Europarlement biedt politici tweede kans

Vandaag, morgen en zondag worden in Europa 626 leden van het Europees Parlement gekozen. In Griekenland gaat het om een waardig ambt, in België om een tweede kans voor in eigen land uitgerangeerde politici.

Rosa DÍez, de goedgemutste lijstaanvoerster van de Spaanse socialisten voor de Europese verkiezingen, kijkt somber. Ze heeft net twintig minuten in een ontbijtshow op de televisie doorgebracht. Over de verkiezingen kreeg ze slechts één vraag. Waarom had DÍez, ooit zeer gerespecteerd minister in Baskenland, zichzelf in 's hemelsnaam kandidaat gesteld voor een tehuis voor uitgerangeerde politici?

Het Europees Parlement houdt, alle reclamecampagnes ten spijt, een beroerd imago. De instelling mag in de loop der tijd een aantal politici van naam en faam hebben getrokken, de gemiddelde leeftijd van de Europarlementariër mag enigszins dalen, het blijft de indruk wekken van pleisterplaats voor parlementariërs van bedenkelijk allooi. Een bont gezelschap van volksvertegenwoordigers die thuis geen kans krijgen, die Europa zien als bron van fondsen en status, of van wie maar één ding bekend is: dat ze onbekend zijn. Daarnaast biedt elke verkiezing wel kandidaten in de categorie politiek variété, zoals de Italiaanse filmster Gina Lollobrigida, en de Vlaamse liberale Anke Vandermeersch die zei uit de kleren te gaan als ze een zetel wint.

Hetzelfde België dat oud-premiers als Leo Tindemans en Wilfried Martens afvaardigde, gebruikt het Europees Parlement nu tevens als centrum voor tweede kans-politiek. Johan van Hecke bijvoorbeeld, voormalig voorzitter van de Vlaamse christen-democraten, moest enkele jaren geleden aftreden wegens een geruchtmakende echtscheiding. Hij vertrok met zijn nieuwe geliefde naar Afrika, maar is inmiddels weer terug in België, waar hij kandidaat is voor de christen-democratische Euro-fractie. ,,Als je in de Afrikaanse oceaan hebt gezwommen, is het moeilijk nog in de kleine bokaal te gedijen'', verklaarde Van Hecke zijn keuze voor het Europese Parlement boven het Belgische.

In dezelfde categorie `tweede-kansers' valt de Vlaamse socialist Frank van den Broucke. Enkele jaren na het aftreden van Van den Broucke als minister van Buitenlandse Zaken omdat hij opdracht had gegeven zwart geld in brand te steken, bestaat er nog steeds een kans dat een Belgische rechter hem het leven zuur maakt. Maar voor wie politiek niet laten kan en de nationale route te riskant is, vormt Europa een mooie uitweg. [Vervolg STATUS:pagina ]

In Frankrijk bieden de Europese verkiezingen een buitenkansje voor extreem-rechts om parlementaire eerbiedwaardigheid te verwerven. Le Pen, Maigret en hun beider varianten van het Front National vallen bij nationale verkiezingen bijna altijd buiten de prijzen door het Franse kiessysteem. Doordat bij de Europese verkiezingen een andere procedure geldt, zijn ze er wel in geslaagd tot Brussel en Straatsburg door te dringen. Le Pen buit dit succes ook financieel uit. Een verkiesbare plaats op zijn lijst kost volgens geruchten, de kandidaat een half jaarsalaris, vooruit te betalen, ongeacht het verkiezingsresultaat. De interesse van de andere Franse partijen in Straatsburg is minder groot. Nationale kopstukken als Hollande, Madelin, en Bayrou ogen dan de lijsten trekken, zodra ze gekozen zijn blijkt Straatsburg ineens ontzettend ver weg.

In Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn het vooral regionalistische partijen, die dingen naar Europese status. Het `Europa van de regio's', zoals één van de Brusselse reclame-slogans luidt, oefent op die groepen aantrekkingskracht uit vanwege de fondsen, maar ook doordat Europa, veel meer dan nationale parlementen, een mooie zeepkist biedt voor het proclameren van onafhankelijksheidsidealen. Politici uit Schotland en Wales, alsmede Noord-Ierse politici als Paisley en Hume, kandideerden daarom graag voor Straatsburg. Catalaanse nationalisten in Spanje willen via het Europees parlement het recht op een Catalaanse voetbalselectie realiseren.

Ondanks de soms bizarre wensen van de regionalisten, is de hoop van critici van de gebrekkige Europese democratie juist op hen gevestigd. Zij zouden, zo luidt hun redenering, door hun regionale bekendheid een brug kunnen slaan naar Straatsburg. Dat deze redenering maar ten dele opgaat, bewijst het Italiaanse voorbeeld.

Al enkele verkiezingen lang zijn er nogal wat burgemeesters onder de Euro-kandidaten uit Italië. Onder de huidige kandidaten bevindt zich zelfs, naast landelijke kopstukken als Berlusconi, Bossi en scheidend Euro-commissaris Bonino, burgemeesters uit Rome, Venetië, Catanië en Palermo. Als ze gekozen worden, is echter lang niet zeker dat ze zich veel in Straatsburg zullen laten zien. Burgemeester Leoluca Orlando uit Palermo, nu Europarlementariër, bungelde gisteren in het onderzoek van NRC Handelsblad naar presentie in het Europees Parlement onderaan de lijst. Omdat de burgemeesters hun baan moeten combineren met `Straatsburg', komen ze aan het slaan van een band met Europa niet toe. Bovendien worden ze in de streek eerder beoordeeld op vraag welke fondsen ze hebben kunnen aanboren, dan op hun bijdrage aan de Euopese democratie.

Griekenland is één van de weinige EU-lidstaten waarin het Europees Parlement bij bestuurders in hoog aanzien staat. Een zittingsperiode in het Europarlement verschaft nieuw aanzien, zeker als er een vice-voorzitterschap van het parlement aan gekoppeld kan worden, zoals bij George Anastasópoulos van de rechtse oppositiepartij Nieuwe Democratie. Helaas schrijft een Griekse traditie voor dat kandidaten één termijn van vijf jaar mogen dienen, opdat ook nieuwe — en jongere — figuren aan bod komen. Zo zwaaien nu tot veler verbazing juist die figuren af die binnen en buiten het parlement het meeste aanzien hadden: van de regerende PASOK oud-minister Paraskevas Avgerinós, en van Nieuwe Democratie zelfs een hele batterij bestuurders.

Wie is Wolfgang Kreissl-Dörffler? Geen Duitser kent hem, behalve zijn stadgenoten uit Bad Tölz in Beieren. Toch is de vriendelijk ogende sociaal-pedagoog met baard Euro-parlementariër voor de Groenen. Zijn onbekendheid past bij de onbekendheid van het Europees parlement in Duitsland. Slechts zes procent weet een Euro-parlementariër te noemen, zo bleek onlangs uit onderzoek. Dat het derde garnituur politici uit het toch Europa-gezinde Duitsland in Brussel terecht komt, vloeit voort uit de decentrale opbouw van de Bondsrepubliek. Partijen moeten niet alleen parlementariërs recruteren voor de Bondsdag, maar ook voor de deelstaten. Dat maakt gezaghebbende Euro-kandidaten schaars. Het gat wordt gevuld met onwaarschijnlijke namen als die van Thomas Mann. Over de familieband met de grote schrijver hult deze kandidaat zich in stilzwijgen, om de gelijkenis zoveel uit te buiten.

Eén van de weinige oud-ministers onder de Euro-parlementariërs is de liberaal Helmut Hausmann. Hij blonk tijdens zijn ministerschap echter uit in kleurloosheid en ondeskundigheid. Oud-kanselier Helmut Schmidt liet zich ooit over hem ontvallen: ,,Krijgen we in plaats van Hausmann ook nog eens een vakman?'' Typisch zo'n mislukt politicus dus, zouden ze bij de Spaanse ontbijtshow hebben gezegd.

DOSSIER: www.nrc.nl

Aan dit artikel werkten mee: Steven Adolf, Marc Chavannes, Birgit Donker, Frans van Hasselt, Marc Leijendekker, Hans Steketee, Ben van der Velden, Kees Versteegh en Michèle de Waard