DAS RHEINGOLD

De vierdelige operacyclus Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner wordt ten onrechte vaak beschouwd als onbegrijpelijk van inhoud, kwalijk van strekking, onmogelijk zwaar en afschuwelijk langdradig. Hoewel het Ring-verhaal op vele manieren is te duiden, is het aan de oppervlakte niet lastiger te volgen dan een soap-serie op tv. De moraal is ook dezelfde van soaps als Dallas, The Bold and the Beautiful en As The World Turns: geld en macht maken niet gelukkig, zeker niet als er sprake is van immoreel en crimineel gedrag en daarvoor menselijkheid en liefde worden afgezworen. De slotconclusie is: deze wereld deugt niet, laten we hopen op een betere.

Hoe merkwaardig in een aantal producties sommige Wagneriaanse personages er ook uitzien, daarin verschilt Der Ring des Nibelungen niet van `alien'-films. Wotan heeft zichzelf van een oog beroofd om met dat offer kennis en macht te verwerven. Wagners muziek is vaak opmerkelijk licht en lyrisch, maar juist zijn zware, stampende passages worden vaak geciteerd in dreigende scènes in allerlei films en tv-drama's.

Das Rheingold is de `Vorabend' van Der Ring des Nibelungen, de proloog waarin de voorgeschiedenis van het verhaal in de volgende drie delen Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung wordt verteld. Wagner schreef, zoals voor al zijn opera's, muziek èn tekst. Das Rheingold is van alle Ring-opera's de kortste èn de rijkste aan gebeurtenissen. Zo trachtte Wagner zijn publiek voor de operacyclus te winnen.

De drie Rijndochters, waternimfen, bewaken het goud dat zich op de bodem van de Rijn bevindt, gadegeslagen door de Nibelung (Neveling) Alberich, een dwerg. Wie de goudschat verovert en daarvan een ring smeedt, verwerft de wereldheerschappij, al moet daarvoor de liefde worden afgezworen. Alberich doet dat en steelt het goud.

De oppergod Wotan heeft de reuzen Fasolt en Fafner de godenburcht Walhalla laten bouwen. Zij komen nu het beloofde loon halen: de godin Freia. Haar zuster Fricka, de echtgenote van Wotan, is woedend op haar man. Wotan steelt het Rijngoud van Alberich om dat aan de reuzen te geven. Fasolt en Fafner krijgen een onderlinge ruzie die Fasolt het leven kost. In Fafner heeft de ring nu al zijn derde eigenaar. Dan trekken de goden hun Walhalla binnen. De Rijndochters klagen over het verlies van het Rijngoud.