Hoger beroep LVMH in zaak-Gucci

Het Franse modehuis LVMH heeft de strijd om het Amsterdamse beursfonds Gucci, een Italiaanse modehuis, nog niet opgegeven. LVMH gaat bij de Hoge Raad in beroep tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer in de Gucci-zaak van vorige maand. Ook begint LVMH een nieuwe rechtszaak tegen Gucci voor de Amsterdamse rechtbank. LVMH (Moët Hennessy Louis Vuitton) wil dat Gucci wordt gedwongen de verkoop van een belang van 40 procent in Gucci aan het Franse PPR ongedaan wordt gemaakt. Door die verkoop is het belang van LVMH in Gucci verwaterd van 34 tot minder dan 20 procent. Ook is het volgens LVMH nu in praktijk onmogelijk om een bod te doen op alle aandelen Gucci omdat de kans op een meerderheid vrijwel is uitgesloten.

De ondernemingskamer oordeelde vorige maand dat de verkoop van nieuwe aandelen aan PPR weliswaar `wanbeleid' was, maar dat het geen zin had om de transactie terug te draaien. Dan zouden Gucci en PPR toch later alsnog een zelfde soort akkoord kunnen sluiten.

LVMH vindt dat `wanbeleid' wel reden is om het akkoord te ontbinden. Bij de gewone rechtbank wil LVMH opnieuw de vraag aan de orde stellen of de uitgifte van nieuwe aandelen voor 6 miljard gulden wel mag zonder daarbij rekening te houden met de belangen van de andere aandeelhouders. LVMH heeft ook aangekondigd de schade die het bedrijf heeft geleden te willen verhalen op Gucci, PPR en de bestuurders van beide ondernemingen.

Gucci (lederwaren, mode, horloges) maakte vanochtend zijn resultaten bekend over het eerste kwartaal van het huidige boekjaar. De omzet steeg met 8 procent tot 270 miljoen dollar (575 miljoen gulden), het bedrijfsresultaat steeg met 5 procent tot 59 miljoen dollar.