Koelman neemt afscheid met een zilveren Beethoven

In de achttien jaar dat hij concertmeester was van het Koninklijk Concertgebouworkest heeft Jaap van Zweden het nooit aangedurfd om Beethovens Vioolconcert in het Amsterdamse Concertgebouw te spelen. Maar zijn opvolger Rudolf Koelman (1959), die al na twee jaar zijn functie neerlegt om zich weer volledig te kunnen wijden aan zijn solistische en pedagogische bezigheden, nam stijlvol afscheid van `zijn' orkest met een zachtmoedige en ingetogen vertolking van het `concert der concerten'.

De 87-jarige dirigent Kurt Sanderling inspireerde het Concertgebouworkest tot een orkestrale inleiding van kamermuzikale warmte en allure, waarna de schijnbaar onbewogen Koelman met spatzuivere octaven in het diepe sprong. Daar imponeerde de voormalige Heifetz-leerling met zijn nobele interpretatie, zijn superieure instrumentale beheersing, zijn geraffineerde streken en vingerzettingen. Daar betoverde hij met zijn zangerige fraseringen en zijn verfijnde, bij vlagen als zonlicht op het water glinsterende toonvorming.

Er waren hemelse momenten, zoals na de tweede inzet in het openingsdeel, waar Koelman met etherische elegantie hoog boven het orkest zweefde. Maar er waren ook momenten waarop de lange spanningsbogen een beetje dreigden in te zakken, waarop het wel leek of de uitgesproken tempovaste Koelman door het orkest vooruit getrokken moest worden om niet `ins Blaue hinein' te verdwijnen. `Om grote muziek te kunnen spelen moet je je ogen gericht houden op een verre ster', zei de onlangs overleden violist der violisten, Lord Yehudi Menuhin. Of het nu door huiver voor Beethovens heilige noten of uit vrees voor de onbelemmerde uitwisseling van gevoelens kwam, Koelman wekte met zijn zilveren Beethoven de indruk alsof hij zich al op die verre ster bevónd, maar niet zo goed wist hoe hij van daaruit de mensen in hun hart moest raken. Hoe prachtig ook, Koelmans Beethoven was niet altijd even communicatief.

Subliem klonk het Koninklijk Concertgebouworkest in de Vijfde symfonie van Sjostakovitsj, die in 1937 het licht zag als `de reactie van een Sovjetcomponist op terechte kritiek'. Maar de muziek klinkt, ondanks de ogenschijnlijk traditionele vormgeving verre van braaf en anti-formalistisch. Onder de oppervlakte schrééuwen huiveringwekkende demonen om erkenning. Ook hier wist de hoogbejaarde maar in zijn vitale muzikaliteit volstrekt leeftijdsloze Sanderling het Concertgebouworkest te verleiden tot ultieme expressiviteit, contemplatieve diepgang en een volkomen pose-loze vereenzelviging met de partituur.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Kurt Sanderling m.m.v. Rudolf Koelman (viool). Gehoord: 9/6 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 10, 11/6. Radio 4: 27/6 14 uur.