`Belgisch voedsel is dioxinevrij'

De Belgische premier Dehaene heeft gezegd dat alle voedsel in zijn land vrij is van dioxinen. Dit zou uit onderzoeken gebleken zijn. Ook bij de vetsmelterij Verkest zouden geen dioxinen zijn aangetroffen.

De Europese Commissie heeft echter ernstige twijfels aan de waarde van de Belgische onderzoeksresultaten. ,,Wij hebben absolute onzekerheden. De zekerheden van de Belgische autoriteiten bestaan bij ons absoluut niet'', zei gisteren de woordvoerder van Europees commissaris Bonino (Consumentenzaken).

De Commissie houdt vast aan haar standpunt dat België zuivel uit de handel moet nemen. Maar zij spant nog geen procedure wegens inbreuk op de Europese regels aan bij het Europees Hof. Volgens een woordvoerder van de Commissie duurt zo'n procedure te lang om de Belgische consument nu te helpen.

Op voorwaarde van anonimiteit zeggen bronnen bij de Commissie echter dat van een procedure tegen België is afgezien om de Belgische regering vlak voor de verkiezingen van aanstaande zondag niet in een moeilijker positie te brengen. Eerder deze week vermeden de ministers van Volksgezondheid van de Europese Unie ook al een botsing met hun Belgische collega Van den Bossche over deze zaak.

Het uit de handel nemen van voedingsmiddelen is van België geëist door zowel de Commissie als door het permanent veterinair comité van de EU, waarin vertegenwoordigers van alle EU-lidstaten zitting hebben. De Commissie is het oneens met het Belgische standpunt dat er geen sprake kan zijn van een gevaarlijke hoeveelheid dioxinen in melk en kaas. De Commissie en het veterinair comité verwachten volgende week, dat betekent na de Belgische verkiezingen, een definitief oordeel te kunnen geven over de kwaliteit van de Belgische onderzoeken.

De Commissie en het veterinair comité moeten ook oordelen over de schifting die de Belgische regering heeft gemaakt tussen pluimvee-, rundvee- en varkensbedrijven die wel of geen met dioxinen besmet veevoer gebruikt kunnen hebben. Gisteren bracht België nog voortdurend veranderingen in de lijsten van verdachte bedrijven aan. De Belgische regering baseert zich op het ,,woord van eer'' van de bedrijven bij het opstellen van lijsten van verdachte ondernemingen. De Commissie betwijfelt of zo'n woord van eer voldoende basis is om voedingsmiddelen van niet-verdachte bedrijven weer op de markt toe te laten.

De door België vrijgegeven producten kunnen niet uitgevoerd worden als ze niet zijn voorzien van certificaten die garanderen dat ze geen gevaar voor de volksgezondheid opleveren. Die documenten, voorzien van een stempel van het Belgische ministerie van Landbouw en dikwijls ondertekend, hebben volgens een woordvoerder van de Commissie geen enkele waarde.