Eucalypta tussen de dennen

Nederlanders mochten altijd graag bij de oosterburen wandelen.

Er is de Hermannsweg, de Eiffel, het Schwarzwald. Maar ook in Oberfranken is het goed toeven.

En weet dat als u er bent, weinigen u zijn voorgegaan. Deel 4 van een serie: Wandelen in Europa.

Een jogger in het bos had het al aangekondigd. Schwarzwaldwinkel? ,,Ah, die Kneipe. Immer gerade aus.' Een groot houten huis staat aan het einde van het bospad eenzaam aan een kleine verharde weg. Het huis is omringd door bomen en het is stil. Twin Peaks of het Duitse Frankenwald? Een lichtbak met de vermelding van het lokale biermerk hangt boven de deuropening. Een plaatsnaambord geeft Schwarzwaldwinkel aan. De naam kent meer letters dan de plaats inwoners, zo lijkt het.

Een teken van moeizaam leven komt van een kleine gedrongen vrouw op leeftijd. In een moeilijk verstaanbaar accent bevestigt zij de locatie van Schwarzwaldwinkel. Aangezien de kroeg annex woonhuis waarschijnlijk de enige commerciële rustplaats is op de route, besluit ik wat te drinken. Gebukt strompelt zij mij voor naar de bar. Met dank aan de poppenkastraampjes binnen drink ik in het halfdonker – buiten schijnt de zon volop – onder lampenkappen van gevlochten geweitjes een Ahornberger bier. Terwijl de waardin quasi-geduldig wacht tot ik weg ben om haar onderbroken huiselijke werkzaamheden voort te zetten, kom ik tot een heerlijke conclusie: weinigen zijn mij voorgegaan.

Het miniscule stipje op de kaart is te vinden in Oberfranken, dat zich in het oosten van Duitsland bevindt. Ooit lag het tegen het voormalige Oost-Duitsland en Tsjechoslowakije aangeklemd. Zowel Dresden, Praag als Neurenberg zijn binnen enkele uren te bereiken. Hoewel de regio behoort tot de deelstaat Beieren is de blauwwitte ruit uit het Beierse wapenteken niet veel zichtbaar. Inwoners zijn bovenal Frankenthalers. Naast ontzettend veel hout kent de regio veel textielindustrie en, meer in het zuiden, een levendige wijnbouw met de stad Würzburg als kloppend hart.

De wandeling is begonnen in het dorpje Helmbrechts, dat behalve een textielmuseum weinig te bieden heeft. Of het moet de weg naar buiten het dorp zijn. Aan de hand van de gids `Wandern und Einkehren, Frankenwald' laat ik mij op een route voeren die langs Absang, Meierhof, Geigersmühle weer naar Helmbrechts terugkomt. De gids belooft mij `bezaubernden Ausblicken'.

Het gebied is zeer bosrijk, meer dan de helft van het landschap is bedekt met voornamelijk sparren en dennen. Die dennen staan, als een familieportret met Kerstmis, in generaties naast elkaar. De twintig meter hoge ranke den naast de meer vertrouwde kerstbomen en jonge dennen van nog geen veertig centimeter hoog. `O Tannenbaum' schalt medio april door het hoofd.

Het eerste deel van de wandeling voert omhoog. Een kleine verharde weg deelt het bos in tweeën. Het uitzicht wordt fraai belemmerd door de hoge dennen die op haast stroboscopische wijze zonlicht doorlaten. Een miniem meertje doet zomernachtelijke zwempartijen van Duitse jeugd vermoeden. Een beeld dat wreed wordt verstoord door de aanwezigheid van een kleine pijp die erin uitkomt. Een valk bekijkt de wereld vanuit zijn hoog perspectief en in de verte schiet een vosje de weg over. Ik ben niet meer in Amsterdam.

Of toch wel? In een van de toeristische naslagwerken wordt trots gemeld dat – nog voordat Vondel schreef of Cruijff scoorde – middeleeuws Amsterdam oprees op hout uit Franken. Duitse palen onder Mokum; stilletjes betreur ik het dat oude funderingen in de stad niet dezelfde herfstige geur kunnen afscheiden als hun nakomelingen in de oorspronkelijke habitat.

Het dorp Absang zal het die dag zonder mijn aanwezigheid moeten stellen, ik loop verkeerd. Als onervaren wandelaar betitel ik dit maar meteen als de grote charme van het lopen. Je moet toch wat. Dit betekent wel dat de route opeens met een kilometer of vijf wordt verlengd. Maar dankzij de slechte bewegwijzering en mijn immer haperende richtingsgevoel ontmoet ik wel de gebukte geweienvrouw van Schwarzwaldwinkel.

Het hieropvolgende, dalende traject naar Meierhof brengt de `bezaubernden Ausblicken'. Het gezwaai met de toverstaf heeft geresulteerd in een glooiend boslandschap onderbroken door grasweides waar een enkele ree of hert zich schuchter laat zien. Hoe verder de blik voert, des te meer de bossen als golven over de heuvels lijken te slaan. Kleine rommelige boerderijen en vrijstaande huizen brengen het menselijk aspect aan het landschap.

Maar niet alles is wat het lijkt in het toverbos. Terwijl de markante waardin uit Schwarzwaldwinkel mij steeds meer aan Eucalypta doet denken, waan ik mij op de Europese wandelweg E3/E6. Een bordje heet mij echter welkom op de testbaan van de plaatselijke Opeldealer. Hetgeen natuurlijk te combineren valt. Maar in een land zonder maximumsnelheid rijst de vraag hoeveel nietsvermoedende wandelaars door Schumachers in spe op de Opel-testbaan met kompas en al zijn geschept. Ik zie geen auto's en acht mij veilig, maar duik voor de zekerheid toch maar het bos in. De remweg is lang met 260 km per uur.

De genoemde wandelgids is `Wandern und einkehren, Frankenwald'. Uitg. Drei Brunnen Stuttgart. ISBN 3-7956-0246-7. De grootste steden in het gebied zijn Hof, Bayreuth en Kulmbach. Helmbrechts heeft ook een klein treinstation. Een goed onderkomen is restaurant-hotel Waldeck in Helmbrechts (tel 00-4992527273). Kamers kosten rond de 75 DM. Voor meer info: Tourismusverband Franken: 00-49911264202 of het Duits verkeersbureau: 020-6978066.