Het Roots Festival verbroedert niet echt

High art of low art? Die vraag was gisteren in het Amsterdamse Tropeninstituut aan de orde bij het optreden van de zangroep Tenore e Cuncordu de Orosei uit Sardinië met percussionist Alan Purves en cellist Ernst Reijseger. Passages met magistrale muziek werden afgewisseld met matige momenten en één lange act, die volgens sommigen zelfs tussen schuifdeuren had moeten worden verboden.

De cd Colla Voche had al duidelijk gemaakt dat de combinatie een waagstuk was: toegewijde Sardijnse amateurs - de voorzanger is in het dagelijks leven broodbezorger - en het grillige tweetal uit Nederland. De boventoonzang van de zeven mannen houdt het midden tussen de staalharde aanpak van de Bulgaarse vrouwenkoren en de `deep throath'-exercities van achter de Oeral. Trots, onbuigzaam en heel gesloten. Reijseger kan strijken en plukken wat hij wil, hij blijft een buitenstaander: de zangers in een kring, Reijseger er spelend en dansend omheen. Hoor mijn zinderende vijfde stem, luister hoe alert ik reageer, interpreteer, moduleer. En ironiseer, niet te vergeten. Het publiek lijkt verward. Pas bij een solo-act van percussionist Alan `Gunga' Purves scheiden de wegen. Men stelle zich voor: een muzikant in een Schotse rok zijgt voor de microfoon ineen met in allebei de handen een claxon, toeters onder de bleke knieën, knijpzakken tussen de al even bleke dijen, met een fluit in de mond, zo ook in de neusgaten links en rechts. Is dat camp, kunst of een versleten klapstuk voor de basisschool, Tobi Rix met zijn toeteriks?

Een paar dozijn mensen vertrekken ontzet en missen daardoor de toegift in de marmeren hal waar de Tenore e Cuncordo net zo fraai klinken als voor de pauze het Franse sextet Corou de Berra. Het repertoire was wel wat voorspelbaar voor de kenners, maar het zingplezier droop er wel van af.

Dat kan niet gezegd worden van het optreden van het familie-kwartet van de Griekse lyra-speler Psarantonis, maandag in dezelfde zaal. De leider zingt weliswaar verbazingwekkend veel, als een huilende wolf die verdwaald is in de bergen, maar mijdt verder ieder contact met het publiek en en met fameuze Turkse baglama-speler Arif Sag met wie hij later zal duetteren volgens de folder. Sag staat bekend als een virtuoos en bespeelt zijn instrument inderdaad als een wonderdoos. Pas als alle watervallen zijn bezichtigd en iedereen oh en ah heeft gezegd zet hij een onnadrukkelijke beat in en werkt hij gedreven naar een formidabele climax die na drie kwartier is bereikt. Het applaus houdt lang aan om Psarantonis naar het podium te halen. `Want ondanks de politieke tegenstellingen tussen Turkije en Griekenland zijn Sag en Psarantonis muzikaal gezien broeders van elkaar', had het Tropeninstituut opgewekt gemeld. Wishful thinking blijkbaar, want alleen Arif Sag keert terug om nog even te zwaaien.

Amsterdam Roots Festival. 7 en 8/6 Tropeninstituut, Amsterdam. Vervolg: 9/6 Lutherse Kerk, Utrecht. Amsterdam Roots 9/6 Tropeninstituut, t/m 13/6 Melkweg, Concertgebouw Amsterdam.