Kosovo

Met Jos de Beus en Paul Scheffer ben ik het eens dat de NAVO, als bondgenootschap met een zuiver defensief karakter, haar boekje te buiten is gegaan met haar militaire interventie, die neerkomt op oorlogvoering tegen een soeverein land. Natuurlijk zijn zij ook tegen herhaling ervan in een soortgelijk geval. Wat het antwoord van het duo daarop betreft merkt Heldring (NRC Handelsblad, 21 mei) fijntjes op dat ze moeilijk zijn te volgen met hun gedachte aan wél bemoeienis, maar géén humanitaire interventie. Sterker, daarmee zal het probleem nooit opgelost worden, omdat het de slachtoffers van etnische zuiveringen geen enkel perspectief biedt dat hun `recht op een plek in de wereld' ooit wordt gerespecteerd.

Daarvoor zullen wij de consequenties van de overtuiging van De Beus en Scheffer dat de NAVO de Rubicon is overgestoken, onder ogen moeten zien. Simpelweg komen die hier op neer dat voor het NAVO-optreden geen rechtvaardiging bestaat.

Desondanks wordt deze ons dagelijks voorgespiegeld, waardoor de waarheid geweld wordt aangedaan. Anders gezegd, door verhullend taalgebruik en de suggestie van een rechtvaardige oorlog (verdediging van de mensenrechten) worden wij massaal op het verkeerde been gezet. Als logisch gevolg daarvan, gaan de dood en verderf zaaiende NAVO-bombardementen nagenoeg ongemerkt met hun universele mensenrechten- of vredesideaal aan de haal. In werkelijkheid wordt zodoende de alom beoogde rechtvaardige en vredelievende mondiale samenleving die eenieder zijn/haar `recht op een plek in de wereld' garandeert, ofwel de wereld die komende geslachten moet behoeden voor de gesel van de oorlog (Preambule VN-Handvest), door onze F-16's met de dag verder aan flarden geschoten.