Europa behoeft reeks nieuwe grondrechten

Terwijl op het Binnenhof blijkt dat de Nederlandse Grondwet nauwelijks meer te wijzigen valt en ter compensatie met het vergrootglas gezocht wordt naar de laatste lacunes in ons democratisch stelsel, moet Brussel het nog steeds zonder een constitutie stellen en gaapt een democratisch gat waar een informateur jarenlang voorstellen voor zou kunnen blijven doen. Tussen de grote politieke stromingen in Europa tekent zich overeenstemming af over de wenselijkheid van een Europese constitutie. Die ambitie ontbreekt helaas op het niveau van de regeringen van de Europese lidstaten. Aan de huidige EU-voorzitter, Duitsland, ligt het niet. Bonn heeft het thema `Europese grondwet' hoog op de Europese agenda gezet. Maar de weerstand in andere hoofdsteden is zo groot, dat de Duitse plannen drastisch zijn afgezwakt. Gerhard Schröder en Joschka Fischer hebben hun Europese collega's vorige week tijdens de Top van Keulen voorgesteld om een `plechtige verklaring' over de grondrechten van de Europese burgers te gaan opstellen. Dit document, zonder enige bindende juridische kracht, zou eind 2000 moeten worden aangenomen.

Een handvest dat de grondrechten van burgers en ingezetenen vastlegt, is onmisbaar voor een Europese grondwet. Zo'n handvest verliest echter een groot deel van zijn waarde als het niet meer dan een plechtige politieke belofte behelst. Aan gouden letters op geschept papier hoeven Europese politici zich niets gelegen te laten liggen. De inwoners van de EU kunnen er immers niet mee naar de rechter stappen.

Het Nederlandse kabinet betwijfelt bovendien het nut van een Europees grondrechtenhandvest omdat de belangrijkste grondrechten al zijn gegarandeerd door het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens, dat door alle landen van de Raad van Europa ondertekend is. Ook de instellingen van de EU zijn aan dit verdrag gebonden.

Maar in plaats van de `inhoudelijke meerwaarde' van een EU-grondrechtenhandvest in twijfel te trekken, zou Den Haag zich ook sterk kunnen maken voor het scheppen van deze meerwaarde. Door nieuwe grondrechten voor te stellen. Afdwingbare rechten, op die terreinen waar de Europese samenwerking de individuele vrijheid en de menselijke waardigheid aantast.

De voorbeelden liggen voor het oprapen. Ten eerste: recht op sociale bijstand. De euro verscherpt de Europese concurrentieslag. Niet alleen tussen bedrijven, maar ook tussen regeringen die zich niet uit de markt willen prijzen. Van de fixatie op het nationale concurrentievermogen dreigt het niet-werkende deel van de bevolking het gelag te betalen. Een minimuminkomen voor de allerarmsten is nog steeds niet in alle EU-landen gewaarborgd. De introductie van een Europees grondrecht op bijstand zou tot uitdrukking brengen dat de EU niet alleen welvaartsmachine is, maar ook een bron van sociale beschaving.

Ten tweede: recht op asiel. In het besloten ministersoverleg over asielmaatregelen stelt de minst humane lidstaat keer op keer de Europese norm. Daardoor heeft het internationale Vluchtelingenverdrag in de EU een zeer restrictieve uitleg gekregen. Door het recht op asiel, met verwijzing naar het Vluchtelingenverdrag, op te nemen in een EU-constitutie kan een eind komen aan de uitholling van de rechtsbescherming van vluchtelingen. De door het Verdrag van Amsterdam gestichte verwarring over de vraag of het Europees Hof van Justitie asielmaatregelen mag toetsen aan het Vluchtelingenverdrag is dan verleden tijd. Een constitutioneel recht op asiel heeft niet uitsluitend betrekking op mensen van buiten de EU. Ook de pogingen van de Spaanse regering om het asielrecht voor EU-burgers af te schaffen worden erdoor gedwarsboomd.

Ten derde: recht op encryptie. Onderzoek van het Europees Parlement heeft het aftapnetwerk Echelon aan het licht gebracht. De Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten proberen daarmee wereldwijd alle telefoon-, fax- en e-mail-verkeer te onderscheppen. Niet alleen potentiële terroristen, maar ook bedrijven en actiegroepen als Amnesty International zijn het doelwit. De EU lijkt niet bereid of in staat haar burgers te beschermen tegen deze Big Brother-praktijken. Burgers verdienen dan op z'n minst het recht om zelf de vertrouwelijkheid van hun communicatie te waarborgen, door berichten te versleutelen met cryptografische technieken.

Alleen al het in discussie brengen van een recht op encryptie heeft de verdienste dat het de vijftien EU-regeringen dwingt kleur te bekennen. Niet alleen de Britse regering, die het bestaan van Echelon nog altijd niet wil toegeven, maar ook de veertien andere: wensen zij zich aan te sluiten bij de Amerikaans-Britse luistervinkerij, of zijn zij bereid om ook in het digitale tijdperk het briefgeheim te beschermen?

Een constitutioneel proces waarin ook nieuwe grondrechten worden geformuleerd, zal de Europese burgers meer interesseren dan het recyclen van bestaande grondrechten in een `plechtige verklaring'. Een grondrechtenhandvest dat even gedurfd en controversieel is als de invoering van de euro, lijkt bij uitstek geschikt om te worden onderworpen aan een Europees referendum, met het bijbehorende grensoverschrijdende debat. Zo krijgt het Europese burgerschap inhoud.

Er is echter nog een reden waarom een Europese constitutie niet langer kan uitblijven. Binnen de Europese Unie bestaat geen trias politica. De verdeling van bevoegdheden tussen de Europese instellingen is een warboel en dat terwijl in alle landen van de EU de scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht als een vanzelfsprekende garantie tegen machtsmisbruik en wanbestuur geldt.

Op belangrijke beleidsterreinen, zoals het landbouw- en asielbeleid, staat de Europese volksvertegenwoordiging als medewetgever buitenspel. De regeringen van de EU-landen kunnen de rechtsprekende rol van het Europees Hof van Justitie naar believen inperken. De Raad van Ministers combineert uitvoerende en wetgevende taken. Zij maakt wetten achter gesloten deuren – een monstrum in de informatiesamenleving van de 21ste eeuw. Er is nog lang geen sprake van behoorlijke checks and balances in het Europese bestuur. Nu de paarse brokstukken weer gelijmd zijn, kan de echte staatkundige vernieuwing beginnen. In Europa welteverstaan.

Farah Karimi en Joost Lagendijk zijn respectievelijk lid van de Tweede Kamer en lid van het Europese Parlement voor GroenLinks.