Auto's schoppen

Gisteren heb ik een auto geschopt.

Waarom.

Omdat ik zo de schurft heb aan open auto's? Omdat ik zo de schurft heb aan open auto's waar keiharde rotrap of andere rotboemboemherrie uitkomt? Omdat ik zo de schurft heb aan open auto's met rotherrie met gajes erin? Omdat ik zo de schurft heb aan open auto's, met rotherrie met gajes, die altijd te hard rijden, en waar er steeds meer van komen?

Nee.

Ik gaf die auto, zo'n BMW'tje van een ton, een trap omdat ik zag dat de bestuurder zag dat ik op de zebra liep en omdat de bestuurder dacht: ik kan er wel voorlangs als ik even flink gas geef.

Toen gaf ik hem een trap.

En, o ja, `lul' zei ik ook nog.

Het daaropvolgende gebruikelijke keihard in z'n achteruit zetten en met piepende banden vlak voor mij tot stilstand komen en met opengeslagen deur mij verrot schelden, het van mij met de verkeerde, en achteraf, te angstige zinnen, terugverrotschelden, was slechts formaliteit en niet echt bedreigend geweest. Ik herinnerde me iets later, toen ik al weer aan het lopen was, dat er een vrouw bij had gestaan en dat ze er een beetje om had moeten lachen.

Voor de kijkers, niets aan de hand dus.

Toch bleef het sudderen, het ging niet echt weg. Waarom zou ik opeens auto's gaan schoppen? Vroeger zou ik dat nooit gedaan hebben.

Is het zo dat wanneer je ouder wordt, dat je dan recalcitranter wordt? Minder verdraagzaam? Of is het zo dat er een soort doodsverachting uit spreekt? Dat je op je oude dag eerder geneigd bent om te denken: kan mij het verrotten.

Tot nu toe was ik bang, slap en verstandig geweest. Waarom juist nu? Waarom dan nu wel die trap? Omdat je denkt: ik heb toch nog maar een paar jaar?

Opeens moest ik ook aan Déjà Vu denken. Stephen Stills, Crosby, Stills, Nash & Young, 1970. `Almost cut my hear, it happened just the other day.' En toen werd ik toch weer een beetje gelukkig.

Lieve Lita, ik ben nu 43, ben ik gek aan het worden?