Alle dagen vakantie

Een lichtvoetige wereld beheerst door mooie vrouwen, fraaie auto's en grand hotels legde de Franse fotograaf Jacques-Henri Lartigue vast. Zijn foto's van de Côte d'Azur stralen een onaardse rust en schoonheid uit en zijn te zien in Helmond.

Het is een vreemde gewaarwording: dwalend langs het werk van de Franse fotograaf Jacques-Henri Lartigue (1894-1986) besef je dat de man vrijwel alle dagen van zijn leven vrij moet zijn geweest. Of ten minste over een schier onuitputtelijke hoeveelheid snipperdagen moet hebben beschikt. Want fotograferen was niet zijn werk, het was zijn enigszins uit de hand gelopen hobby. Over zijn foto's zei hij: ,,Ik maak ze met liefde. Ik maak ze voor mezelf. Wanneer ze tegelijkertijd kunst zijn, vind ik dat best.''

Afgaande op zijn foto's lijkt het alle dagen feest te zijn geweest in Lartigues leven. Maand in maand uit, jaar in jaar uit was de Parijse bankierszoon – alwaar de vermoedelijke verklaring voor zijn financieel zorgeloze leven ligt – aan de nog jachtenloze en massatoerisme-vrije Riviera te vinden. In oktober 1917 is hij in Cap d'Antibes, in mei 1918 is hij in Cap d'Antibes, in mei 1920 fotografeert hij zijn vrouw Bibi in badpak in Cap d'Antibes, in april 1921 fotografeert hij zichzelf in ochtendjas op het balkon van hotel Beaurivage in Monte Carlo, een maand later is hij met Bibi en ene Lolo alweer in Cap d'Antibes. Op de tentoonstelling met de toepasselijke naam J'aime la vie, in het Gemeentemuseum in Helmond, zijn weinig bewijzen te vinden dat Lartigue wel eens níet aan de Riviera zat.

Lartigue legde een heel beperkte wereld vast, maar vanuit fotografisch oogpunt wel een heel mooie: die van elegantie, glamour, schoonheid en lichtvoetigheid. Zijn Côte d'Azur-foto's worden beheerst door villa's, upperclass, grand hotels, beroemdheden, fraaie auto's, mooie vrouwen en prachtige hoeden. Alles en iedereen lijkt net weggelopen uit een film: ieders haar zit goed, ieders lijf is volmaakt, kleren zijn kreukvrij, sieraden steevast bijpassend, nagels immer gelakt en zelfs in zee dragen we lippenstift. En tòch vervelen Lartigues foto's niet, irriteren ze niet en zijn ze niet voorspelbaar. Omdat ze een bijna onaardse rust en schoonheid uitstralen en een wereld verbeelden die qua elegantie nooit meer terugkomt.

Behalve licht en vrolijk zijn Lartigues foto's humorvol. Zoals de foto die Lartigue op 14-jarige leeftijd van zichzelf en zijn hondje Javotte maakte op een, zo te zien, sjiek terras aan zee. Javotte kijkt recht in de lens, Lartigue staat met zijn rug naar de camera, alsof hij niet zelf de aanstichter van de foto is. Niets verraadt dat hij luttele seconden eerder de zelfontspanner heeft ingesteld, naar de balustrade is gerend en intussen ook nog Javotte zo ver heeft gekregen dat hij fatsoenlijk op de foto staat. Of de foto die hij van Bibi voor de spiegel maakte: in een hoekje van de spiegel is nog net Lartigue te zien, prutsend aan zijn camera, alsof de foto nog genomen moet worden.

Lartigues foto's worden druk bevolkt door vrouwen. Aanvankelijk zijn moeder, later Bibi, Vera, Arlette, Renée, Coco, Maud, Mimi, Nelly – een kleine greep in willekeurige volgorde. Vooral van de mooie Bibi met haar donkere krullen, met wie hij twaalf jaar getrouwd was, maakte Lartigue prachtige foto's. Al blijft ook het beeld dat we van haar krijgen zeer beperkt: we zien Bibi in een boot, aan de ontbijttafel op het Ile St. Honorat, voor het casino, flanerend, op het terras van het Palais de la Méditerranée met een elegante hoed; nooit is Bibi aan het werk, de afwas of in de weer met jengelende kinderen. Lartigues vrouwen glimlachen steevast naar hun fotograaf, zwemmen in zee of luisteren op het strand naar hun pickup. In 1938 noteert hij in zijn dagboek: ,,Er is maar één luxe waar ik niet zonder kan: het gezelschap van een vrouw (...) De vrolijkheid van vrouwen boeit mij. De warme uitstraling van de glimlach van een vrouw is zo mooi als het licht van de mediterrane zon... of de stilte.'' Wat deze passage niet vermeldt, is dat de meeste vrouwen even geruisloos uit beeld verdwenen als ze gekomen waren. Alleen Florette – over wie hij in 1944 schreef: ,,Wanneer het middelmatige van alles mij somber stemt of wanneer ik in een slechte stemming ben, dan ga ik naar haar... mijn Florette. Ze wacht altijd op me. Ze kruipt in mijn armen en ik laat haar magie over mij komen (...) ze is mijn geliefde en vriend. Ze geeft mij alles'' – alleen Florette zou ruim veertig jaar bij hem blijven.

Lartigue, die tegenwoordig met Brassaï en Cartier-Bresson wordt gerekend tot Frankrijks belangrijkste fotografen, brak pas laat door, mede door zijn eigen laconieke houding ten opzichte van zijn werk. Na een opleiding aan de Parijse academie beschouwde hij zichzelf in de eerste plaats als kunstschilder. Pas in 1963 – Lartigue was toen 69 – publiceerde het tijdschrift Life een selectie uit zijn werk, in datzelfde jaar wijdde het Museum of Modern Art in New York een expositie aan hem. Het zou tot 1975 duren voordat in Frankrijk de eerste overzichtstentoonstelling te zien was.

De Côte d'Azur is dan al lang voltooid verleden tijd voor Lartigue. In 1950 noteert hij in zijn dagboek: ,,Elk jaar bezoeken steeds meer mensen, meer kinderen en meer honden de kust. Er is meer geld, meer plat vermaak en meer families die ruzie maken. Mijn stranden, vissersdorpen en stoffige zandwegen zijn verdwenen... Waar moet ik heen?''

Jacques-Henri Lartigue, J'aime la vie, foto's van de Côte d'Azur. T/m 12 sept in het gemeentemuseum Helmond, Kasteelplein 1. Open: di t/m vr 10-17u, za/zo 14-17u. Volw ƒ3,50, 6-18 jr/ CJP/ 65+ ƒ1,50. Inl 0492-587716.