Vakmanschap achter de schermen

Bij de Nederlandse opera beginnen de voorbereidingen al een jaar voor de première. Een rondgang langs de kostuumdienst, de rekwisietenafdeling en het kap- en grime-atelier.

BIJ DE NEDERLANDSE Opera zijn theeserviezen en rieten manden op het toneel passé. Tegenwoordig maakt de rekwisietenafdeling een douche waar schuim uitkomt. En alleen al het schoeisel van de Rijndochters in Der Ring des Nibelungen is ingenieus: de kostuumdienst maakte antislipschoentjes met punttenen.

De technische organisatie is het grootste onderdeel van het Amsterdamse Muziektheater. Er werken ongeveer tweehonderdvijftig mensen, verdeeld over verschillende afdelingen.

Bij de kostuumdienst op de tweede etage van het Muziektheater werken vijfendertig mensen. Kosten noch moeite worden hier gespaard om solisten, koor en figuranten zo mooi mogelijk aan te kleden. Elke operaproductie heeft een ander artistiek team, dus een andere manier van werken. Er zijn ontwerpers die heel gedetailleerd uitleggen wat ze willen. Maar uit de tekeningen van Karel Appel die de kostuums voor Die Zauberflöte ontwierp, kon niet worden opgemaakt waar de benen van de zangers zaten.

En de Japanse ontwerpster Emi Wada maakte voor L'Incoronazione di Poppea van Monteverdi kleine driedimensionale maquettes met onderdelen van papier en metaal. Lia Doornekamp, hoofd van de kostuumdienst: ,,We vroegen ons af hoe we hiermee moesten werken. Wada gaf toen aan dat de modellen het karakter ademen van de kostuums en als inspiratiebron gebruikt moesten worden. Uiteindelijk is juist deze productie een van de mooiste geworden.''

De planning bij de kostuumdienst begint een jaar voor een première met een kennismaking met de kostuumontwerper. Er wordt gespeurd naar plaatjes van historische kleding en het libretto wordt onderzocht op gegevens over de kleding. Het maken van de kleding voor Der Ring des Nibelungen was een nieuwe ervaring voor de kostuumdienst. ,,Bij dit soort bewerkelijke kleding spreek je niet meer over kostuums'', vindt Lia Doornekamp. ,,Het zijn objecten.'' Het zwarte insectenpak met stekels van de Nibelung Mime is uitbesteed aan een bedrijfje in Groot-Brittannië. Die onderneming maakte ook de pakken van klei en rubber van de reuzen Fasolt en Fafner naar het model van een in zee gevonden beeldje van duizenden jaren oud.

De kostuumdienst is verdeeld in een heren- en damesatelier. Werktafels, paspoppen en gereedschap zijn er overzichtelijk opgesteld. Om de zware stoffen te modelleren wordt gewerkt met oerdegelijke naaimachines van Pfaff van dertig jaar oud. Volgens Harry van Rijn, hoofd van de herenafdeling, wordt ,,99,9 procent van de kleding met de hand gecreëerd''. Zoals alle onderdelen van de Technische Organisatie kent de herenafdeling van de kostuumdienst een strakke hiërarchie. ,,Op de herenafdeling werken twaalf man; het hoofd, twee eerste coupeurs, twee tweede coupeurs, dan volgen assistent-coupeurs, aankomend coupeurs en de kleermakers. Je begint hier onderaan, kansen krijg je in volgorde van leeftijd.''

De kostuumdienst kent ook een aantal gespecialiseerde afdelingen. De schoenmakerij is het terrein van Pia Klepper. Als basis gebruikt ze bestaande schoenen. Daaroverheen monteert ze een tweede laag. Op deze manier kan ze grote clownschoenen vervaardigen. Voor de Ring maakte ze voor de solisten alle laarzen in de kleur van de kostuums en voorzag ze de schoenen van antislipzooltjes, zodat de zangers grip hebben op het doorzichtige platform in Das Rheingold.

Het atelier van de hoedenafdeling staat vol met houten mallen en in de vele laatjes zitten kraaltjes, veertjes, lapjes en garen. Een hoed maken kost één dag, maar aan de kroon van Elektra hebben twee man een maand lang gewerkt. Ooit bouwden ze een rode bolhoed die diende als kostuum: een zanger kon er helemaal in staan. Beenkappen, maskers en helmen worden door de plastische vormgever van de afdeling gemaakt.

In de ververij krijgen stoffen de juiste kleur en nuances. In een `keukentje' met grote ketels experimenteren twee dames met gel, theebladeren, klei, poeders en pasta's om de kleding van de gewenste tinten en structuren te voorzien. Om de kostuums een realistisch uiterlijk te geven bewerken ze de stoffen soms met metalen raspen, borstels en vlakschuurmachines. Het is soms pijnlijk voor de coupeurs, maar sommige kostuums moeten nu eenmaal de suggestie van verval en vergane glorie wekken.

Ook het kap- en grime-atelier bevindt zich op de vierde verdieping. Het is een smalle, lichte ruimte met aan één kant spiegels. De tien werknemers maken de pruiken voor solisten. Eén pruik kost al snel vijftig uur. Elke haar moet afzonderlijk met een implanteernaald aan een netje – het montuur – vastgeknoopt worden. Alle pruiken zijn gemaakt van echt mensenhaar dat meestal uit het Verre Oosten komt.

Om voor de Ring de vervormde gezichtsdelen van de reuzen, de goden, Mime, Hagen en Alberich te creëren heeft het atelier zacht rubberen delen vervaardigd die voor het gezicht worden geplakt. Ook de geboetseerde kapsels uit de Ring zijn hier vervaardigd. Het boetseren van zo'n pruik van schuim kost drie dagen; daarna wordt ze geairbrushed. Voor een voorstelling neemt een grimeur één tot drie solisten onder handen. Het schminken van de solisten begint ongeveer twee uur voor het ophalen van het doek.

Op de tweede etage van Muziektheater werken veertien mensen aan de rekwisieten. Voorwerpen als drinkbekers worden op de rekwisietenafdeling nagemaakt, maar dan in een maatje groter, zodat het voor het publiek goed is te zien. ,,Theeserviezen, waaiers en rieten manden zijn ouderwetse operarekwisieten. De Mozart-opera met witte pruiken en sierlijke stoeltjes is uit'', vertelt het afdelingshoofd, Kees de Reus. Moderne rekwisieten zijn vaak voorzien van speciale effecten, zoals een douche waar schuim uitkomt of karretjes die radiografisch worden bestuurd. Drie rekwisiteurs houden zich alleen bezig met de technische kant. Zij zorgen ervoor dat in de Ring een speer aan een elastiek dwars door het decor schiet.

De technische organisatie heeft te maken met uiteenlopende wensen van regisseur, ontwerper, solisten en dirigent. Zo wil de regisseur meer rook op het toneel, maar de dirigent kan dan niets meer zien. Ooit werkte een rekwisiteur met liefde twee maanden lang aan een object.

De ontwerper en regisseur waren zeer tevreden. Maar toen bleek dat de solist achter het grote rekwisiet niet meer zichtbaar zou zijn, moest een kleiner object worden gemaakt. ,,Met ongenoegens leer je omgaan'', zegt Lia Doornekamp, hoofd van de kostuumdienst. ,,Het is heel begrijpelijk. Mensen die meedoen aan een productie, vooral de zangers, hebben veel te verduren. Na de crisis is het vergeten.''