`We moeten hen ervan overtuigen dat praten beter is dan doden'

De Nederlandse KFOR-soldaten hebben zich voorbereid op hun missie in Kosovo, met vier uur les over de geschiedenis van de Balkan. Ze mogen niet eten in het zicht van hongerige Kosovaren want ,,we zijn geen humanitaire organisatie''.

In het vliegtuig van Nederland naar Macedonië, eind april, waren de militairen van de afdeling veldartillerie uit Arnhem nog wel een beetje zenuwachtig. Misschien zouden er NAVO-grondtroepen naar Kosovo gaan, en ze hadden weinig zin om daarbij te horen. Maar nu is afgesproken dat de Servische troepen zich terugtrekken, staan ze, zeggen ze, klaar om in Kosovo `robuust' op te treden, `rust en orde' te brengen.

Het zware geschut van de artillerie gaat mee. Want ,,de taal van de zware wapens'', zegt detachementscommandant Hans Hunck, ,,begrijpen de mensen in de Balkan het best''. Majoor Jan Venekamp: ,,Door onze robuuste aanwezigheid zullen we ze ervan proberen te overtuigen dat praten en samenwerken beter is dan elkaar afmaken.''

Maar waar staan de Nederlandse militairen nu precies klaar voor? Wat gaan ze de komende weken aantreffen in Kosovo? Luitenant-kolonel Peter van Geldere, de hoogste Nederlandse militair in Macedonië, heeft ,,geen idee''. ,,We hebben al een tijdje geen informatie uit het gebied.'' Hij kijkt naar de persvoorlichter naast hem: ,,Weet jij het?''

Tweehonderdveertig Nederlandse militairen zijn er nu in Macedonië, onder wie 130 Gele Rijders van de afdeling veldartillerie uit Arnhem en een mortier-opsporingseenheid. Dat aantal zal worden uitgebreid tot ruim tweeduizend militairen: achthonderd Gele Rijders, een samengestelde genie- en humanitaire eenheid en ondersteunende troepen. Ze zullen deel uitmaken van de vredesmacht KFOR. De Nederlandse eenheden komen onder commando van de Duitse brigade, in het zuiden van Kosovo. Achter de Duitsers aan – ook omdat die een explosieven-opruimingsdienst bij zich hebben – zullen ze Kosovo binnentrekken. Hun belangrijkste taak zal zijn de Duitse brigade zonodig voorzien van `vuursteun'. Majoor Hans Hunck, detachementscommandant van de Gele Rijders: ,,Ik kan me ook voorstellen dat we een checkpoint inrichten op de belangrijkste weg die door ons gebied loopt, en controles uitvoeren op wapens en munitie.''

Commandant Hunck verwacht dat het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK wat minder vriendelijk zal worden tegen NAVO-militairen als die de UÇK-strijders moeten ontwapenen. ,,Wapenbezit'', zegt hij, ,,is een traditie die in de Balkan-cultuur zit ingebakken.'' Majoor Venekamp vult aan: ,,Ze worden met een geweer geboren. Dat is al eeuwen zo.''

In de voorbereidingscursus voor deze missie volgden de militairen een blok van vier uur geschiedenis en cultuur van de Balkan. Die les werd gegeven door een reservist, in burgerleven architect en volgens de militairen een specialist op het gebied van de Balkan. Majoor Hunck: ,,Ze hebben hier natuurlijk heel andere normen en waarden dan wij beschaafde westerlingen. Het is in deze regio een standaardgegeven dat je als militair moet plunderen en verkrachten. Het zijn de gruwelijen van de Balkan.''

Een mensenrechten-deskundige van de OVSE zal de Nederlanders vandaag, op verzoek van de commandant, komen vertellen over de gruwelijkheden van de afgelopen maanden in Kosovo. De OVSE-medewerker zal de militairen vooral ook uitleggen hoe ze kunnen voorkomen dat bewijsmateriaal voor oorlogsmisdaden wordt vernietigd. De Nederlandse militairen willen het liefst niets meer horen of zeggen over Dutchbat in Srebrenica. Volgens batterijcommandant Peter Hoefsloot was die missie vooral een ,,politieke misser''. Hij vindt dat de Dutchbatters een onmogelijke opdracht hadden. Maar de militairen moeten er niet aan denken dat er nu misschien opnieuw wat misgaat met bewijsmateriaal. Majoor Hunck, glimlachend: ,,Maar nu hebben hebben we digitale camera's.'' Hij bedoelt: deze keer zal er niets fout gaan bij het ontwikkelen van filmrolletjes. Foto's van Dutchbat-militairen, met daarop mogelijk bewijsmateriaal, mislukten in het fotolaboratorium van Defensie.

De officieren weten nog niet goed hoe ze zichzelf en hun soldaten moeten voorbereiden op de ellende die ze zullen aantreffen in Kosovo. Als ze er eenmaal zitten, zullen er psychologen aan de eenheden worden toegevoegd. Nu is de gereformeerde legerpredikant Anne Hogenhuis uit Nijkerk de enige `geestelijke verzorger' van de Nederlanders. Hij heeft nog niet met de militairen gesproken over wat ze misschien zullen zien in Kosovo. De dominee overweegt `een reeks kringgesprekken', maar die zullen dan pas na zijn vakantie gehouden worden, komend weekend gaat hij voor tien dagen naar Nederland. Hij zegt: ,,De stemming is nu goed. Ik geloof ook niet dat de mannen ermee bezig zijn. En waarom zou je elkaar de put in praten?''

Natuurlijk zou het kunnen, zegt Hogenhuis, dat de militairen toch nog in `gevechtssituaties' terecht komen, of dat ze lichamen op straat zien liggen. Maar volgens hem moeten de Nederlanders eerst maar eens afwachten of het allemaal wel zo erg zal zijn. ,,Wat voor dienst bewijs je jezelf en elkaar als je je gaat voorbereiden op ellende die je misschien niet tegenkomt?''

Majoor Hans Hunck verwacht dat het grootste probleem zal worden dat Albanese vluchtelingen die zich nu nog schuilhouden in de bergen, bij de NAVO-militairen komen vragen om hulp. Ze zullen uitgeput, uitgehongerd en mogelijk ziek of gewond zijn. ,,Maar in Kosovo zullen we eerst moeten zorgen voor onze eigen veiligheid. En we hebben die eerste dagen net genoeg eten en drinken voor onszelf. Wij kunnen hun niets geven.''

In de voorbereiding op de missie hebben de militairen geleerd dat ze geen eten bij de voorruit moeten laten liggen, en ook niet zelf moeten eten als anderen dat kunnen zien. Majoor Jan Venekamp denkt dat de vluchtelingen vanzelf wegblijven als de militairen die eerste dagen maar ferm volhouden dat ze van de NAVO niets krijgen. ,,Wij zijn nu eenmaal geen humanitaire organisatie.''