Hannah Arendt 2

Wesseling houdt niet van metafysiek en haakt na dertig bladzijden Sein und Zeit af. Wesseling weet dat de mens een metafysisch dier is. Ethische oordelen en waarheid verliezen zonder metafysiek hun anker. Dat sommige filosofen onduidelijk formuleren heeft daar niets mee te maken. Liever een filosoof die moeizaam naar waarheid zoekt dan Wesselings werkstukje waarvoor een eerstejaarsstudent een dikke onvoldoende zou krijgen. Uit de onzin die hij over Hannah Arendt en anderen opdist de volgende selectie: Nolte werd geboren in 1923 en heeft na de Tweede Wereldoorlog en dus in de nadagen van de inmiddels omstreden en gedemoraliseerde Heidegger (geboren 1889) colleges bijgewoond. In 1924-'25 echter woonde Hannah Arendt (geboren 1906) de colleges bij van de door progressieve studenten aanbeden Heidegger, een antistropdassen- en anti-establishmenttype. Het is voor iemand die de opkomst van het nationaal-socialisme wil begrijpen belangrijk zich in deze bewondering te verdiepen; men leze vooral wat Nolte hierover schrijft. Maar deze Nolte is helaas na de Historikerstreit voor niet koosjer verklaard.

Om Heidegger in 1924 al een nazi te noemen zoals Wesseling doet is onzin en veel te gemakzuchtig. Ook was hij toen 35 en dus geen oude filosoof. De verhouding met Arendt duurde ongeveer een jaar. Toen het vuur bij Heidegger bekoelde, voor hem was Hannah een uit velen, nam zij zelf het besluit te vertrekken. Achteraf lijkt de affaire in 1924 bizar, maar als je even doordenkt is dat niet het geval. De verhouding kreeg na WO II een totaal ander karakter. Een vergelijking met Monica Lewinsky is te gek voor woorden.

Jaspers verhuisde pas in 1948 van Heidelberg naar Bazel. De briefwisseling tussen hem en Heidegger levert een genuanceerd beeld op van het toenmalige academische wereldje. In nuances is men nu niet meer zo geïnteresseerd. Het publiek, en Wesseling, stoppen nu eenmaal liever met nadenken zodra een eenvoudig zwart-witschema bereikt is. Heidegger keek zeker niet neer op Jaspers.

De verhouding tussen Arendt en Heidegger is al heel lang bekend en niet pas sinds een paar jaar. De belangstelling voor deze affaire is bigot. Veel belangrijker zijn uiteraard de latere pogingen van Jaspers en Arendt, en in mindere mate van Heidegger, te begrijpen wat er in Duitsland nu precies mis is gegaan. En het is vooral de onverschrokken Arendt die ons hier diepe en waardevolle inzichten levert die, anders dan Wesseling beweert, niet verouderd zijn, al was het maar omdat het brede publiek er in Nederland nog geen kennis van heeft genomen. Op elke pagina van haar boeken vindt men verontrustende, niets en niemand ontziende en toch in hun menselijkheid troostrijke passages over onderwerpen die niet aan actualiteit hebben verloren: fascisme, communisme, totalitaire systemen. Zij heeft zich omvattend met het antisemitisme beziggehouden. Dat is haar niet in dank afgenomen door joods-nationalistische groeperingen die simpelweg altijd en overal antisemitisme waarnemen. Na haar verslag van het Eichmannproces is zij op afschuwelijke wijze door het overgrote deel van de joodse gemeenschap uitgespuugd. Ironisch genoeg deelt zij in zekere zin het lot van Nolte. Het is niet ondenkbaar dat dit de reden is dat van haar werk maar heel weinig in het Nederlands is vertaald.