Het nieuws van 9 juni 1999

De wetten van de tv-populariteit

Het merkwaardigste aan het televisieproject Big Brother dat Veronica voor volgend seizoen voorbereidt, is niet de ophef van psychologen over het gebrek aan privacy voor de voor onbepaalde tijd in een huis met elkaar en een stel camera's opgesloten hoofdpersonen, maar de toekenning van een hoofdprijs van een kwart miljoen gulden aan een van hen. Winnaar wordt niet degene die het het langst uithoudt in isolement, maar de deelnemer die kijkers tot favoriet kiezen. Kennelijk gaat het bij dit soort experimenten in `reality tv' niet om authenticiteit of waarheid, maar om aardig gevonden worden. Dat is ook de moraal – en de zwakte – van de Amerikaanse speelfilm EDtv, geregisseerd door de ooit als acteur in de tv-serie Happy Days beroemd geworden Ron Howard en geschreven door het populistische scenaristenduo Lowell Ganz en Babaloo Mandel (Parenthood, Splash). In EDtv plukt een producente (Ellen DeGeneres) van een met tegenvallende kijkcijfers kampend `reality'-televisiekanaal uit San Francisco een slechts door zijn gebrek aan persoonlijkheid opvallende videotheekbediende (Matthew McConaughey) uit de kroeg en laat hem 24 uur per etmaal door twee cameraploegen volgen. Binnen korte tijd is de formule een hit en hoofdpersoon Ed een nationale ster. Er wordt in het scenario wel even stilgestaan bij de ethische aspecten van het laten varen van elke discretie; Eds broer (Woody Harrelson), die tot dan toe altijd de toon aangaf, moet op televisie live ervaren dat zijn vriendinnetje (Jenna Elfman) aan haar aanstaande zwager de voorkeur geeft. Veel belangrijker vinden de makers van EDtv de invloed van de kijkers op deze ontwikkeling: opiniepeilingen geven aan dat het meisje de juiste keuze heeft gemaakt. En de broer vindt troost in de verkoopcijfers van een bestseller over zijn leven met Ed.

Nostalgie als kritiek op achteruitgang

The Iron Heel of Oligarchy is een wonderlijke ode aan de Russische geschiedenis en filmkunst. Een lofzang op een illuster verleden, toen het communisme nog het aardse arbeidersparadijs beloofde en de films van Sergei Eisenstein de dynamiek van de nieuwe wereld in beeld brachten. Maar toch vervalt het regiedebuut van acteur Aleksandr Basjirov (1955), die ook de hoofdrol van Nikolaj Petrovitsj vertolkt, nergens in blinde bewondering voor voorbije tijden. Integendeel, het nostalgische karakter van de film is juist een middel om stevige kritiek te leveren op de morele teloorgang van de voormalige Sovjet-Unie na de val van het communisme. Zijn de mannen die Nikolai Petrovitsj gadeslaan terwijl hij als een moderne Lenin redevoeringen afsteekt tegen havenarbeiders en afluisteren terwijl hij zijn liefjes-voor-een-namiddag voorleest uit Jack Londons The Iron Heel, geheimagenten van het oude regime of mafiose onderknuppels van de nieuwe orde? Zijn de uitgebluste werknemers van de nieuwe industrieën minder slaafs dan de proletarische horden die Karl Marx' nieuwe dageraad moesten voorbereiden? Door ze op dezelfde manier te filmen als Stalin ze graag zag: badend in gouden scheerlicht, met door het harde werken gebronsde lichamen en gesterkte spieren, een beetje van onderen, zodat hun kaken daadkrachtig grijnzen, laat Basjirov zien dat hij het ook niet weet. Hij maakt van zijn protagonist een dwaze held, een wanhopige wereldverbeteraar, wiens idealisme de enige manier is om overeind te blijven in een steeds verder verbrokkelende wereld.

De duvel is oud

Als Hans Wiegel niet uitsluit dat hij nog een boeiende politieke carrière voor de boeg kan hebben, omdat hij pas 57 is, waarom zou Stanley Menzo dan als 35-jarige te oud zijn voor een tweede loopbaan bij Ajax? Nou ja, tenzij zij het allebei mis hebben. Het is met leeftijd iets onnavolgbaars. Misschien heeft Steffi Graf ooit beter gespeeld dan in haar Parijse finale tegen Martina Hingis, maar vaak zal het niet zijn gebeurd. Toch meenden veel ingewijden, dat Grafs beste jaren voorbij zijn en dat het tijd werd Hingis en de zusters Williams min of meer vrije doortocht te gunnen. Welnu, Steffi komt niet meer terug op Roland Garros, maar op de snelle banen van Wimbledon en Noord-Amerika wil zij nog een poos doorgaan, ijs, weder en gezondheid dienende. Natuurlijk is de toekomst aan de jeugd, maar als we het over het heden hebben, kunnen de oudjes nog een eind komen en dat is terecht. Waarom denkt u dat Hingis de massa tegen zich kreeg in de finale? Niet om die ene onderhandse service – die trouwens in het geheel niet verboden is, zij het ongebruikelijk. Eerder omdat zij eenmaal naar de baseline van haar tegenstandster marcheerde om persoonlijk te verifiëren of een bal in of uit was. Dat laatste doe je niet. Maar er waren verontschuldigende verklaringen voor het kindsterretje. Al speelt zij al jaren over de hele wereld prominent, ze is toch nog slechts 18 lentes oud en dat wordt waarneembaar als het werkelijk spannend wordt. Over een paar jaar vleit zij zich niet meer aan de moederborst om haar verdriet te spuien. Uiterlijke arrogantie is voor haar een middel om een schijnbare onaantastbaarheid te kweken.

Niet bang voor de beul

Minister Els Borst heeft in het Bijlmerdebat met de Tweede Kamer veerkrachtig gedemonstreerd dat zij inderdaad de politieke kwaliteiten bezit die Hans van Mierlo destijds in haar heeft gezien toen hij haar als zijn opvolgster aanwees. De verkiezingscampagne die zij vorig jaar voerde was geen groot succes beschoren en zal ongetwijfeld hebben bijgedragen tot haar overtuiging dat zij niet voor de politiek geboren was, maar de verdediging die zij vorige week in de Tweede Kamer voerde was vakwerk van de eerste orde. Ik heb nog nooit een al bij voorbaat afgeschreven minister zich zo goed zien weren als zij vorige week deed. Ze deed dat koelbloedig, vastberaden en effectief, maar ook met een rechte rug die een grote gemoedsrust uitstraalde. Hier stond een minister die voor de duvel niet bang was en zich door geen van haar critici van haar stuk liet brengen, ook niet door Van Gijzel, de lastigste man uit het coalitiekamp, wiens kritiek op haar beleid het moeilijkst te weerleggen was. Ze beschikt over veel meer politieke weerbaarheid dan wij tot nu toe wisten, maar ook over meer morele moed. Strijdbaar had ze zich op het debat voorbereid en strijdbaar bleef ze tot de laatste hamerslag van de voorzitter. Wat mij aan haar verdediging vooral beviel was haar kalme onverschrokkenheid en haar afkeer om zoete broodjes met de oppositie te bakken. Zij praatte haar critici niet naar de mond, integendeel, ze ging de confrontatie met volle bepakking tegemoet en ze deed geen afstand van haar overtuiging – de centrale gedachte van haar verdediging – dat de gezondheidsklachten van de bewoners van de Bijlmer niet door traagheid van de overheid zijn verergerd, zoals de enquêtecommissie heeft geconcludeerd. Dat zij niettemin heeft toegestemd in een gezondheidsonderzoek onder de bewoners van de Bijlmer is niet verbazingwekkend. Het zou niet van wijs beleid getuigen als zij de politieke aandrang om zo'n onderzoek te houden zou negeren, hoeveel steun zij daarvoor ook zou hebben gekregen van de overwegend sceptisch gezinde medische wereld. Ze ziet het onderzoek zelf eerder als een second opinion, die de mogelijkheid biedt ongerustheid bij veel mensen weg te nemen.