Computer kan Europees Parlement nauwelijks aan

De vergaderingen van het Europees parlement zijn vrijwel altijd openbaar. De verslagen ervan en de tekst van de stukken waarover beslissingen worden genomen zijn voor ieder te raadplegen op de website van het parlement op http://www.europarl.eu.int/ Presentielijsten en resultaten van hoofdelijke stemmingen zoekt men daar tevergeefs. Daarvoor wordt op de site verwezen naar een bijlage bij het verslag.

De desbetreffende bijlagen zijn overigens wel gewoon openbaar. Het is echter ondoenlijk om aan de hand van papieren documenten een overzicht te krijgen over presentie en stemmingen. Het voorlichtingsbureau van het Europees parlement in Den Haag voorzag de krant van elektronische versies van deze documenten. In totaal ging het om meer dan zeshonderd WordPerfect-bestanden, samen vele duizenden pagina`s.

De laatste jaren beginnen ook in Nederland journalisten de mogelijkheden te ontdekken van het analyseren van elektronische bestanden. In de Verenigde Staten is dit onder de naam computer assisted reporting een lang bestaande traditie. Pioniers gingen daar reeds in de jaren zestig met zelfgeschreven programma's overheidsbestanden te lijf, waarbij ze in de nachtelijke uren de computers gebruikten waarop overdag de abonnementen-administratie draaide.

In een aantal bewerkingsslagen zijn de genoemde tekstdocumenten zo gekneed dat de inhoud ervan leesbaar werd voor spreadsheets en database-programma`s, waarmee de verdere analyse kon plaatsvinden. Die bewerking lag op het randje van wat een hedendaagse kantoor-pc vermag. Enkele bewerkingsslagen bleek voor de Pentium II 450 met 196 megabyte geheugen zelfs te veel gevraagd. In kleine stapjes moesten de bestanden worden aangepast. En zelfs bij die kleine stapjes stond de pc regelmatig een kwartier of langer te pruttelen.

Bij het koppelen van de bestanden kwamen de typische problemen kijken waarmee elke bestandenkoppelaar vertrouwd is: spellingen van namen blijken niet eenduidig, menig Europarlementariër verandert zo nu en dan van fractie, en lang niet allemaal hebben ze de hele termijn uitgezeten. Pas toen al die problemen – min of meer – waren opgelost, kon met de eigenlijke analyse een aanvang worden gemaakt.