aan aandeelhouders. Bovendien heeft het bedrijf minder geïnvesteerd dan gedesinvesteerd. Van Halderen vindt dat niet strijdig met de noodzaak om het bedrijf sterk om te vormen. De investeringen in nieuwe commerciële activiteiten bedragen volgens hem een fractie van de bedragen die in centrales zijn gestoken.

Niet alle commerciële activiteiten lopen gladjes: het eigen ingenieursbureau zag de externe opdrachten krimpen van 30 tot 18 procent. ,,Ondanks grote verwachtingen over een dynamische markt zijn partijen zeer aarzelend werkelijk tot investeringen over te gaan'', aldus Van Halderen.