Kolenbesluit Pronk gaat veel geld kosten

De plannen van minister Pronk voor vermindering van de uitstoot van het broeikasgas CO2 betekenen een enorme aanslag op de vier productiebedrijven voor stroom, die het toch al moeilijk hebben om in een vrije markt concurrerend te blijven.

Na de oliecrisis van 1973 wist Nederland in korte tijd zijn afhankelijkheid van olie voor de elektriciteitsopwekking drastisch te verminderen. We schakelden massaal over op steenkool en aardgas, door ombouw van centrales, om minder afhankelijk te worden van het roerige Midden-Oosten.

Diversificatie werd het wachtwoord: minder olie en verschillende andere brandstoffen, waardoor de Nederlandse elektriciteitsvoorziening flexibeler en minder kwetsbaar werd. Eénderde gas, eenderde kolen en eenderde uranium was het ideaal. Door ongelukken met kerncentrales in het buitenland (vooral Harrisburg en Tsjernobyl) is kernenergie nu praktisch afgeschreven. Maar de stroomproducenten en ook het ministerie van Economische Zaken waren blij met de bijdrage van steenkool, die momenteel zo'n 40 procent is op het totale brandstoffenpakket.

Minister Pronk zet dat pakket met zijn nieuwe Klimaatnota op zijn kop en jaagt de vier grote stroomproducenten de gordijnen in. De kolencentrales moeten binnen acht jaar hun emissie van het broeikasgas koolstofdioxyde op het niveau van de gasgestookte centrales brengen. Formeel zou dat volgens Pronks nota op vrijwillige basis moeten gebeuren, maar in feite betekent het sluiting van de centrales, of complete overschakeling op aardgas.

Technisch is dat geen probleem, maar financieel is het een aderlating die de producenten nu absoluut niet kunnen gebruiken. De Federatie EnergieNed luidde vanochtend in een commentaar al de alarmbel en ook de ondernemersorganisatie VNO-NCW waarschuwt voor een ,,nieuwe baksteen'' van oninbare kosten.

De energiebedrijven hebben al grote moeite met de omschakeling van een gereguleerde naar de compleet vrije Europese energiemarkt. Ze moeten drastisch in hun kosten snijden. Als overgangsmaatregel hadden ze besloten een aantal kolencentrales langer in bedrijf te houden, om de stroomprijs zo laag mogelijk te houden. Nu de kolen in de ban gaan worden ze gedwongen tot kapitaalvernietiging, want de infrastructuur voor aanvoer en verwerking van kolen is enorm kostbaar.

Ook zullen de producenten zware concurrentie krijgen van nieuwe, particuliere partijen die gasgestookte centrales in Nederland gaan bouwen. Bijvoorbeeld Shell met zijn dochterbedrijf Intergen en het energiebedrijf Eneco. Die combinatie wil in het Europoortgebied twee centrales bouwen met een totaal vermogen van 2.000 megawatt.

Minister Pronk spreekt met geen woord over een andere, kosteneffectieve maatregel die een deel van zijn probleem zou kunnen oplossen: langer openhouden van de kerncentrale in Borssele die pas is gemoderniseerd en tot de veiligste in zijn soort ter wereld behoort. Kerncentrales produceren nauwelijks CO2, maar ze zijn niet populair bij de coalitiepartners PvdA en D66.

Directeur M. Bloemendal van het Gemeenschappelijk Kolenbureau van de Nederlandse stroomproducenten voorspelt dat afschaffing van de steenkool als eerste effect heeft dat de stroomprijs omhoog zal gaan, zowel voor kleine consumenten als voor grote afnemers. Nederland zal voor meer dan 95 procent afhankelijk worden van aardgas bij de opwekking. ,,Nu hebben we juist door de diversificatie in verschillende brandstoffen een goede inkooppositie. Die gaat vervallen. De kolen met hun relatief lage en stabiele prijs, dragen in belangrijke mate bij aan de lage stroomprijs in Nederland, want je kunt ieder moment omschakelen op iets anders. Dat weten de marktpartijen.''

,,Als er één plek op de wereld is waar zorgvuldig met kolen in relatie tot het milieu wordt omgesprongen, is dat wel Nederland'', meent Bloemendal. ,,We hebben veel geïnvesteerd in rookontzwaveling, reductie van stikstofoxyden en speciale, zuinige branders. En we stoppen een half miljard in de CO2-reductie door via de stichting Face in binnen- en buitenland bos aan te planten. Als de minister dat nu ook eens in zijn rekensom zou willen opnemen.''

Omschakeling van de centrales op gas of sluiting betekent dat de stroomproducenten ook de mogelijkheid van bijstook van hout en biomassa, waarin ze de afgelopen jaren geld gestoken hadden, op hun buik kunnen schrijven.

En de investering in de nieuwe kolenvergassingscentrale in Buggenum, die veel zuiniger met kolen omgaat en qua emissies al enkele jaren een topprestatie levert, is voor niets geweest. Die centrale kostte 850 miljoen gulden. Als gasgestookte eenheid waren de kosten tot 300 miljoen beperkt gebleven. Energiebesparing en emissiereductie stonden in de sector al op een hoog niveau. Door de plannen van Pronk kunnen de producenten weer opnieuw beginnen.