Paars leert het nooit

De bewindslieden van het `no-nonsense' kabinet-Lubbers vertelden in de ministerraad graag over de demonstraties die zij de voorbije week weer tegen hun beleid hadden weten op te roepen. Er waren maar weinigen die geen bijdrage aan dat gesprek konden leveren. De wetenschap dat ze niet alleen waren, hield de driftig bezuinigende ministers op de been. In het kabinet-Kok kan als vast agendapunt worden opgenomen wie van de collega's er nu weer bungelt. Ook dan hoeft haast niemand te zwijgen. Maar of het de stemming zal verbeteren, valt te betwijfelen.

Paars is gelijmd. Maar het schip van staat ziet er meer uit als een krakkemikkig vlot dat met plak en spuug aan elkaar wordt gehouden. Als dat beeld eenmaal bestaat, moet een kabinet wel van heel goede huize komen om daar nog verandering in aan te brengen. Het incidentalisme dat het kabinet nu al maanden achtervolgt heeft zijn eigen dynamiek. Zo ontstaan plotselinge kabinetscrises om niets en zo kunnen ministers het plotseling voor gezien houden. Een kabinet zonder onderlinge cohesie is kwetsbaar voor alles.

Toch is dat geen vrijbrief voor anderen om het politieke debat niet zuiver te houden. De gang van zaken rond het debat over de Bijlmerenquête dat vorige week werd gehouden is daarvan een treffend voorbeeld. Voor de argeloze buitenstaander - en wie is dat behalve de intimi op Het Binnenhof niet - leek het te gaan om een zoveelste paarse wanhoopspoging om ministers dan wel een kabinet te laten overleven. Maar was er niet wat anders aan de hand? Waarheidsvinding en het trekken van lessen voor de toekomst. Daar was het de parlementaire enquêtecommissie naar de vliegramp boven de Bijlmer allemaal om te doen. De waarheid is voor een belangrijk deel boven water gekomen. Van de vele complottheorieën die over het ongeval de ronde deden is weinig meer over. Het raadsel van de ontbrekende vrachtpapieren is dankzij de vasthoudendheid van de commissie opgelost. Lessen voor de toekomst zijn eveneens getrokken. De 22 aanbevelingen om het overheidshandelen bij dit soort calamtiteiten te verbeteren heeft het kabinet nagenoeg in zijn geheel overgenomen.

Al met al een redelijk geslaagde enquête zou men denken. Niet dus. Sinds het afsluitende Kamerdebat van vorige week over hun rapport loopt het merendeel van de commissieleden gefrustreerd rond. En dat omdat de enquête, hún enquête, niet is geëindigd in politieke koppensnellerij. Was het die commissieleden dan toch vooral daarom te doen?

Parlementaire enquêtes zijn synoniem geworden voor een politiek gericht. Zonder afgetreden ministers of staatssecretarissen is een enquête niet succesvol, zo lijkt het wel. Sterker nog, blijft dat ultieme gevolg achterwege, dan is het enquêtemiddel ,,verkracht.'' Zo oordeelde althans voorzitter Meijer van de Bijlmercommissie. Na alle onzin die vorige week naar aanleiding van het debat in de Tweede Kamer over het enquêterapport is gesproken, konden deze woorden er ook nog wel bij.

Het beeld bestaat dat het kabinet vorige week door het spreken van het machtswoord met politiek geweld heeft weten te voorkomen dat één of meer ministers moesten aftreden. De werkelijkheid is een andere. Ministers zijn eigenlijk op geen enkel moment in gevaar geweest. Al in een vrij vroeg stadium, in feite zelfs al lang voor het slotdebat, was duidelijk dat een ruime meerderheid in de Tweede Kamer de verwijten van de commissie niet zodanig ernstig vond dat daarom ministers dienden af te treden. De PvdA-fractie kende weliswaar een aantal leden dat van mening was dat wel politieke consequenties getrokken dienden te worden, maar ook met de steun van dat handjevol dissidenten zou er bij lange na geen meerderheid zijn geweest voor door de oppositie ingediende moties van afkeuring.

Niet omdat ministers of de coalitie gered dienden te worden, maar omdat het verhaal van de enquêtecommissie te dun was om ministers naar huis te sturen. Er was vorige week dan ook in het geheel geen sprake van een nieuwe uiting van ministeriële excuuscultuur. Minister Borst van volksgezondheid - op haar functioneren in de Bijlmeraffaire concentreerde het debat zich uiteindelijk - heeft geen schuld bekend, maar haar optreden verdedigd. Inderdaad, ze had nagelaten op klachten van Bijlmerbewoners in te gaan, maar dat was een welbewuste keuze geweest. Zij keerde zich tegen een overheid die zich gedraagt ,,als stofzuiger van het ongenoegen.'' Zo'n verdediging heeft niets te maken met kiezen voor het pluche, maar alles met staan voor het eigen gevoerde beleid.

Maar inmiddels is het politieke debat in Den Haag zo versimpeld dat voor nuance geen enkele ruimte meer is. Het discours is verworden tot een knock-out competitie. Alles draait om de vraag zittenblijven of vertrekken. In die digitale benadering is maar weinig ruimte voor inhoudelijke argumenten. Erger wordt het als een dergelijke krampachtige benadering ook weer leidt tot een krampreactie bij het kabinet. De kritiek op de de paarse `sorry-democratie' komt natuurlijk wel ergens vandaan. Onder het eerste paarse kabinet-Kok is gewoonweg teveel verwijtbaar ministerieel gedrag onder het coalitietapijt geveegd. Met dat eigen verleden wordt het tweede kabinet-Kok nu bij elke `in-opspraak-kwestie' geconfronteerd.

Het pleit voor het kabinet dat het vorige week de aanzwellende lynchstemming heeft weten te trotseren en niet op de golven van het Volksempfinden een minister voor de leeuwen heeft gegooid. Maar dat betekent nog niet dat daarmee alle ministers en staatssecretarissen onschendbaar zijn geworden. Elke zaak moet op zijn merites worden bekeken. Dat is niet gebeurd in het geval van staatssecretaris Faber van landbouw. Veel te laat hebben haar ambtenaren gereageerd op de eerste alarmerende berichten over de Belgische dioxine-kwestie. Volgens het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid kan de staatssecretaris hierop worden aangesproken. Maar met de platitude dat de communicatie op het departement van Landbouw verbeterd zal worden, kon zij gisteren wegkomen. Zo wordt het dus nooit wat. Niet met de ministeriële verantwoordelijkheid en al helemaal niet met dit paarse kabinet.