Suriname moet op eigen benen leren staan

Onlangs beweerde Hans Buddingh' in deze krant dat Nederland Suriname moet helpen een eind te maken aan de economische crisis (NRC Handelsblad, 28 mei). Buddingh' meent dat wij een bijzondere relatie met Suriname hebben vanwege de vele Surinamers die hier wonen, het koloniale verleden en de gemeenschappelijke taal. Het valt nog mee dat Buddingh' er de slavernij niet bijhaalt om ons moreel te verplichten Suriname andermaal uit het financiële moeras te trekken waar het willens en wetens in is beland.

Buddingh' gaat echter voorbij aan de kern van het probleem: Nederlandse hulp heeft geen zin zolang Suriname zichzelf niet helpt en belemmert bovendien noodzakelijke veranderingen. Suriname is potentieel een rijk land maar kampt tegelijkertijd met enorme problemen. Veel Surinamers hadden in 1975 geen vertrouwen in de onafhankelijkheid van hun land en zij vertrokken in groten getale naar Nederland. Deze uitstroom van menselijk kapitaal was een ramp: vitale sectoren zoals bijvoorbeeld het onderwijs en de medische zorg zijn volledig ingestort.

Verder werkt de grote etnische verscheidenheid van het land door in de politiek; vrijwel elke etnische groep in Suriname heeft zijn eigen politieke partij. Politici dienen daardoor eerder hun etnische clan dan het algemeen belang. Bovendien is het buiten alle proporties gezwollen overheidsapparaat totaal verziekt. President Wijdenbosch heeft in enkele jaren tijd kans gezien de overheidsfinanciën volkomen te ontregelen en bracht daarmee ook de Surinaamse gulden in vrije val; precies zo ging het ook al begin jaren negentig.

Suriname heeft een kwetsbare economie omdat die hoofdzakelijk draait om de winning van bauxiet, hout en goud. Tegelijkertijd is Suriname door Bouterse c.s. veranderd in een narcostaat. De publieke moraal is van hoog tot laag gecorrumpeerd. Als je in de politiek zit zorg je voor jezelf, je familie en je vrienden. Als je een onderbetaalde ambtenaar bent moet je legaal of illegaal bijverdienen. Als je in de drugshandel zit, koop je mensen om en praal je met je rijkdom. En als je uit geen enkele pot kunt graaien omdat je oud, arm, kansloos of (nog) niet zo handig bent, ben je uiterst kwetsbaar voor de loze beloftes van gewetenloze, machtsbeluste politici in de verkiezingstijd en voor de verlokkingen van de misdaad.

Het vertrek van goed opgeleide Surinamers, het politieke geknoei, de verkwistende en inefficiënte overheid, de kwakkelende economie en de misdaad versterken elkaar. Het land zinkt in zich telkens herhalende cycli steeds verder weg.

Nederland heeft zich sinds de onafhankelijkheid veel te veel met Suriname bemoeid. Opeenvolgende regeringen hebben geprobeerd met het geven van hulp of juist met het opschorten daarvan Suriname op het pad van democratische ontwikkeling te houden of te krijgen. Maar de Surinamers wilden alleen hulp en geen sturing; een begaanbare weg tussen Surinaamse afkeer van al dan niet vermeend neokolonialisme en aarzelende Nederlandse aandrang op behoorlijk bestuur hebben we nooit gevonden. De Nederlandse bemoeienis heeft het proces van verloedering in Suriname eerder bevorderd dan voorkomen, want door onder halfslachtige voorwaarden altijd weer te helpen, bleef de keiharde landing uit die Suriname tot werkelijk ander beleid had kunnen dwingen.

Dat het anders kan, bewijst Guyana, het buurland waar Suriname in bijna alle opzichten op lijkt. Guyana heeft een soortgelijke koloniale geschiedenis en de eveneens kleine bevolking heeft een vergelijkbare etnische samenstelling. Ook de economie draait voornamelijk om de winning van enkele grondstoffen. Guyana werd in 1966 onafhankelijk van Groot-Brittannië. De nieuwe regering begon al gauw te experimenteren met het communistische gedachtegoed en dat leidde onder meer tot nationalisatie van het leeuwendeel van de economie. Veel inwoners zagen dat niet zitten en veel talent en kapitaal emigreerde naar het buitenland. De economie raakte geheel voorspelbaar in een duikvlucht. De regering zag kans om met leningen voor het op gang houden van de consumptie de staatsschuld op te drijven tot zesmaal de waarde van het BNP; een prestatie die zelfs Wijdenbosch niet heeft geleverd. De etnische spanningen ontlaadden zich in geweld waarbij heel wat doden vielen. Het vertrouwen van het buitenland daalde tot nul. Guyana kwam schokkend tot stilstand en werd zelfs zo arm dat veel Guyanen als gastarbeider gingen werken in Suriname.

Tot zover is de overeenkomst met Suriname bijna naadloos, maar het grote verschil is dat de Britse regering geen omvangrijke hulp gaf aan Guyana en zich verder ook nauwelijks met haar vroegere kolonie bemoeide. Aan het begin van de jaren negentig was het de Guyaanse regering duidelijk dat het zo niet verder kon en de koers werd fundamenteel verlegd. De economie werd bevrijd uit de verstikkende greep van de staat, de torenhoge schulden werden gesaneerd en herschikt en het land kent nu al een jaar of acht gezonde economische groei. Het politieke bestel en het bestuur zijn verbeterd en door de aantrekkende economie zijn de etnische spanningen niet verdwenen maar wel afgenomen. De Guyaanse gastarbeiders hebben Suriname weer verlaten want er is weer toekomst in Guyana.

Wanneer Suriname wil weten wat het moet doen aan de huidige ellendige situatie moet het naar zijn buurland kijken en niet gewoontegetrouw naar Den Haag voor een verslavende geldinjectie. Buddingh' vindt dat Den Haag de indruk wekt geen strategie te hebben voor Suriname. Maar dat heeft Nederland voor het eerst sinds de onafhankelijkheid van Suriname juist wel: dat land is een `gewoon' buitenland, ondanks het feit dat veel Surinamers in Nederland wonen. Dat laatste is trouwens niet waar; er wonen hier veel Nederlanders van Surinaamse afkomst en dat is heel wat anders. Er wonen hier ook veel Nederlanders van Marokkaanse afkomst, maar dat vinden we ook geen reden om ons intensief met Marokko te bemoeien of dat land extra te helpen. En waarom hebben wij bijzondere verplichtingen jegens een land dat wij ooit koloniseerden of waar men dezelfde taal spreekt? Moeten wij Indonesië dan ook uit het moeras halen of Zuid-Afrika? Stel je voor dat de Britten op die gronden al hun slecht bestuurde, voormalige koloniën zouden moeten helpen.

Wij hebben zachtjesaan wel genoeg drogredenen gehoord over onze `verplichtingen' jegens Suriname. Dat land is bijna 25 jaar zelfstandig en moet maar eens op eigen benen leren staan. Zo moeilijk is dat nu ook weer niet; kijk maar naar Guyana.

A.J. van Vuren is generaal-majoor b.d.