Landbouw worstelt met zichzelf

Door schandalen geplaagd, intern verdeeld, een gesloten bolwerk. Maar het ministerie van Landbouw tracht zich wel degelijk aan te passen aan de maatschappij.

,,Als iemand van een uitdaging houdt, heeft 'ie er hier één'', sprak PvdA-fractievoorzitter Melkert gistermiddag in de Tweede Kamer bij het formeel aantreden van de nieuwe minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Brinkhorst. De open brief van voorzitter C. Bouwmeester van de departementale ondernemingsraad van Landbouw, waarin staatssecretaris Faber de volle laag had gekregen wegens haar kritiek op het ambtelijk apparaat, stond centraal in de reflecties op het functioneren van juist dit ministerie.

,,Op een departement hoort de communicatie soepel van boven naar beneden te lopen en omgekeerd'', zei een norse Melkert. Het heet een `helse klus' te zijn: de `deloyale ambtenaren' tot de orde te roepen. Het is ook niet de eerste keer dat verantwoordelijke bewindslieden bakzeil halen door het ambtelijk apparaat. Het vertrek van minister Braks door visserij-ambtenaren op het verkeerde been gezet leidde negen jaar geleden al tot ophef, waarop een formeel onderzoek van het ambtelijk apparaat volgde.

Een commissie onder voorzitterschap van voormalig minister Neelie Kroes deed in 1992 onderzoek naar het verkokerde departement. De commissie concludeerde dat van ,,cultureel ingesleten antagonismen'' noch bij de landbouwpoot, noch bij de natuur en milieu-poot enige sprake was.

Maar wie in dat rapport tussen de regels door leest, stelt vast dat er een en ander mis is bij Landbouw. De rol van secretaris-generaal mr. Tjibbe H.J. Joustra bijvoorbeeld. Hij is de `spin in het web', weet ook Niesco Dubbelboer, directeur van de stichting Agora Europa, die vorig jaar een `Signalendag' - een soort collectieve sensitivity-training - voor het ministerie organiseerde.

Joustra, die al sinds 1987 secretaris-generaal van het ministerie is en daarmee de langst zittende onder zijn collega's, heeft de afgelopen jaren niettemin een groot deel van het ministerie hervormd, volgens insiders ,,van een departement voor het groene front, tot een departement voor openbaar bestuur''. Hij kon mensen op plaatsen zetten waar hij ze graag wilde hebben. En dat heeft er toe geleid dat toen Apotheker de varkensboeren tegemoet wilde komen met een soepeler wetgeving juist zijn eigen ambtenaren meenden dat hij dat niet moest doen.

,,Tjibbe weet dat het departement meer naar de samenleving moet luisteren om te kunnen overleven. Iedere keer weer wordt er bij de formatiebesprekingen geopperd het ministerie op te doeken. Tjibbe weet dat als geen ander, maar hij is een overlever en past zich dus aan'', aldus Dubbelboer.

De brief van ondernemingsraad-voorzitter Bouwmeester moet volgens kenners genuanceerd worden bekeken. Bouwmeester heeft zijn open brief eerst naar de media gestuurd, terwijl het grootste deel van zijn mede-raadsleden daar onkundig van was. Vanochtend om tien uur kwam de raad in voltalligheid bijeen. Overigens is de voorzitter werkzaam bij de facilitaire dienst en dus niet echt inhoudelijk op de hoogte van de problemen rond het dioxinen-schandaal.

Wie meent dat op het departement nog alles is als begin jaren negentig heeft het nadrukkelijk mis, beweren verscheidene ambtenaren. De nieuwe openheid vertaalt zich in een nota als `Vitaal Platteland', die in november vorig jaar gepresenteerd werd: niet meer alleen gericht op de sector, maar juist aandacht voor natuur, recreatie en platteland. Apotheker en Faber zijn adepten van deze nieuwe openheid en pasten eigenlijk heel goed in de nieuwe cultuur op het ministerie. ,,Ze hadden in ieder geval het voordeel van de twijfel'', zegt Dubbelboer.

Na vier jaar Van Aartsen is er veel veranderd. ,,De vruchten van die worsteling kunnen nu geplukt worden'', zegt Dubbelboer. ,,Natuurlijk zijn er nog afdelingen die zich te veel willen identificeren met de sector, maar over het algemeen probeert men open te zijn. Een meer geïntegreerd ministerie dat luistert naar de samenleving, niet uitsluitend naar het platteland.''

Dat neemt niet weg dat nog niet het hele departement de `draai' heeft weten te maken. Zo wordt directeur-generaal ir. Johan F. de Leeuw gekenmerkt als ,,een technocraat bij uitstek, die niets moet weten van openheid.'' De Leeuw heeft onder andere milieu, kwaliteit en gezondheid in zijn portefeuille. En dat zijn nu juist de afdelingen die het dioxinenschandaal te lang voor zich hebben gehouden en de staatssecretaris in de problemen hebben gebracht.

In Fabers brief aan de Tweede Kamer staat de volledige chronologie van de gang van zaken, waaruit blijkt dat ze eind april op de hoogte had horen te zijn maar pas na de Pinksterdagen iets van haar ambtenaren hoorde. Het betreft afdelingen van specialisten die zich van oudsher met de sector zelf bezig houden. Ze komen daar vaak ook uit voort en hebben een houding van `jongens, als we het nu zo doen, is er niets aan de hand'.

Ambtenaren weten zich van de varkenspestcrisis nog gevallen te herinneren van collega's die varkenshouders aanraadden hun dieren nog even bij die of die onder te brengen, terwijl het gevaar voor verspreding van de epidemie al levensgroot was.

Het zijn afdelingen waar het `politiek instinct' ontbreekt. Daardoor wordt niet op het juiste moment aangevoeld dat een minister of staatssecretaris politieke problemen kan krijgen en wordt het dus ook niet tijdig aangebracht. En in dit geval komt daar nog een zekere metaalmoeheid bij. Een ambtenaar: ,,Eerst de gekkekoeienziekte, daarna de klassieke varkenspest. Dan is het niet zo gek om bij een volgende calamiteit te denken: `Jongens dit niet weer. Laten we even zien of deze storm aan ons voorbij trekt'.''

De opstelling van de bewindslieden, zo benadrukken afzonderlijke ambtenaren, is van groot belang: ,,Een minister die er kort na zijn aantreden al blijk van geeft geen buitengewone ambitie te hebben en een staatssecretaris die uitsluitend de meest wollige verhalen over milieubeheer naar buiten brengt; het houdt ons niet echt scherp.''