Hartstochtelijk levende kunstvorm

Wie denkt dat de opera pas in Nederland kwam met de bouw van het Muziektheater, heeft het mis. Aan het einde van de zeventiende eeuw had Amsterdam al een eigen operahuis en een Bravo! roepend operapubliek.

NEDERLAND is een operaland, al denken wij Nederlanders daar zelf anders over. Wij vinden opera typisch iets voor zuidelijke uitbundige katholieke Italianen. Nederlanders zijn daarvoor immers te noordelijk, te streng en te calvinistisch. Maar de feiten bewijzen het: Nederland is bij uitstek een operaland en Italië kan daar in een aantal gevallen niet eens aan tippen.

Friesland is bijvoorbeeld een echte operaprovincie. In Spanga, dat al tien jaar de bijnaam `het Verona van Weststellingwerf' heeft, zijn er vanaf 6 augustus vijf voorstellingen van Puccini's operadrieluik Il trittico. Grote operahuizen als de Scala in Milaan, de Met in New York en Covent Garden in Londen, zien op tegen het op één avond uitvoeren van Il tabarro, Suor Angelica en Gianni Schicchi. Maar regisseuse Corina van Eijk doet het wel, vlakbij haar huis midden in een Fries weiland. Een afgedamde sloot vormt de orkestbak. En vanaf 15 juli zijn er op het water van het Friese Heegermeer voorstellingen van een opera op muziek van Bouke Visser over de teloorgang van de palingvisserij in Heeg. Zulk soort opera op zulke locaties, dat bestaat in Italië helemaal niet.

Nederland is al eeuwenlang een operaland, hoewel veel mensen het begin van `opera in Nederland' dateren in 1986, toen het Amsterdamse Muziektheater werd geopend. Vijftig jaar lang was er een moeizame strijd gevoerd om de bouw van de Amsterdamse opera. En daarom leek het erop dat het Muziektheater, overigens ook bedoeld voor ballet, dan toch eindelijk `het eerste Nederlandse operatheater' was. En omdat er in ons land geen speciaal `operatheater' was, dachten velen dat er in Nederland ook wel geen opera zou zijn.

Meer dan drie eeuwen voor het Muziektheater was er in Amsterdam echter al een theater gebouwd dat uitsluitend voor opera bestemd was. Dat was tegen het einde van de `Gouden Eeuw'. Theodoro Strijker, de zoon van de Amsterdamse consul in Venetië, kwam terug naar zijn vaderstad en bouwde daar aan de Leidsegracht een theater voor de nog nieuwe kunstvorm opera, die hij in Italië had leren kennen. Het was een van de eerste speciaal voor opera gebouwde theaters buiten Italië. Op oudejaarsavond 1680 ging het theater open met een opera van de Venetiaan Ziani.

Omdat het nieuwe operatheater concurrentie betekende voor de Stadsschouwburg, waar naast toneelvoorstellingen al jarenlang ook `musyckstukken' werden gegeven, moest Strijker een extra hoge belasting betalen. Net als de opbrengsten van de schouwburg kwam die ten goede aan het weeshuis en het bejaardenhuis. Philips Doublet, een kenner van de internationale opera, bevond het peil in het theater van Strijker niet minder dan in Italië. Prins Willem III en zijn echtgenote prinses Mary kwamen kijken. Maar ook toen was opera al bijzonder duur en Strijker maakte flink verlies. In januari 1682, na slechts 53 weken, werd het eerste Amsterdamse operatheater alweer gesloten.

Opera was echter bijzonder populair bij de Amsterdammers. In tal van theaters werden operavoorstellingen gegeven, vaak aan de Overtoom of in Zeeburg, net buiten de stadsgrenzen, waar de vermakelijkheidsbelasting lager was. 's Zomers stak men het IJ over voor opera in een grote tent in Buiksloot. Bijna een eeuw later werden daar nog steeds voorstellingen gehouden, zoals in 1774 van de komische opera De Cappelmeester, gevolgd door het blijspel De Jonge Indianerin, met als besluit een groot ballet.

Wegens het ontbreken van een prestigieuze hofopera in ons republikeinse land kregen Nederlandse componisten niet of nauwelijks de kans om zich tot operacomponist te ontwikkelen. Maar in ons land met zijn vele internationale relaties was het belangrijke repertoire van de grote componisten hier snel te zien. Terwijl Mozart nog leefde klonken zijn opera's al in de Amsterdamse Schouwburg.

In de negentiende eeuw gaven tal van gezelschappen zeer gevarieerde operaseizoenen in de grote steden. Film, radio en tv waren er nog niet, vrijwel al het vermaak speelde zich af in het theater. Het aanbod aan opera was naar onze huidige maatstaven verbijsterend groot. In Rotterdam zag men in het seizoen 1886-1887 dertig verschillende opera's, waaronder Aida, Tannhäuser, Fidelio, Il Trovatore, Der fliegende Holländer, Die Zauberflöte, Lohengrin, Le nozze di Figaro en De barbier van Sevilla. In Den Haag werden zelfs zesendertig verschillende opera's gegeven. De Nederlandse Opera geeft tegenwoordig elk seizoen zo'n tien verschillende opera's.

Operageschiedenis maakte Nederland in 1902 met de omstreden `Graalsroof'. In het Amsterdamse Concertgebouw dirigeerde Willem Mengelberg een concertante uitvoering van Wagners opera Parsifal, waarin de oplichtende Graal figureert. Parsifal mocht van Richard uitsluitend in Bayreuth worden uitgevoerd. Maar daar trok Mengelberg zich niets van aan.

Tal van buitenlanders kwamen voor deze Parsifal naar Amsterdam, net als in de jaren 1905, 1906, 1908 en 1912, toen de Nederlandsche Wagnervereeniging geënsceneerde Parsifal-voorstellingen in de Stadsschouwburg gaf. Pas in 1914, toen het auteursrecht verviel, zag men het werk in andere Europese steden. De voorstellingen van de Wagnervereeniging, begeleid door het Concertgebouworkest, behoorden tot de internationale top en werden in de jaren dertig ook gegeven in Londen en Parijs.

Tegenwoordig zijn er in ons land drie vaste operagezelschappen: de Nederlandse Opera in Amsterdam, de Nationale Reisopera in Enschede en Opera Zuid in Maastricht. Bij elkaar geven ze het komende seizoen zo'n 230 voorstellingen. Daarnaast zijn er vele andere voorstellingen, op kleine schaal of juist heel groot, zoals die van Opera in Ahoy', die met hun bijzondere artistieke kwaliteit nu ook naar het buitenland worden geëxporteerd.

Dan zijn er nog allerlei concertant uitgevoerde opera's, zoals die in de Matinee op de Vrije Zaterdag, die ook door de radio worden uitgezonden. Al bijna 40 jaar lang is dat een unieke traditie, want er is geen gezelliger en enthousiaster en luider Bravo! roepend operapubliek buiten Italië dan op zaterdagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw.

Opera is in Nederland een hartstochtelijk levende kunstvorm. De Nederlandse Opera bezit wegens de grote kwaliteit en de vele bijzondere producties internationaal prestige. De Nationale Reisopera brengt het komende seizoen veel eigentijds repertoire. En, anders dan de afgelopen eeuwen, zijn er nu ook tal van Nederlandse operacomponisten. Wereldpremières van opera's van Guus Janssen en Louis Andriessen zullen het nieuwe Nederlandse operamillennium inluiden. and.