Zelfportret is geen zelfstudie

Ruim zestig zelfportretten boekstaven in de Londense National Gallery het leven van Rembrandt. Ze illustreren ook het genre zelfportret, waarbij de schilder zowel acteur als toeschouwer is.

Wat een neus! Een rode kokkerd, een aardknol, een braadworst, een verkouden-boeren-drankneus is het. Wie zou zo'n neus zijn hele leven, keer op keer willen schilderen, tekenen en etsen? Rembrandt van Rijn (1606-1669), de beroemdste Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw.

Tenminste zeventig keer maakte hij een zelfportret. De Londense National Gallery in Londen en het Haagse Mauritshuis hebben er ruim zestig bijeengebracht uit collecties van Britse, Nederlandse, Amerikaanse, Duitse en Spaanse musea. Die verzameling is sinds een dag te zien in Londen, op 25 september opent de tentoonstelling in Den Haag.

Niemand heeft zoveel zelfportretten gemaakt als Rembrandt, gemiddeld bijna twee per jaar in zijn schildersloopbaan. Bert Haanstra heeft ooit voorgesteld een film te maken waarin die schilderijen chronologisch in elkaar overlopen, zodat je Rembrandt in de loop van de film langzaam oud ziet worden. Het is er niet van gekomen. Maar de Londense tentoonstelling, waar al die zelfportretten zijn opgehangen in de volgorde waarin ze zijn ontstaan, heeft op het eerste gezicht een soortgelijk effect.

In vijf zalen kijken zijn ogen je aan. Vrolijk, bezorgd, ijdel, kalm, verbaasd, glazig, priemend, droevig, kwiek, donker, jong, middelbaar, oud; dezelfde ogen steeds anders. Boven die aardappelneus. Twee zalen voor Rembrandts Leidse jaren tot 1631, twee voor zijn Amsterdamse tijd daarna, en een vijfde zaal die de verwantschap met zelfportretten van Titiaan en Raphael onderzoekt.

Dat is de eerste manier waarop je deze tentoonstelling kunt zien: Rembrandt door de tijd heen. In het begin is hij een jonge man met rosse krullen die zichzelf op een historiestuk uit 1626 als figurant heeft binnengesmokkeld. Aan het eind is hij een man in een zware, donkere mantel met baret, palet en kwasten, op een schilderij uit 1669, het jaar van zijn dood.

Die orde volgt ook zijn schilderschap _ van lichtvoetig naar zwaar en zelfs zwaarmoedig _ en spoort met zijn biografie. Van aankomend talent, via lieveling van de regentenstand naar humeurige, bankroete en voor zijn gevoel miskende oude man, die zijn grote liefde en zijn kinderen was verloren, en die oorlog voerde met zijn maitresse.

Maar één rondje maakt duidelijk dat The National Gallery niet, of niet alleen een `chronologische Rembrandt' laat zien. Hoe kan het anders dat hij op sommige vroege portretten tien jaar ouder lijkt dan op sommige latere? Zijn `Zelfportret met brede neus', een ets uit 1628, laat een middelbare heer met een ongekamde lorrebos zien. Maar op zijn `Zelfportret met halsstuk' van nog geen jaar eerder staat een jonge prins.

En het is bijna onvoorstelbaar dat de 23-jarige met zijn gepluimde baret en rode snorretje dezelfde is als de boze, vieze bedelaar die Rembrandt slechts een jaar later etste. Onvoorstelbaar? Ja, voor óns, betogen de samenstellers. Dat is de tweede manier waarop je deze tentoonstelling kunt zien: juist niet als het bewijs dat de schilder van Het joodse bruidje, De nachtwacht en De staalmeesters zijn eigen kop goed kon naschilderen. Al die varianten op hetzelfde gezicht nodigen de bezoeker vooral uit om na te denken over wat een zelfportret eigenlijk is.

Het woord `zelfportret' bestond in de zeventiende eeuw niet eens, schrijft Ernst van de Wetering, de Amsterdamse hoogleraar kunstgeschiedenis, in de catalogus. Het is verkeerd om de schilderijen met de schilder als onderwerp te willen zien als een pasfoto-in-verf. Evenmin zijn ze een studie van de schilder naar zijn `innerlijke zelf', zoals generaties Rembrandt-aanbidders hebben beweerd. Het idee dat zoiets met verf kan, is meer iets negentiende-eeuws.

Een zelfportret was in Rembrandts tijd een schilderij als elk ander; het onderwerp deed er minder toe dan de techniek en de status van de maker. Maar als het doek de beroemde maker zelf afbeeldde, gaf dat voor een potentiële koper `toegevoegde waarde'; een goed motief voor een notoire geldwolf. Zijn zelfportretten waren de kortste weg naar een echte Rembrandt.

Rembrandt schilderde voor de spiegel. Met zijn eigen kop als grondstof beeldde hij emoties uit voor een populair zeventiende-eeuws schilderijengenre, de tronie. Niet het gezicht was het onderwerp maar de uitdrukking zelf. Het was zijn eigen neus, zeker, maar dat was bijzaak. Want tronies verbeeldden geen bestaand mens, maar `deemoed' of `jeugd' of `strijdlustigheid' in het algemeen.

Dat zijn kop later een statusverhogend label kreeg, is het best voelbaar in het zelfportret uit 1669. Zijn gezicht, dat op onderliggende verflagen de sporen van vermoeidheid en ouderdom draagt, kreeg een majesteitelijke kalmte. De schildersattributen, de ezel waarvan nog een randje zichtbaar is en de twee mysterieuze halve cirkels in de achtergrond _ mogelijk een symbool voor artistieke excellentie _ maken dit doek één groot commentaar op zijn schildersschap.

Dit schilderij laat ook zien voor welke problemen een spiegel zorgt. Sommige zijn technisch. Wat doe je bijvoorbeeld met de schilderhand? Want, schrijft Van de Wetering, ,,die kan niet poseren''. Er zijn schilders die de hand van een leerling model lieten staan. Rembrandt moffelde hem vaak weg, overigens nadat hij, als rechtshandige, zijn linker- en rechterhand op het doek had verwisseld om te camoufleren dat hij een spiegel had gebruikt.

Een ander probleem is fundamenteler. Schilderen voor de spiegel dwingt je om `zowel acteur als toeschouwer' te zijn, zei een leerling van Rembrandt later. Maar dat is nou net wat niet kan. Je kunt jezelf niet bekijken alsof het iemand anders is. Je kunt staren, maar dan zie je niets, of aandachtig kijken, maar dan zie je in de spiegel alleen dat aandachtig kijkende gezicht. Het is de observer's paradox: de daad van het kijken verandert wat je bekijkt. Het is ook wat een schilder van een fotograaf onderscheidt. De laatste heeft een extra paar ogen. Al die gezichten, Rembrandt kan ze eenvoudig niet gekopieerd hebben van de spiegel. Ze laten alleen zien wat hij zag of wilde zien in zijn hoofd, zodra hij het afwendde naar het doek.

Rembrandt by Himself; The National Gallery, Trafalguar Square, Londen; 9/6 t/m 5/9 ma t/m zo 10-18u, wo 10-22u. Boekingen: +44 (0) 870-840 1111; Internet: www.nationalgallery.co.uk. Toegang £7,00; gezinskaart £14,00. Catalogus: £25,00 hardback; £14,90 paperback. Mauritshuis, Den Haag 25/9 1999 tot 9/1 2000.