Kritiek op verwerkers van Frans kadaversap

Kadaversappen, rioolwater, de goot van een vrachtwagenwasserij, alles wat in de filters van een waterzuivering bleef hangen — het was allemaal goed genoeg om tot veevoeder te worden verwerkt.

Dat staat in een rapport van de Franse fraudeopsporingsdienst over enkele Franse veevoederproducenten. Het weekblad Le Canard Enchaîné heeft de hand gelegd op het rapport. De betreffende dienst weigert elk commentaar.

De Franse staatssecretaris van het midden- en kleinbedrijf, Marylise Lebranchu, heeft erkend dat bij de productie van veevoeder in Frankrijk ,,een aantal wantoestanden'' zijn geconstateerd. Maar de betreffende ondernemingen zijn ,,weer op de goede weg'' gezet. ,,Daar zijn die controles voor'', verduidelijkte zij.

De voorbeelden uit het rapport geven een inkijkje in een industrie die alles haalt uit haar grondstoffen. Een afvalverwerkende fabriek in de Tarn-streek gebruikte alles wat op filters bleef hangen. Die zaten geplaatst op een punt waar al het afvalwater van de fabriek, inclusief de toiletgroep, op uitkwamen.

Ook met de scheiding tussen min of meer gezonde kadavers en besmette dierenlijken werd het bij sommige fabrieken niet zo nauw genomen. Ze lagen in de zelfde ruimte, te wachten op verwerking tot veevoer, en daarna menselijke consumptie.

De Franse bewindslieden van Volksgezondheid en Landbouw willen inmiddels een Europees verbod op de verwerking van dierenbestanddelen in veevoeder, als de harmonisatie van kwaliteitscontrole niet snel lukt.

Als ook een dergelijk verbod niet van de grond komt, is Frankrijk bereid eenzijdig een verbod op dierlijk voedsel voor dieren in te stellen.