De ouder wordende vrouw als cliché

`Ik ben 47. Ik kan niet meer wat ik kon, maar ik ben nog lang niet uitgedanst`, zegt choreografe en danseres Truus Bronkhorst in de weekkrant van het Holland Festival. Of we daar blij mee moeten zijn, valt te bezien want in Bronkhorsts nieuwe voorstelling 1,2,1,2,3,4 is goed te merken dat een van Neerlands eigenzinnigste dansperformers de souplesse van de jeugd verloren heeft. Het contrast met de acht atletisch bewegende jongemannen is hier en daar zelfs pijnlijk groot, maar Bronkhorst zou Bronkhorst niet zijn als gêne niet wordt uitvergroot tot de exhibitionistische trots van de menopauze. Dat is wat ze sinds jaar en dag oproept: paradoxale gevoelens over ernst en ironie, over kunst en kitsch. Wanneer ze aan het eind van de voorstelling loeihard op een electrische gitaar ragt (spelen kan ze niet), dan dient het raggen geen ander doel dan het nou eens lekker raggen. De ernst en overgave waarmee Bronkhorst de snaren martelt, doet echter vermoeden dat het hier om hele grote kunst gaat.

1,2,1,2,3,4 is het vervolg op het succesvolle The Fall uit 1997 dat ze samen met echtgenoot Marien Jongewaard maakte. The Fall was een ode aan de kracht van de dansende man. Ook nu laten Jongewaard en Bronkhorst acht mannen dansen alsof hun leven ervan afhangt getuige de Monica Seles-gillen die ze bij iedere inspanning slaken. Ze rennen, schoppen achterwaarts tegen de houten schutting, ze schieten met klapperpistolen op het publiek en toch blijft de klas in het gareel door de solo's, duetten en kwartetten. De bewegingen zijn helder en eenvoudig en maken net als twee jaar geleden indruk als ze door acht naakte bovenlijven tegelijk worden uitgevoerd. 1,2,1,2,3,4 is echter wat theatraler dan zijn voorganger. Na de swing op Nina Simone volgt muziek van Cornelis de Bondt dat een relatief hoog piep-knorgehalte heeft. Een aantal dansers zet maskers op ter bedreiging van hun collega's maar veel effect sorteert het niet. De bedreiging gaat tenonder door de suggestie van een diepere betekenis.

Net op het moment dat de heren een beetje gaan vervelen (na drie kwartier) komt Truus Bronkhort op en verandert de sfeer. Gustav Mahlers Der Einsame im Herbst verleidt Bronkhorst en de enige overgebleven danser Jean Louis Barning tot een duet dat lieflijk balletterig fladdert maar bij uitstek het leeftijdverschil aan het licht brengt. Wanneer Bronkhorst bewegingen van de heren overneemt, zijn ze slap en stuurloos en wordt het cliché van de krachteloze oudere vrouw bewaarheid. Haar wiegende heupen maken geen indruk op de terugkerende mannen; die dansen en vechten door, al is de onderlinge band verrdwenen door de juf voor de klas. Het is een leuke juf, een goeie juf maar om te dansen is ze niet nodig. Het brave majorettedansje met wat veren dat de leerlingen met de juf uitvoeren op muziek van The Rolling Stones, verwordt tot kitsch van het slechtere soort. Misschien moet Bronkhorst zichzelf een tikje minder serieus nemen.

Holland Festival. Truus Bronkhorst en Martien Jongewaard: 1,2,1,2,3,4. Choreografie: Truus Bronkhorst, Martien Jongewaard. Muziek: Nina Simone, Cornelis de Bondt, Gustav Mahler, Gavin Bryars, Ricardo Lemfa, The Rolling Stones. Gezien: 8 juni Bellevue-theater Amsterdam alwaar nog tot en met 11 juni. Vanaf september tournee. Inl: 020-6255572